The Dillinger Escape Plan: pechvogels of brokkenpiloten?

The Dillinger Escape Plan: pechvogels of brokkenpiloten?

{mosimage}Al meer dan tien jaar is The Dillinger Escape Plan hét vlaggenschip van het mathcore-genre. Maar ook op een vlaggenschip varen soms brokkenpiloten. Gitarist Ben Weinman lijkt wat dat betreft voor het ongeluk geboren. Als een soort Amerikaanse Bennie Jolink ligt hij regelmatig volledig in de kreukels. En ook de totstandkoming van het nieuwe album Ire Works verliep nogal ongelukkig. Ten tijde van dit interview is de gitarist en songschrijver herstellende van een voetblessure, opgelopen tijdens videoclip-opnames. “Ik voel nog steeds pijn”, antwoordt Weinman, gevraagd naar zijn fysiek. “Maar het weerhoudt me er niet van om te doen wat ik moet doen.”

Advertentie

Touren, bedoelt hij hiermee: avond aan avond als een krankzinnige over het podium buitelen. “Daar ben ik nog altijd ongeremd”, zegt hij beslist. “Ik zou niet anders willen. Toch leef ik mijn leven anders nu. Ik ga bijvoorbeeld niet meer skaten of snowboarden, zoals ik eerder veel deed.”
Weinman heeft ook geen keuze, want de financiële conditie van de band is niet al te best. “Ja, dat is goed klote.

Als je door ziekte of blessures niet kunt touren, is het erg moeilijk om je hoofd boven water te houden. Alleen met optredens en verkoop van merchandise verdien je geld. We moeten erg oppassen. En ja, ik in het bijzonder.”

Breuk
The Dillinger Escape Plan heeft sowieso een wat ongelukkige tijd achter de rug. De opnames van Ire Works werden gefrustreerd door ziekte, technische problemen en bovenal het vertrek van drummer Chris Pennie naar Coheed And Cambria. Weinman over de breuk: “Voor hem betekent dit waarschijnlijk hetzelfde als daten met een nieuw vriendinnetje. Het is ontzettend leuk en spannend om met nieuwe mensen te werken. Dat hij nieuwe dingen wil proberen, kan ik hem eigenlijk niet kwalijk nemen. We speelden per slot van rekening al meer dan tien jaar samen in deze band. Natuurlijk ben ik niet blij met de manier waarop dingen zijn gelopen, maar de situatie is in ieder geval stukken beter zo.”
Iedereen die zich het afgelopen decennium heeft verbaasd over de mathcore-strapatsen van Dillinger, weet dat een talent als Pennie niet makkelijk te vervangen is. De band zocht daarom contact met de elite van het mondiale (metal)drummen: Sean Reinert (Cynic, Aeon Spoke) werd benaderd, Morgan Ågren (Fredrik Thordendal, Frank Zappa) en zelfs Terry Bozzio. Allen hadden uiteindelijk redenen om de opnameklus niet aan te nemen. Dus begon Weinman samen met een bevriende studiotechnicus zelf aan het programmeren van de drumpartijen. Een noodscenario, dat op de valreep kon worden geschrapt toen trommelaar Gil Sharone zich meldde. “Bijna jammer dat we toch nog een drummer vonden”, lacht Weinman. “We hadden al zoveel slapeloze nachten aan die geprogrammeerde drums besteed. Toch is het goed dat we Gil vonden. Nu kunnen we weer gewoon een band zijn.”

Trots
“Er hing een tijd lang een negatieve sfeer rond de band”, vervolgt hij. “We hadden onderling allerlei binnenbrandjes te blussen. Voor mij extra vervelend, want ik ben nog het enige oorspronkelijke bandlid. Gelukkig heeft Dillinger zich er doorheen geslagen. Ik kan het niet helpen, maar daar ben ik best trots op. Ongeacht wat er om ons heen gebeurt, weten we toch onze koers vast te houden. Bovendien vind ik het erg gaaf dat we nu een aantal nieuwe, getalenteerde muzikanten in de band hebben. Jongens die oorspronkelijk fan van Dillinger waren. Ik zeg het je: we’re on top of our game.” Tekst: Rienk Wopereis

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in interviews. Bookmark de permalink.