PARADISO, Amsterdam
2 maart 2009
In de studio bestaat Eagles Of Death Metal uit Jesse Hughes en Josh Homme (Queens of The Stone Age) en wat er toevallig aan vrienden komt binnenvallen. Op het podium van Paradiso vinden we behalve Jesse Hughes (zang/gitaar) ook Dave Catching (gitaar) en Brian ‘Big Hands’ O’Connor die nu alweer een aantal jaar meetouren. Als drummer heeft hij deze keer Joey Castillo van Queens Of The Stone Age geleend. Bij het intromuziekje komt Jesse al meteen swingend en met een brede grijns het podium op. Ze worden dan ook zeer warm onthaald en nemen de tijd om daarvan te genieten. Als ze klaar staan, duurt het nog even voor de geluidsman doorheeft dat het intromuziekje wel mag stoppen, maar daarna gaat de band er vol in.
Het publiek ook, de voorste helft van de zaal verandert acuut in één kolkende massa. Eén ding is duidelijk vanavond, zowel band als publiek zijn uit op een feestje.
Castillo heeft deze keer geen roadie die hem drumstokken voert, maar hij weet er toch nog aardig wat te verslijten. Gelukkig is er wel een roadie die zijn vingers riskeert voor het opnieuw vastzetten van de koebel. Castillo slaat hard, maar altijd op precies het juiste moment. De bas in de enorme handen van O’Connor lijkt op een luciferhoutje, maar word kundig bespeeld. Catching speelt ontspannen en goed en heeft de meeste onderonsjes met Hughes. Als hij zijn flying V-gitaar inruilt voor één met een spiegelend oppervlak heeft Hughes mooi een spiegel om even zijn haar en pornosnor te kammen. Dat doet hij maar één keer tijdens dit optreden en deze keer worden er geen nummers opgedragen aan the ladies, wat hij vorige keren wel deed. Wel vind Hughes het publiek geweldig en was het vorige optreden in Paradiso nog steeds de meest geweldige show die ze ooit hebben gedaan. Ondanks dat je hem ervan verdenkt dat hij al die complimenten aan ieder publiek geeft, geloof je hem toch. De man weet zo’n oprechte blijdschap uit te stralen dat heel uitverkocht Paradiso op zijn minst een glimlach op zijn of haar gezicht krijgt als Hughes als een ekster over het podium huppelt.
Zijn er dan geen minpunten? Als je goed zoekt wel. EODM speelt niet echt vernieuwende rock ‘n’ roll, er zijn soms wat lange pauzes tussen de nummers, Hughes is geen geweldige zanger. Wat vooral opvalt als hij een paar nummers solo doet aan het begin van de toegift. Toch doet dat er geen ruk toe. Het is een feest, het is sexy, het swingt, het staat als een huis, de wisselwerking tussen band en publiek is helemaal goed en waarschijnlijk gaat iedereen heel blij naar huis. Wat kan je nog meer wensen van een avondje rock ‘n’ roll? Hiske Pronker





