ROSKILDE (Denemarken)
3 t/m 6 juli 2008
Uit recent onderzoek is gebleken dat het Deense volk het gelukkigste ter wereld is. Na vier dagen rondhangen op het Roskilde Festival – zeg maar het Lowlands van Denemarken – kunnen we ons daar iets bij voorstellen.
Wat opvalt is dat blik op het festivalterrein is toegestaan en er gewoon met contant geld betaald kan worden (en dus niet met die vermaledijde muntjes waarvan je er in een vlaag van alcoholische hoogmoed altijd teveel koopt om ze daarna nooit meer kwijt te raken).
Over geld gesproken: jaren gold dat alcoholische dranken in Scandinavië erg duur waren, maar door de almaar stijgende drankprijs in ons land (en een klaarblijkelijk min of meer stagnerende drankprijs in Scandinavië) is dit niet meer van toepassing. Het hele festival lopen we halve liters bier (Øl in het Deens) à 36 Deense kronen te tanken. Dat is omgerekend € 4,83 per halve liter bier, een prijs die je tegenwoordig ook in Paradiso betaalt!
Mag het wildplassen hier ongeveer tot cultuur zijn verheven (nee, niet alleen door jongens!), toch valt op dat het festivalterrein opvallend schoon is. Plastic bierglazen worden door talloze vrijwilligers ingezameld en op het terrein staan vele vuilnisbakken waar ook daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. De vraag is natuurlijk: zou iets dergelijks ook op Lowlands werken of past zoiets gewoon niet in onze lompe volkscultuur? Over Lowlands gesproken: ook op het Roskilde Festival is er een festivalkrant, maar lang niet zo groot, leuk en gratis als ‘ons’ Daily Paradise. Voor een symbolische euro (omgerekend) krijg je een krant die maar moeilijk in het Engels verkrijgbaar is. In de spaarzame uurtjes waarin we niet naar bandjes kijken, is er dus een leuk tijdverdrijf: Deens lezen. Probeer het eens: als Nederlander met een beetje kennis van de Engelse en Duitse taal is het met enige moeite te doen. Genoeg geluld, muziek nu!
Dag 1: donderdag 3 juli
Voor een lang van te voren reeds uitzinnig publiek trapt Duffy af aan het eind van de middag. De blue-eyed soul is even zwoel als het tropische weer buiten de tent en valt zelf bij ons, notoire zwartkijkers, zeer in de smaak. Dat de strijkers op onder andere de prachtige nieuwe single Warwick Avenue uit een doosje komen, vergeven we haar. Wat verder opvalt (en niet alleen bij deze tent) is dat het geluid ook ver naar buiten uitstekend is.
Aan de andere zijde van het terrein – dat nog wel een maatje groter is dan dat van Lowlands – staat het publiek massaal te dringen voor de nieuwe sensatie MGMT. Door de prominente plaats voor de toetsen en de vrij hoge stem van de zanger doet de band ons bij vlagen denken aan onze Deense ontdekking van vorig jaar, Oh No Ono, maar die zijn toch wel een stuk beter. Ondanks een goede uitvoering van de hitsingle Time To Pretend slaat de vlam maar niet in de pan bij de aardige pop/rock met licht psychedelische inslag.
The Dø in de (godzijdank!) enige niet roken-tent klinkt erg goed en doet qua geluid vooral aan PJ Harvey denken. Opvallend is de cover Crazy van Gnarls Barkley.
Vol verwachting begeven we ons naar The Gossip, maar die verwachting wordt niet bepaald ingelost: dit is een saai, dreutelig flutoptreden van een band die live een sensatie zou moeten zijn. Vanavond dus duidelijk niet. Dieptepunt is een cover (of poging daartoe) van Radioheads Creep en dan is de boel eigenlijk al niet meer te redden. De hit Standing In The Way Of Control en de onvermijdelijke ‘ondergoed-act’ van zangeres Beth Ditto ten spijt.
Zodoende hebben we tot onze spijt ook nog eens het begin gemist van de headliner van vanavond, Radiohead: de band geeft een zeer indrukwekkend show, daarbij geholpen door kunstlicht (de lichtshow) en natuurlicht (de prachtig oranje kleurende Scandinavische hemel als achtergrond). Veel werk van de nieuwe plaat In Rainbows komt voorbij, maar ook klassiekers als Street Spirit, My Iron Lung en Karma Police; een zeer geslaagd einde van een half-geslaagde openingsdag.
Dag 2: vrijdag 4 juli
Enige voorbijtrekkende stapelwolken lijken enige verkoeling te bieden, maar niets is minder maar: ze lossen nagenoeg op en wederom is het en tropische dag in het hoge noorden.
Van Kate Nash krijgen we het vooralsnog niet warm, althans wat betreft haar muziek. We proberen ons in allerlei bochten te wringen om positief te blijven, maar hoe lang kun je een optreden als ‘sympathiek’ bestempelen? Dit is gewoon saai, het dreutelt maar voort en is bij vlagen ronduit vals. Tip: Zet thuis gewoon de cd Made By Bricks op.
Polarkreis18 (op z’n Duits uitspreken!) is een jonge band die goed naar Muse, en in mindere mate Keane heeft geluisterd, maar wel een zeer bevlogen, professioneel optreden geeft dat met veel jeugdig enthousiasme wordt gebracht; bis auf dem Reeperbahnfestival?
Wie denkt dat alles uit IJsland subtiel en sferisch is, komt bedrogen uit bij Mugison. Dit is dampende, zwetende bluesrock van het beste soort. Voor de liefhebbers van dampende, zwetende bluesrock dus; wij besluiten nog een stuk Band Of Horses mee te pakken, die net hun schitterende hit Funeral inzetten. Veel valt er niet op het optreden af te dingen, behalve dat we vanwege het massaal toegestroomde publiek, amper een glimp van de band opvangen. Misschien is dat – in dit specifieke geval – maar beter ook.
Gnarls Barkley krijgt met hun gepassioneerde rock met gemak het publiek voor het hoofdpodium op hun hand; met dank aan de charismatische frontman Cee-Lo. Maar tsja, Crazy blijft toch een nummer op eenzame hoogte dat moeilijk te meten is met de rest van hun materiaal. De Zweedse band First Floor Power (invaller voor de Franse band Aaron) blijkt onverwacht leuk: sympathiek rammelende pop/rock met toetsen, tamboerijn, meerstemmige zang en humor: "This song is called No Money, No Fee and it’s based on a true story…" Kings Of Leon is daarna een opvallende hoofdact. Zoals hun laatste album Because Of The Times al liet horen, is KOL tegenwoordig meer dan southern country. Het rockt, het is steviger, maar de geest van de zuidelijke States is nooit ver weg; denk aan The Black Crowes.
Dan staan we voor een dilemma: om 10 uur is er CocoRosie, maar een half uur later begint Grinderman: van alles een beetje dan maar. De gezusters Cassedy doen nog steeds geen concessies, laat staan greatest hits-shows (voor zover überhaupt mogelijk), dus blijft het eerste half uurtje erg ongrijpbaar. Het is overigens onvoorstelbaar hoeveel volk er voor CR op de been is, terwijl we ze vier jaar geleden zagen spelen in een niet uitverkochte bovenzaal van Paradiso! Nick Cave trekt al jaren volle zalen en staat dan ook niet voor niets op het hoofdpodium met z’n hobbyband Grinderman. Het is een stevige, maar strak spelende band met een opvallend vitaal ogende Cave, die naast zang ook gitaar- en toetsenpartijen voor z’n rekening neemt. Op de gigantische videoschermen is duidelijk te zien dat hij geniet van alle aandacht en waardering: een feestje voor band en publiek!
Alison Goldfrapp heeft een ware metamorfose ondergaan, zowel uiterlijk als muzikaal. Natuurlijk komen nog de nodige elektropopknallers van de voorlaatste albums voorbij, zoals Strange Machines, de nadruk ligt toch meer op het onlangs verschenen sfeervolle album The Seventh Tree. Dit leidt tot het gebruik van instrumenten als een harp en een elektrische viool, terwijl meske Goldfrapp haar zwarte latexpakje heeft ingeruild voor een sfeervolle rode jurk. Staat ze bekend als nurks, nu lijkt ze er zowaar plezier in te hebben: geweldige show!
Dat geldt ook voor de afsluiter van vandaag op het hoofdpodium: Mike Skinner ofwel The Streets. Een paar jaar geleden konden we nog honderduit schrijven over Skinner die of stoned, of bezopen (of beide) op het podium stond, nu is de man nuchter en volstaan we inderdaad met ‘geweldige show!’.
Dag 3: zaterdag 5 juli
Nu doet zich een vreemde situatie voor: terwijl het eerste (en vandaag enige) minuscule buitje in dank wordt aanvaard, verheugen we ons op Efterklang: mooie, subtiele muziek zou het zijn. De belangstelling voor deze band is echter onverwacht groot, waardoor we niet meer naar binnen mogen. We besluiten dan maar buiten naar de band te gaan luisteren, maar dat blijkt volledig onmogelijk. Al het geluid hier wordt plotseling overstemd door de act die dan het hoofdpodium betreedt: L.O.C. Deze Deense hiphopsensatie wordt met veel enthousiasme ontvangen. De rapper ziet er uit als de jongere broer van Silvio Berlusconi en is gekleed in een smetteloos wit pak. Alleen de woorden ‘Roskilde’ en ‘motherfucking’ zijn te verstaan. Gelukkig hoeven we niet alles te begrijpen.
Een Deense band die we beter begrijpen is The Fashion. De nerdy zanger ziet er weliswaar uit alsof hij het woord mode uit een woordenboek over UFO’s en andere ongedefinieerde buitenaardse objecten heeft gehaald, dat doet niets af aan de muziek: lekkere energieke indierock met vleugjes punk en emo. Ook heel goed, maar meer een toevalstreffer: Nicole Atkins And The Sea. De aantrekkelijke frontvrouwe heeft een prima band achter zich die gevoelige, maar powervolle pop/rock speelt met een vleugje sixtees; een beetje kruising tussen Ellen Ten Damme en Kate Nash die toevallig wel eens haar dag heeft op het podium. Onverwacht hoogtepuntje.
Van de prachtige hypnotiserende elektrorock van The Notwist kunnen we helaas maar een klein stukje meemaken, want er staan belangrijker zaken op het spel: My Bloody Valentine. Het moet gezegd worden dat de shoegazerhelden al onze verwachtingen overtreffen. Dit is het tweede hoogtepunt van de dag (en van het totale festival). Waarom? Bijvoorbeeld omdat het geluid prima is, omdat het grootste deel van één van de beste albums ooit (Loveless) voorbij komt, omdat Bilinda Butcher er nog steeds appetijtelijk uitziet en omdat er geen contact met het publiek wordt gemaakt. U zegt? Ja, dat hoort bij het genre. En dat alle briljante songs verzuipen in fuzz en distortion? Ja, ook dat hoort erbij. En laten we het ‘slotakkoord’ niet vergeten: 15 minuten monotone gitaarnoise in aanzwellend volume.
The Ravonettes speelt hier een thuiswedstrijd. Ditmaal wat meer surf- en sixtiesinvloeden en wat minder Jesus And Mary Chain, maar doet niets af aan dit verder prima optreden.
Wie beweert dat My Bloody Valentine anno 2008 nog steeds relevant is, kan niet veel anders concluderen dan dat The Chemical Brothers dat tegenwoordig ook nog zijn. Op het hoofdpodium trapt men af met Galvanized maar dan zonder de bijdrage van rapper Q-Tip en dan denken we plotseling: wat is hier nu eigenlijk precies live aan? Maar we kunnen niet meer zo goed denken, laat staat dansen, dus concluderen we met de grote horde hossende hedonisten dat het een geweldig optreden is.
Dag 4: zondag 6 juli
Eindelijk wat meer bewolking en wat koeler al zou dat nog een vervelend staartje krijgen. Het Noorse Supersilent maakt het de luisteraars niet makkelijk met hun… ja, met hun wat eigenlijk? Geïmproviseerde, elektronische avant-garde-jazz? Minimalistische rimboe-funk? Vervreemde soundscape noise? Zonder een waardeoordeel te vellen: dit valt wel erg zwaar op onze nuchtere maag. Verassing op het hoofdpodium: Ilse DeLange spreekt Deens! Geintje natuurlijk: Ilse en haar Deense collega Tina Dico zullen zich ongetwijfeld autonoom van elkaar ontwikkeld hebben, maar de gelijkenissen zijn treffend: uiterlijk, stem, muziek en populariteit.
Verbazen doen we ons bij het rariteitenkabinet A Kid Hereoften And The Slaves To The Truth: iets heel onduidelijks uit Denemarken dat nog het meest op een klassiek orkest lijkt en meerdere optredens op dit festival heeft gedaan. Er is een dirigent (!) compleet met dameskoor en klassiek instrumentarium. ‘Voorganger’ is een in smetteloos rood pak gestoken Raspoetin die naast zingt ook rapt. Daarnaast zijn er diverse (extravagante) gast-vocalisten. We begrijpen er niets van, maar vermaken ons kostelijk.
Catpower valt in de categorie ‘middenmoot’: slecht wordt het nooit, maar opwindend – laat staan verassend – is het ook niet.
Om Bob Hund te begrijpen, moet je echt uit Scandinavië komen; van zowel de teksten als de aankondigingen verstaan we geen woord. Bij vlagen klinkt Bob Hund als The Fall (dus eigenlijk best ok) overgoten met een saus van humor (afgaande op de vele lachende gezichten op het veld).
Dan wordt het toch nog dringen op de valreep: nog voor Bob Hund klaar is, speelt Bonnie ‘Prince’ Billy om kwart voor acht. Het alter ego van Will Oldham wordt ditmaal bijgestaan door o.a. een staande basgitarist en een violiste die tevens als tweede stem fungeert. Evenals op zijn recentste platen heeft de duistere sound van I See A Darkness plaats gemaakt voor een aanzienlijk warmer geluid. Nog voor het einde moeten we snel rennen naar de andere zijde van het terrein want reeds om kwart voor negen speelt daar Hot Chip. De band oogt en klinkt in eerste instantie als een ‘gewoon’ indierockbandje met teveel bandleden en teveel ideeën die niet erg uit de verf komen. Geleidelijk nemen de dance-invloeden toe en lijken de bandleden ook beter op elkaar ingespeeld, hetgeen uiteindelijk toch resulteert in een prima optreden. Opmerkelijk is afsluiter Nothing Compares 2 U van Prince / Sinead O’Connor.
Ondertussen heeft God de zondvloed uitgestort over de feestgangers en na een korte wandeling naar het hoofdpodium zijn we al zeiknat. Afsluiter Jay-Z klinkt wel vet en het publiek vind het ook allemaal erg okee. Wij zijn inmiddels murw na vier dagen Roskilde Festival en druipen af naar ons vieze verregende tentje: een slot in mineur van een verder uitstekend festival. Willem Roose











