{mosimage}BRUGGE (België)
13 juli 2008
Wie drie de dagen naar Cactus komt en op de camping overnacht, zal het de programmeerders in dank afnemen dat er gekozen is voor de zachte alt.country folk van Phosphoresent als opener. Het zonnetje heeft er alweer zin in en glimlachende gezichten zijn naar de Amerikaanse band gericht. Het feest barst vandaag nog wat vroeger los. Ditmaal is dat te danken aan Devotchka. Hoofdingrediënten zijn Oost-Europese invloeden, op smaak gebracht met indierock, mariachi en zigeunersound, vakkundig samengesteld door bandleden die stuk voor stuk uit een film lijken te zijn gestapt. Boven het podium vertoont een acrobate haar kunsten.
We blijven in Balkansferen met Shantel en het Bucovina Club Orkestar en zijn Disko Partizani. Waar Devotchka aan de theatrale kant is, zijn het vooral de opzwepende beats, zanglijnen en instrumenten die hier indruk maken. En die bovenal de voetjes van de vloer krijgen. De stemming is opperbest.
Dan is het de beurt aan Arsenal. Met hun nieuwe album Lotuk gooien ze hoge ogen en de singles slaan, zoals het Arsenal betaamt, in als een bom. Zo ook in het park op deze mooie zondag. Gewillig laten we ons bezweren door de dromerige lange klanken van Hendrik Willemyns gelardeerd met etnisch geïnspireerde drums die je doen denken aan lange autoritten door verre, warme landen. Frontman John Roan heeft met zijn rode haar en bleke huid nu niet meteen het meest exotische uiterlijk, maar is echter wel een doorgewinterde wereldreiziger en -burger in hart en nieren. En dat hoor je. Zijn zangpartijen verkeren in het charmante gezelschap van die van de exotische schone Leonie Gijsels. Gewoonweg een prachtig optreden vol passie en plezier.
Sokken
The Kills zoekt het plezier meer in de steegjes van indierock-land. Het duo weet met moeite de aandacht vast te houden, al spelen ze geen slechte set. Ze vormen wel een goede brug naar Sophia. Singer-songwriter Robin Proper-Sheppard doet er hier nog een schepje bovenop door zijn stemmige sound te voorzien van een strijkerssectie. Erg indrukwekkend, alleen jammer dat Proper-Sheppard zoveel babbelt over sokken.
Velen kwamen echter voor één van de markantste figuren uit de muziekgeschiedenis: funkpriester Bootsy Collins. Met zijn typische smile en sterrenbril komt hij het podium op om te vertellen wat ons te wachten staat. Het blijkt een James Brown-tribute show te zijn, inclusief een lookalike die nog aangewezen is door Brown zelf als zijn opvolger. Bootsy speelt op de bas en zingt af een toe een nootje mee op de achtergrond. Tony Wilson blijkt een waardige opvolger: hij lijkt echt op Brown en beweegt en klinkt bovendien ook als de grootmeester. Pas tegen het eind treedt Bootsy op de voorgrond en laat ons wat meezingen. Youssou n’Dour is rijkelijk laat doordat hij eerder vanavond nog op North Sea Jazz stond. Met zijn bezwerende Afrikaanse sound sluit hij het festival in schoonheid af. Saskia Videler





