{mosimage}“Claw Boys Claw is een vreemde eend in de bijt tussen alle pop- en rockbands die je in Nederland hebt. Internationaal trouwens ook. We gaan voor 98 procent ons gevoel achterna. De andere twee procent is chaos.”
Aan het woord is Peter te Bos. De charismatische frontman van Claw Boys Claw zit in pyjama op de bank van zijn huis, ergens in het centrum van Amsterdam. Naast hem gitarist John Cameron, om hem heen souvenirs en relikwieën uit een rijk leven. De muren zijn behangen met tientallen foto’s, kaarten en platen; het is er een geordende puinhoop. Zo heeft het huis van Te Bos meer parallellen met de muziek van zijn band dan je in eerste instantie zou denken.
“Als we live spelen, ontstaat er een soort chaos waar toch een duidelijke lijn in zit”, verduidelijkt John de woorden van zijn collega. “We houden ons niet compleet vast aan de nummers, het kan echt alle kanten op gaan. Als op een gegeven moment iedereen de weg kwijt lijkt, lukt het ons toch weer om terug in het gareel te komen. Het verbaast me dat er geen andere bands zijn die het zo doen. Het is een trucje dat wij kennelijk beheersen. Daarnaast is Peter natuurlijk een van de beste frontmannen die je kunt hebben. Alles wat hij doet spat van het podium af. Er zijn genoeg goede bands, maar de meeste muziek blijft ergens op de rand van het podium hangen.”
Briefje
Claw Boys Claw beleeft haar hoogtijdagen in de jaren tachtig. Lange tijd geldt de Amsterdamse formatie als de meest dwarse alternatieve band van het land. Desondanks wordt in 1986, tijdens een memorabel optreden op Pinkpop, voor het eerst ook het grote publiek bereikt. Letterlijk: Te Bos bekogelt de toeschouwers met fruit, blikjes en zelfs zijn schoenen. Een jaar later verschijnt het topalbum Crack My Nut en in 1992 scoort Claw Boys Claw zowaar een Top 40-hit met het nummer Rosie. Weer een jaar verder staat de band drie keer in een uitverkochte Kuip: als voorprogramma van U2. Daarna neemt de aandacht af en aan het einde van de jaren negentig lijkt het grote avontuur definitief over. Lijkt, want acht jaar na het laatste teken van leven gaat Claw Boys Claw gewoon weer op tournee – alsof er niets gebeurd is. Het nieuwe album Pajama Days ligt vanaf februari in de winkels.
John: “We zijn altijd doorgegaan met liedjes schrijven en muziek maken, we traden alleen niet meer op. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat er nog een cd zou komen, of dat we nog een keertje live zouden gaan spelen. Het heeft alleen een beetje lang geduurd.”
Peter: “Er waren momenten waarop ik me afvroeg, of we ooit nog als Claw Boys Claw op het podium zouden staan. Onze drummer Marc Lamb wilde eigenlijk niet meer, bassist Geert de Groot was met Solex gaan spelen. Uiteindelijk heeft het zichzelf opgelost. Ik hoorde via via dat Marc er misschien toch weer zin in had: ik heb toen een briefje in zijn bus gedaan. Hij kwam een keertje meespelen en was direct weer om.”
“Tegelijkertijd bedacht ik me dat bassist Marcus Bruystens anderhalf jaar geleden eens had gezegd dat hij wel eens met ons mee wilde spelen”, vertelt John. “Er bleek een magie tussen ons te bestaan en zo waren we weer op volle sterkte.”
Stinkende jongens
Uiteindelijk is alles toch weer ten goede gekeerd, concludeert Peter. “Maar als ik eerlijk ben, dacht ik zelf ook wel eens: wil ik het nog wel? Waarom zou ik om twee uur ’s middags in een tourbusje willen stappen met al die stinkende jongens? Eerst een paar uur in de file staan en als je dan bij zo’n zaaltje komt, zijn er alleen chips en pinda’s te eten. Dan moet je even je ding doen en stap je om vier uur ’s nachts eindelijk je bed in. Met veel te veel drank op, want dat laat je ook niet, natuurlijk.”
Nu begint het hele liedje weer van voren af aan. “Want toen de plaat af was, vonden we dat we ook moesten gaan touren. Opeens zit je dan toch weer in dat onvermijdelijke busje. Op weg naar Hellendoorn, nota bene. Het was zo grappig: we stopten bij een tankstation en daar kocht ik van die roze koeken. Die had ik al jaren niet meer gezien. Zo komen al die automatismen van weleer weer terug. En het is geweldig, ik had dit voor geen goud willen missen.”
Glimmend
Er komen vanzelfsprekend veel oude fans naar de shows kijken – die net als in de good old days vrijwel allemaal uitverkocht zijn. Toch heeft de luid bejubelde comeback ook de aandacht getrokken van een jongere generatie concertgangers. “Er zijn veel mensen die nooit in de gelegenheid waren om ons te zien. Het is fijn dat zij nu toch nog de kans krijgen”, stelt John. Is hij niet bang dat het publiek alleen het oudere werk wil horen? “Dat zou niet erg zijn, want we spelen ook veel oude dingen.” Peter: “Het is natuurlijk altijd spannend als je een nieuwe cd gaat promoten. Maar die angst is nu wel weg. Het publiek blijkt ook de nieuwe tracks geweldig te vinden. Mensen gaan glimmend en genezen naar huis, je ziet ze ervan opknappen.” Het is goed te begrijpen dat ook de nieuwe songs van Pajama Days aanslaan bij het publiek: ze kennen namelijk de onbevangenheid die ook het oude werk sierde. Knap, dat een band na bijna 25 jaar nog steeds zo spontaan kan klinken als in de begindagen. Misschien heeft de lange pauze hier wel aan bijgedragen. John: “Hoewel we geen ‘plan de campagne’ hebben, is het niet de bedoeling om er weer acht jaar tussenuit te gaan. We horen om de haverklap het woord ‘reünie’ vallen. Het is echter niet zo dat we even een paar optredens doen, om vervolgens weer te stoppen.” Klaas Knooihuizen
livedata 9 februari P60, Amstelveen 22 februari Boerderij, Zoetermeer 23 februari Hedon, Zwolle 28 februari Mezz, Breda 29 februari P3, Purmerend 1 maart Waerdse Tempel, Heerhugowaard 7 maart Tivoli, Utrecht 8 maart Atak, Enschede 14 maart Romein, Leeuwarden 21 maart So What, Gouda 28 maart Paradiso, Amsterdam 24 april Doornroosje, Nijmegen 26 april Manifesto, Hoorn 22 mei Effenaar, Eindhoven





