DOUR (België)
17 t/m 20 juli 2008
In het politiek verscheurde België lijkt momenteel elk compromis ver te zoeken. Toch drijft een gedeelde zucht naar kwaliteitsmuziek de festivalminnende Belgen toch ook dit jaar weer naar Festival Dour. Natuurlijk is het niet enkel de muziek, maar zijn het ook de drank en drugs die een aanzienlijke rol spelen tijdens deze vierdaagse verbroedering. Dit blijkt al bij aankomst op het station, alwaar een hondenbrigade van de politie de festivalgangers op nogal intimiderende wijze welkom heet. Op het festival aangekomen is het leed alweer geleden en is het genieten geblazen van de ontspannen atmosfeer waarvoor we hier zijn gekomen.
De programmering van donderdagavond en -nacht wordt gedomineerd door elektro-acts als Tiga, Moonbootica, Pendulum en Zombie Nation. Het hart kan dus meteen worden opgehaald aan een nacht lang vette beats en saaie podiumpresentaties. Deze avond is overigens geen juiste doorsnede van de zeer brede programmering.
Zo staat de vrijdag in het teken van hiphop met Ice Cube, Beans en de Wu-Tang Clan terwijl op zaterdag reggae-held Michael Rose en de rootsrockers van Steel Pulse de zomer komen afdwingen. Wu-Tang Clan stelt ronduit teleur met een ongeïnspireerde set, die wel uit oud goud bestaat, maar waarin de nummers vaak niet eens worden afgemaakt. Hatebreed sluit de vrijdagavond af met een dik uur domme mosh en een vermoeiende fuck you-attitude waarmee de band maar weer eens laat zien hoe saai muziek kan zijn.
Nederland is met alleen Typhoon en Backfire! (Born From Pain zegde af) wat magertjes vertegenwoordigd bij de zuiderburen. Toch weet Typhoon, ondanks de taalbarrière, het kunststukje dat Opgezwolle vorig jaar op Dour flikte in het klein te herhalen en de hele tent voor zich te winnen.
Positieve verrassingen zijn er overigens genoeg dit festival. Syd Matters uit Frankrijk, Efterklang uit Denemarken, Subtle uit de Verenigde Staten en Ultraphallus uit België zelf gooien allen hoge ogen. De laatste band opent de vrijdagochtend met slepende hardrock waarbij lustig uit diverse metal- en hardcore-vaatjes wordt getapt. De Belgische aanhang tapt trouwens uit een geheel ander vaatje en stapt met grote passen in het rond, terwijl men geconcentreerd in de verte kijkt en kajakbewegingen met de armen maakt.
Hoe je jezelf kunt vergissen in je beeldvorming van een artiest blijkt bij het eveneens uitstekende optreden van Pinback, waar achter de ingetogen stem van de vocalist een brede bandana-dragende biker met een enorme baard blijkt schuil te gaan. Woven Hand is, zoals verwacht, bijzonder indrukwekkend en weet zich daarmee te onderscheiden van de eerder genoemde teleurstellende grote namen. De kracht van Dour lijkt hem dan ook te zitten in de brede programmering, waarbij kwaliteit voorop staat en weinig plaats is voor Engelse hipheid en grote Amerikaanse schnabbelaars. Lennart Westeneng





