Lowlands 2008 dag 3: Editors laat zich gaan

Lowlands 2008 dag 3: Editors laat zich gaan

editors4.jpgBIDDINGHUIZEN
17 augustus 2008

Het is nergens beter ontkateren dan onder het gehoor van Lucky Fonz III. Met zijn aanstekelijke presentatie (nadat hij om veel rook op het podium gevraagd heeft: "Ik heb in kroegen gespeeld waar meer rook was") en zijn lekker in het gehoor liggende verhalen op muziek steelt hij de harten van het Lowlands-publiek. In het laatste nummer fluit het hele publiek mee en een half uur na het optreden komen we nog steeds mensen tegen die vrolijk het het bewuste melodietje fluitend hun laatste festivaldag ingaan.

Advertentie

We Are Scientists is live best aardig, maar op een festival met zoveel kwaliteit is dat toch net niet genoeg. Tussen de nummers door zijn de heren doorgaans enorm grappig, maar als je het stand-up comedy aspect wegstreept, klinkt de puntige indierock toch wat flets en inwisselbaar. De Zweedse Lykke Li vormt een uiterst aangename verrassing. We hadden alleen haar eerste EP nog maar gehoord, maar haar sferische liedjes vol kleine bliepjes en geluidjes geven haar genoeg eigen identiteit en we beloven dus plechtig dat we haar na vandaag nooit meer ‘ een soort Björk’ zullen noemen. Hoe we haar wel moeten noemen weten we nog niet precies, maar misschien is dat ook wel het spannende aan deze excentrieke dame.

Hercules & Love Affair zit op het DFA-label maar lijkt qua sound in bijna niets op LCD Soundsystem. Hercules is het geesteskind van dj Andy Butler en warmbloedige disco-invloeden treden bij hem meer op de voorgrond dan killere punkfunk-grooves. In de Bravo nemen zangeressen Kim Ann en Nomi echter het voortouw en zij tillen de show, gezamenlijk met een uitmuntende liveband, moeiteloos naar een hoger plan. Godsamme, wat swingt dit! De nummers worden allemaal aan elkaar gesmolten via Butler’s smoothe acid-beats en het contrast tussen tomboy Kim Ann en de waanzinnig geil dansende en met een enorm timbre zingende über-beauty Nomi maakt het plaatje meer dan af. Whoo! Police In Dub is op papier (en op cd) een cool project waarbij reggaemuzikanten songs van The Police door de mangel halen. Live blijft het een cool idee, maar vooral de zanger van de band weet niet echt te overtuigen. Maar wie weet: dit is de allereerste keer dat de formatie live op de planken staat.

Halverwege de zondagmiddag staan de sympathieke gypsypunkers van Gogol Bordello te trappelen om het massaal toegestroomde publiek te mogen vermaken. En hoewel de voeten van menig festivalbeest het dreigen te begeven, beeft de planken vloer van de Alpha onder de meute hossende mensen. Het is een genot om naar frontman Eugene Hütz en zijn gevolg te kijken en zigeunerkrakers als Wonderlust King, Start Wearing Purple en Supertheory Of Supereverything maken het feest compleet. Wie je ook niks hoeft uit te leggen over het inpalmen van een festivaltent is het Zweedse The Hives. De mannen fluimen hun typisch Scandinavische garagerock zo overtuigend richting onze oren, dat alle weerstand zinloos is. Tel daarbij de aanstekelijke praatjes van frontman ‘Howling’ Pelle Almqvist en prima nummers van het laatste The Black And White Album als Well All Right!, Return The Favour en natuurlijk Tick Tick Boom, en de conclusie luidt inderdaad: “The Hives will last forever!”

Het uit Brooklyn, New York afkomstige Yeasayer weet het publiek niet direct bij de strot te grijpen, maar als je even blijft staan en de geluidsmantra’s op je in laat werken volgt de betovering alsnog. Misschien is dit wel de vreemdste band van deze editie, zo soepeltjes vloeien tribal-ritmes en progressive rock-intermezzo’s in elkaar over. Een soort postmoderne Talking Heads, maar dan psychedelischer en eigentijdser. MGMT doet ook in psychedelica, maar kiest voor de publieksvriendelijkere variant. Hun naam gonst vooraf al behoorlijk rond en dus is de India nokkievol als het optreden begint. Maar na een paar nummers is er ook al sprake van een kleine uittocht, want veel mensen lijken gekomen te zijn omdat vrienden beweerden dat dit ‘ the next big thing’ is. Hits als Time To Pretend, Kids en het Prince-achtige Electric Feel bevestigen die status overigens wel. Dit soort nummers vormt een ideale mengelmoes voor een nieuwe generatie muziekliefhebbers, voor wie genres niet echt meer bestaan. Haarband in je haar, 70’s invloeden nadrukkelijk aanwezig, lome dancefeel en indie-credibility ook van de partij… MGMT is een heerlijk wazige scenestar-band.

Tricky’s nieuwste cd is erg sterk, maar live klinkt hij toch ietwat geforceerd. Wat valt te prijzen is dat hij 100% real is en geen showtje opvoert, maar zijn intense manier van raspend praat-zingen is inmiddels wel een tikje aan de voorspelbare kant. Sommige nummers weten je nog steeds plezierig te bedwelmen, maar het laatste nummer van de set hamert veel te lang door. Het weer zorgt wel voor een ideaal bijpassend sfeertje: halverwege Tricky’s set wordt het opeens enorm duister en komt de regen met bakken uit de lucht. Het geluid in de Grolsch is tijdens Elbow om door een ringetje te halen. De band is aangevuld met twee strijkers die de orkestrale sound van de band mooi verder inkleuren. Terwijl de regen met bakken uit de hemel valt is er veel werk te horen van de laatste plaat The Seldom Seen Kid. Als iedereen in het voorste vak tijdens de formidabele afsluiter One Day Like This tegelijkertijd met de uitgedeelde Elbow-vlaggetjes begint te zwaaien, is er officieel sprake van een kippenvel-moment.

Gelukkig voor Black Kids motregent het alleen nog als zij op moeten, waardoor er voor het onoverdekte Charlie-podium toch nog redelijk wat mensen staan. Live klinkt het vijftal (drie blank, twee zwart) lekker springerig: op een luchtige indie-jengelmanier. I’m Not Gonna Teach Your Boyfriend How To Dance With You is tot nu toe de enige overduidelijke hit, maar er zitten best wat opvolgers tussen het overige repertoire en live bewijzen de Kids hun mannetje te staan. Subtiel, frivool en lekker luchtig. Dat is ongeveer het tegenovergestelde wat je van Canadees elektropunkduo Crystal Castles kunt zeggen. Alleereerst staan ze geprogrammeerd in de bomvolle, zweterige X-Ray-hal, maar ook muzikaal kiest het tweetal voor opgefoktheid, druggy acid-bleeps en de schreeuwerigheid van de stevigere Yeah Yeah Yeahs. Of je het nu noise-elektronica of Commodore-terreur noemt, de opstandige geest van de (post-) new rave laat zich gelden in de staart van het festival.

dEUS
heeft dit jaar wat goed te maken op Lowlands, zo meent de altijd flamboyante Tom Barman. Het publiek krijgt dan ook een show voorgeschoteld die staat als een huis. Werk van het nieuwe album Vantage Point – met als voorlopig hoogtepunt The Architect – wordt net zo gemakkelijk afgewisseld met oudere vertrouwde nummers als Instant Street, Nothing Really Ends en Suds & Soda. Wie de architect is op het podium is, valt gemakkelijk af te lezen aan de korte hoofdgebaren waarmee Barman zijn band dirigeert.

Geheel andere koek bij de afsluiter van het kleinschalige Charlie-podium: Anti-Flag. Voor ons staat een band met idealen, en dat zullen we weten ook. “George Bush moet niet denken dat hij ons feestje hier kan verstoren door het hier te laten regenen”, roept bassist Chris Baker schertsend. En het feest gaat inderdaad door: daar vliegt de eerste schoen reeds door de lucht tijdens The Bright Lights Of America. Respect voor de tomeloze inzet van deze protestzangers 2.0. Het gaat goed met Editors. Zagen we de Britten op Pinkpop bij daglicht al schitteren, de rol van afsluiter op Lowlands vervult de band met verve. Met slechts twee albums in de achterzak steken Tom Smith en consorten menig headliner naar de kroon. De anders zo ingetogen frontman laat zich voor Editors-begrippen volledig gaan en zweept en dweept het publiek naar grote hoogten. Saillant detail: tijdens Smokers Outside The Hospital Doors wordt er – ondanks het rookverbod – naar hartelust gepaft in de Alpha. Pim van de Werken, Arnold Scheepmaker, Johan van de Werken

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in Live Recensies. Bookmark de permalink.