Eurosonic, Groningen
donderdag 10 januari
Al bij de openingsband op de eerste avond van Eurosonic spotten wij een enorme rij voor de deur. Je voelt je als vaste bezoeker gelijk weer thuis, hier in het hoge Noorden: rijen en drukte horen hier zeker bij, en zijn hier ook nauwelijks een probleem. Want als er een goede band speelt, gaat dat – vooral door al die verzonden sms'jes – als een lopend vuurtje. De band die het festival opent en dus zorgt voor de eerste rij is het Zweedse I'm From Barcelona. Negenentwintig bandleden op het podium, met confetti en balonnen en een jongen uit het publiek die een nummer mee mag fluiten: de kop is er af, Eurosonic is begonnen.
Zweden zorgen dus voor een sterk begin, maar opvallend genoeg zijn het Denen en geen Zweden die even later muzikaal nog meer weten te overrompelen, in de drukste zaal van het festival, Huize Maas. The Kissaway Trail heet de band, en ze zijn zo jong dat we nooit kunnen geloven dat ze al die eighties-invloeden zelf hebben opgedaan. Een grote toekomst hebben ze voor zich, want met een geluid dat net zo pakkend is als dat van Editors maar een stuk gezelliger en fris moet je ver kunnen komen.
Bands komen op Eurosonic sowieso in alle soorten en maten. De Zweedse band Detektivibryan maakt kermisachtige instrumentale muziek, maar de aankleding veinst je reinste horror. Creepy, maar doordacht en goed: het zal niet de laatste keer zijn dat een Zweedse band indruk weet te maken deze avond. De Zweden doen het dan ook een stuk beter dan de Italianen, die vorig jaar in the picture stonden.
Een stuk lopen is daarna het devies – kilometers tellen is geen gek idee -, en je komt terecht in de bizar smerige zaal Vindicat. Daar staat Eternal Tango uit Luxemburg. Druk is het niet en dat zal te maken hebben met het feit dat de band vooral dertien-in-een-dozijn liedjes speelt in een hardcoregenre dat wel populair is, maar niet onder vele collega's in de muziekindustrie.
Die collega's hebben hier op Eurosonic voorrang, en daarom staat er een flinke rij met 'gewone' belangstellenden voor Republic Of Loose. Deze Ieren maakten ooit een Fun Lovin Criminals-achtig album dat behoorlijk in de smaak viel, maar ogen vanavond heel anders: hun voorman ziet er uit en klinkt ook wel een beetje als Joe Cocker. De groove die ze neerzetten is wel aardig, maar ook flets. Teleurstellend dus.
Het tweetal van The Dø (foto) is live inmiddels uitgegroeid tot trio. Zij is Fins, hij is Frans en een drummer complementeert het geheel in de niet helemaal volle Vera. Hun geluid is duidelijk beïnvloed door klassieke pop, maar mist in veel songs toch wel een rauw randje. Zij zingt ook niet heel sterk, maar als halverwege een geheide single-kandidaat opdoemt maakt deze band opeens wel veel indruk. Een twijfelgeval, want als het raak is, is het goed raak.
The Blood Red Shoes is een jongen-meisje-duo met gitaar en drum. Hij wil alleen maar zo hard mogelijk zijn drumstel in elkaar slaan, en zij zal alles doen om hem daarmee te helpen. Wat een band, wat een show. Er wordt zo hard gewerkt dat drummer Stevan halverwege hartstochtelijk over zijn nek gaat van warmte en inspanning, maar het is rock'n'roll, dus binnen tien tellen tikt hij weer af. The Blood Red Shoes zijn beter dan The White Stripes en hoop ik nog op veel festivals terug te vinden dit jaar!
Veel Eurosonic-bezoekers twijfelen dan of ze de gang maken naar het nogal afgelegen Simplon. De sterke programmering in die zaal geeft de doorslag, want de incrowd staat even later wel bij Friendly Fires: een Brits jong bandje dat opereert à la The Rapture. Perfect is het verre van, maar de inzet is doorslaggevend: goede show.
Even later staat ook Does It Offend You, Yeah? op het programma in dezelfde zaal. Die band had al naam gemaakt en weet ook hier weer voor een buzz te zorgen. Feestelijk en dansbaar is het zeker, maar liedjes herkennen we niet echt in het geluid van deze band. Maar als het om grooves gaat, dan zit je bij de band met de geniale bandnaam natuurlijk wel goed.
Van We Are Balboa (Muziekschool) hadden we reeds een aantal goede echo's gehoord. Die maakte de band met de bevallige – in zilver & goud gehulde zangeres – ook grotendeels waar. Frisse rocksongs, een stemgeluid à la PJ Harvey op drift en vooral heel veel goede wil. Als toetje krijgen we nog een coverversie van Bowie's Under Pressure. Conclusie: smakelijke paëlla, maar nog iets te weinig pili-pili.
Reden om ons richting Het Parlement te spoeden waar het Franse duo Zombie Zombie zijn naam alle eer aandoet, maar dan wel in de erg positieve versie. De drummer en 'knoppenman' trakteren het publiek op een erg kaleidoscopisch stuwend en pompend klanklandschap dat het ene moment een ritmisch-primitieve regendans oproept en even later aan auditief behang à la Philip Glass refereert. Dit alles wordt geregeld gelardeerd met een stel oerkreten waarbij vooral de drummer laat blijken over jungle-roots te beschikken.
De rest van de avond vertoeven we in Huis Maas waar we een heleboel fraais geserveerd krijgen. Maar als amuse-guele krijgen we eerst het Zweedse Those Dancing Days te verwerken. Vijf knotsgekke high school-meiden op het jaarlijkse schoolbal die de tijd van hun leven hebben. Ze rocken er stevig op los maar het mooie zangeresje gaat vocaal helaas helemaal in de mist. Toch ongetwijfeld dé gimmick van de eerste avond!
Van een heel ander niveau zijn de Britse The Hoosiers. Een band die erg volwassen klinkt, jongleert met melodieën en muzikale patroontjes alsof het een lieve lust is en een zanger die zich volstrekt vermaakt. Enig minpuntje; we horen iets te vaak bombast à la Muse. Verder beschikken The Hoosiers over een grote dosis humor die je vrolijk maakt. Kortom, een band met een verhaal die we ongetwijfeld later op het jaar nog horen & zien.
We blijven in The United Kingdom met The Dykeenies. Een boysband met ballen die vanaf nummer één een vociale pletwals de zaal insturen. Maar dan wel eentje die juist getuned is en erg opwindend klinkt. Ook hier heel veel humor; een gitarist met het insigne Rambo op zijn schouderriem, kleurrijke hartjes op het toetsenstatief en songtitels zoals Boys Will Be Boys When It Comes to Girls… Het mag zeker nog wat gevarieerder maar de wil om er te komen, is levensgroot.
Het grootste feest komt pas op het eind van de nacht wanneer het – alweer Britse – erg kleurrijke Sonny J het podium bestijgt. Men neme één langbenige blonde prikkelpop die elk moment de indruk wekt dat ze ten hemel zal stijgen, een zwarte stevige zangeres die bulkt van de soul, een zwarte gitarist die moeiteloos de 200 kg haalt, een supercoole dj en een toetsenist die kan zingen. Giet daar een stevige portie funk, soul, disco, hiphop en vooral sturm-und-drang overheen en je krijgt een dance-party zonder weerga. Hoogtepunt: ongetwijfeld de Johnny Cash-cover Sunrise waarbij de 'Man in Black' vanop het vinyl een bescheiden, maar erg mooie bijdrage doet. Nodig Sonny J uit op je cocktailfeestje en na de eerste caipirinha staat elke gast gegarandeerd op je nieuwe tafelkleed te swingen.
Tekst: Anton Slotboom, Nico Slagter, Ruud Van De Locht
Beeld: Bullet Ray
Gerelateerde berichten:
- EuroSonic 2009 dag 1: A Brand en White Lies scoren meesterlijk
- Drie Drentse bands bekend voor EuroSonic 2010
- Eurosonic 2011 komt met nieuwe lichting namen
- WIN: 3×2 kaarten voor Movits! 20 april in Tivoli de Helling – AFGELOPEN -
- Motel Mozaique heeft met trio Woods uit Reare House live hoogtepunt van dag 2











