FESTIVALTERREIN, Roskilde (DK)
2 tot en met 5 juli 2009
Vorig weekend vond in Denemarken één van de belangrijkste festivals ter wereld plaats: Roskilde. Natuurlijk was LiveXS hier aanwezig.
Het werden dagen met veel zon, drank, illegaal camperen en een overdosis muziek. Van hippe bands als The Pains Of Being Pure At Heart en Friendly Fires tot oudgedienden als Faith No More, Madness en Nick Cave. Lees hier het uitgebreide festivalverslag.
Dag 1: donderdag 2 juli
Om maar direct met de deur in huis te vallen, de eerste indruk van Roskilde 2009 is op z’n zachtst gezegd niet erg positief. Zo moeten we voor het eerst een ’accreditation-fee’ betalen. Alsof iemand je uitnodigt op zijn verjaardagsfeestje, maar je pas mag komen nadat je hem een bepaald bedrag hebt overgemaakt. Hoewel we op dezelfde dag op ongeveer hetzelfde tijdstip arriveren als vorig jaar, moeten we ruim een half uur in de rij staan; vorig jaar hoogstens een minuut. Dan moeten we ons plots legitimeren (’sorry vergeten’) en voor de perscamping moet ook nog eens een 35 euro worden neergeteld. Dat is tot daar aan toe, maar als we onze tent op de laatste paar vrije vierkante meter opbouwen, worden we gesommeerd deze weer af te breken: gereserveerd voor één of andere TVcrew ’en anders wordt hij vannacht vanzelf verwijderd’. Goed, Enough Is Enough zong Chumbawamba al ruim 15 jaar geleden en zo is het maar net. Dit maakt de anarchist in ons wakker: Wij gaan overnachten in ons voertuig, hoe illegaal dit ook allemaal moge zijn. Wordt vervolgd dus.
Genoeg gemopperd,want er is ook goed nieuws. Ten eerste is het heerlijk warm weer met veel zon. Wat het festivalterrein betreft: hier geen achterlijke rookverboden in open tenten; alleen in de – gesloten – Astoria geldt een rookverbod, dat overigens niet erg stringent wordt nageleefd. Over blik en glas op het terrein doet men hier ook niet moeilijk. Verder is het makkelijk dat je hier met contant geld of diverse betalingspassen kunt betalen en dus niet voortdurend munten moet kopen.
Goed, de muziek. Omdat we ons graag laten verassen, laten we het overbekende Social Distortion maar even voor wat het is en gaan in de Pavilion naar het Noorse Katzenjammer. Deze vier fraai uitgedoste vrouwen worden wel de vrouwelijke Kaisers Orchestra genoemd en die vergelijking is te rechtvaardigen, al zingt men in het Engels; een beetje polka hier, een beetje Amerikaanse country daar, het is een leuke originele band. Dat we halverwege de set bijna verpletterd worden door een paar duizend zwetende, feestende Scandinaviërs nemen we op de koop toe.
In de Odeon nemen we een stukje Groundation mee. Nu wordt het allemaal wel erg vrolijk, want dit betreft een reggaeband. Daar hebben we eigenlijk niets mee, maar als een half uurtje in het gras liggen onder Jamaicaanse weersomstandigheden, begrijpen we hoe je dit soort muziek het best kunt consumeren. Snel door naar de Astoria voor Rumpistol, dat is andere koek: duistere beats en drownes door samplekunstenaar Jens Berents Christiansen. Aan het slot wordt het echt indrukwekkend in de nagenoeg verduisterde tent als als er live chello en viool bij wordt gespeeld.
Terug in de brandende zon, snel koers naar de Odeon voor The Gaslight Anthem. Deze zijn lekker op dreef, wellicht nog wel beter dan op Pinkpop, maar dat komt waarschijnlijk door het latere tijdstip en de intimere locatie; wel goed, niet verassend.
De podiumopbouw op het Orangepodium (het open hoofdpodium) is groots zoals van een artiest van het kaliber Kanye West te verwachten valt. Hij zingt, hij rapt en hij heeft een goede begeleidingsband inclusief achtergrondzangers. Halverwege de set stelt de rapper zich opvallend kwestbaar op, al wordt het bij het Michael Jackson-memorialpraatje wel erg pathetisch. Toch moeten we, ondanks de nodige scepsis vooraf, concluderen dat we ons een uur lang prima hebben vermaakt bij dit typisch Amerikaanse entertainment.
Vanwege onze nieuwgierigheid gaan we nog snel even kijken bij het Deense Mew in de Arena. De opkomst is gigantisch (ondanks grote overlapping met Kanye West) en we komen niet verder dan 150 meter van de tent. Daar is het geluid helaas erg zacht. We noteren: ’sympathiek indiebandje met Muse-ambities; doet af en toe ook aan Sigur Ros denken’, maar graag zagen we deze band nogmaals (Lowlands?).
Terug naar het Orangepodium met een voor Nederlanders wel erg aparte afsluiter, Trentemøller. In ons land heeft hij hoogstens enige naam in de underground, maar in eigen land kan hij blijkbaar voor 50.000 personen een megafestival afsluiten. Nu moet hierbij wel gesteld worden dat de set hier voor is aangepast, zo horen we onder andere Soft Cell en Jimmy Tenors Take me Baby voorbij komen. Ook zijn er gastvocalisten en andere muzikanten, maar die zijn niet bekend buiten Denemarken, volgens een paar Denen met wie we aan de praat raken. Uiteindelijk concluderen we dat dit soms best op Tiësto lijkt, maar dat kan ook aan de pure whiskey liggen die we van de vriendelijke Denen kregen.
Dag 2: vrijdag 3 juli
Gelukkig, we zijn niet betrapt, maar wel ongeveer de auto uitgebrand vanwege het tropische weer. Terwijl we dit opschrijven liggen we in het gras in de schaduw nog wat uit te rusten. Op het terrein wordt door de sympathieke organisatie op grote schaal gratis water uitgedeeld.
Vandaag starten we in de Astoria met First Aid Kit: twee Zweedse meisjes die mooie folky liedjes zingen en zichzelf daarbij begeleiden op gitaar en toetsen. Met name de samenzang is erg mooi; denk aan The Ingido Girls. De show is zelfs interactief: van twee songs wordt een ultrakort stukje gespeeld, waarna de zaal mag kiezen welke song helemaal gespeeld gaat worden. Dit doet men door 1 vinger (song 1) of twee vingers (song 2) in de lucht te steken. Meer hilariteit: een cover van Kiss’ I Was Made For Lovin You.
Snel hierna naar de andere kant van het terrein, de Arena voor een optreden van Fleet Foxes. In de tent is het niet uit te houden vanwege de hitte, buiten in de brandende zon ook niet. Vanaf het laatste niet bezette stukje schaduw genieten van een prima, soms wat broeierig optreden. Sorry, meer inspiratie hebben we eigenlijk niet.
Voor we naar Faith No More gaan, eerst nog een stukje van Hauntville in de Astoria. Dat is expirimentele jazz uit Noorwegen en hoe dat klink? Tsja, een soort postrock, maar dan met jazzinvloeden en wat electronica. Er wordt zelfs iets met een banjo (!) gedaan. Dit bevindt zich ongetwijfeld aan de goede kant van de artistieke streep, maar ons kan het niet echt boeien.
Op dus naar Faith No More op de Orangestage. ‘It’s a Dirty Job, but someone’s got to do it’ om hun eigen We Care A Lot te phraseren? Nou, dat valt erg mee. De band oogt en klinkt niet alsof ze hun eerste successen al ruim 20 jaar geleden hadden. Strak in pak gestoken opent men met de mierzoete soulballad Reunited van Peaches and Herb, maar de knipoog is direct duidelijk. Daarna gaan de colberts uit en alle registers open. De oude rotten zijn het nog niet verleerd. Mike Patton is nog steeds een rasentertainer die zijn publiek bespeelt; eigenlijk veel meer en beter dan 20 jaar geleden, als we het ons goed herinneren.
Van oude reeds lang gearriveerde helden, naar jong hip en happening. In de Odeon speelt Friendly Fires, een jong Brits indeebandje dat pop/rock combineert met dance-invloeden zoals bijvoorbeeld The Klaxons, The Rapture en LCD Soundsystem. Dat doen ze goed: hoogtepuntje. Opmerkelijk is dat de combinatie pop/rock en dance (maar dan net iets anders) een kleine 20 jaar geleden kortstondig ook heel erg hip was in de tijd dat Manchester ’Madchester’ heette. Maar dit even geheel ter zijde.
Wij keren terug naar de Orangestage voor alweer een oudgediende. Vorig jaar zagen wij hier Nick Cave met zijn band Grinderman, nu staat hij er met The Bad Seeds. In tegenstelling tot de platen is het verschil live niet eens zo groot. Wel kunnen The Bad Seeds putten uit een veel omvangrijker en gevarieerder oeuvre. De inmiddels weer snorloze Cave ziet er net als vorig jaar vitaal uit en heeft er zichtbaar zin in. Er wordt een fraaie dwarsdoorsnede uit het rijke oeuvre gespeeld, waarbij zelfs twee nummers van het ruim 20 jaar oude album Tender Prey voorbij komen: The Mercy Seat en O Deanna. Toch is er wel iets veranderd in die 20 jaar. Brieste Cave destijds zijn demonen er nog nog zo ongeveer uit, nu staat er een groep mannen van rond de 50, die gewoon gezellig, maar daarmee niet minder gedreven, een show geven.
In de Pavilion blijkt Wavves om onduidelijke reden vervangen te zijn door het ons volslagen onbekende The Fields. Aanvankelijk hypnotiserende klanken, maken geleidelijk aan plaats voor keihard beukende elektro- en technobeats. Dit alles wordt begeleid door live drums en gitaar. Eigenlijk is dit gewoon verdomd goed. Als we nog niet te laat zijn: onze tip voor de X-Ray op Lowlands dit jaar!
Terug naar de Orangestage voor alweer oudgedienden, Oasis. Op bescheidenheid en een gezellige publieksparticipatie hebben we de gebroeders Gallanger nog nooit weten te betrappen en dat geeft ook niet zolang ze knallende, strakke shows geven als vanavond. Afgezien van Roll With It passeren er in het eerste uur weinig echt grote hits. Die bleken in de staart te zitten: als we weg lopen horen we nog net een stukje Wonderwall.
We zitten namelijk met een probleem: We moeten naar de Arena voor alweer een oudgediende: Grace Jones. Ja, dat lezen jullie goed: Grace Jones. Zou ze jaloers zijn op Oasis dat niet zij, groots New Yorkse diva, op het hoofdpodium mag optreden? We hadden in ieder geval nog vele Oasishits kunnen horen, want Jones begint een half uur te laat; laten we het maar divagedrag noemen. Van de show is veel werk gemaakt: in een soort cabine daalt zij naar beneden het podium op, waar haar – overigens uitstekende – begeleidingsband klaar staat. Je zou niet zeggen dat ze inmiddels 60 is: Jones zingt, danst, verkleedt zich voor ieder nummer in weer een andere extravagante uitdossing, en praat tijdens (!) deze verkleedpartijen volop met het publiek. Ja, ook hier waren we sceptisch van te voren, maar feit is dat Grace Jones letterlijk de show steelt (en show mag hier gerust met hoofdletters geschreven worden). Mede dankzij oude succesen als I’ve Seen That Face Before, La Vie En Rose (duik in het publiek), Pull Up To The Bumper (met publiek op het podium), een lekker rockende versie van Roxy Musics Love Is The Drug en afsluiter Slave To The Rhythm is dit onverwacht een hoogtepunt van het festival. Vroeger hadden we nachtmerries van Grace Jones, nu heeft ze zich ontpopt als een vriendelijke podiumpersoonlijkheid.
Of we vanaf nu nachtmerries krijgen van Trent Reznor? Nou niet bepaald, zijn Nine Inch Nails maakt weinig indruk op het Orangepodium, hoogstens in de wat snellere industrial-stukken; I’m afraid of Americans, nou dat hoeft niet meer hoor, sinds Obama.
Het is inmiddels twee uur geweest, maar we nemen nog snel een stukje mee van Röyksopp. Er wordt wel beweerd dat het live niets toevoegt aan de plaat en dus maar saai is. Dat geldt niet vannacht: met gastoptredens van onder andere Robyn maakt men er een bruisend Scandinavisch feestje van!
Dag 3: zaterdag 4 juli
Qua weer wordt dit een herhaling van zetten: weer worden we rond 10 uur de auto ’uitgebrand’ vanwege het tropische weer. We zijn overigens nog steeds niet betrapt…
Even na twaalven zijn we alweer in de Astoria voor Paavoharju uit Finland. Denk aan Mùm of Sigur Ros, maar dan met een podiumschuwe zangeres. Twee nummers halverwege de set hebben keiharde beats en detoneren nogal (hoewel ze verder prima klinken). Afgezien van de wat vreemde setopbouw is dit verder een prachtig concert.
De Deen Tim Christenen is een held in eigen land, maar in ons land volkomen onbekend. In een volle Arena treedt hij op met zijn band: (stevige) melodieuze Engelstalige rock die niet bijster origineel is, maar ook hier met gemak op de playlist van 3FM zou kunnen.
Na een aantal nummers gaan we naar de andere kant van het terrein waarin in de Odeon …And You Will Know Us By The Trail Of Dead optreedt. De show is groots en meeslepend en de band stelt andermaal niet teleur.
We blijven in de Odeon voor het best bewaarde geheim van Denemarken, of beter: daarbuiten. Oh No Ono verraste ons een aantal jaren geleden op Eurosonic met hun korte catchy popsongs vol toetsen, hoge stemmetjes en een vleugje psychedelica. In het recentere werk blijkt die psychedelica te zijn toegenomen, de toetsen afgenomen en het tempo iets omlaag. Toch blijft het een leuke originele band die we van harte een internationale doorbraak gunnen. A propos: Am I Right blijft één van de beste onontdekte internationale hits van de afgelopen jaren!
Voor een half uurtje Elbow – hoe fraai ongetwijfeld weer – lopen we niet speciaal terug naar de Arena. De band komt al vaker aan bod in LiveXS. Eigenlijk hadden we richting Orangepodium willen gaan. We hadden onze messen al geslepen om gehakt te maken van de vreselijkste, arrogantste bling-bling-rapper van het afgelopen decennium, Lil Wayne. Helaas, of gelukkig, heeft hij gecanceld wordt vervangen door Gogol Bordello. Die hebben we echter al veel vaker gezien, dus gaan we voor I’ve Got You On Tape in de Odeon. Deze band speelt vrij ingetogen alternative rock, maar komt wel iets statisch over met een zanger/frontman achter zijn toetsen gedoken. Dat kennen we van Grandaddy en, verrek, daar lijkt het muzikaal ook best op.
Ongeveer halverwege gaan we naar de Pavilion waar The Dodos speelt. Hoewel de naam eerder doet denken aan een K3-kinderfeestje, spelen ze een fijn moppie hoekige indierock; niets meer en niets minder.
Wij togen naar de Astoria om ons te laten verassen door Micachu & The Shapes. Verassend is het zeker: op z’n zachtst gezegd niet erg toegankelijke avantgardepop met toetsen, laptop, percussie, gitaar, zang en iets dat op een mandoline lijkt. Later wordt het iets ’springeriger’ en dus toegankelijker.
We gaan ter compensatie naar de vrouw die onlangs een heuse top 10 hit in Nederland scoorde met Fuck You: Lily Allen. Hoewel ze de laatste jaren vaker in het nieuws was vanwege haar privéleven, zegt dat natuurlijk niets over haar muzikale prestaties. Eerlijk is eerlijk: we zijn aangenaam verrast door de muzikale prestaties van mevrouw Allen. Ondersteund door een prima band heeft ze een uitstekende balans gevonden tussen hitparadepop en alternative (Smile heeft een drum & bass-intermezzo!).
Omdat wij het ook wel eens makkelijk willen hebben, sluiten we deze dag af met twee briljante acts die we onlangs nog live in Nederland hebben gezien en een mega-act die we nog nooit live hebben gezien, maar dat stiekem al jaren willen. Eerst in de Pavilion The Pains Of Being Pure At Heart: de beste Britse Indee-shoegaze van dit moment, maar dan uit de USA, My Bloody Valentine meets The Jesus and Mary Chain maar dan overgoten met een Happy-saus, andermaal een live-sensatie!
Dan naar de Arena voor Fever Ray, onlangs nog gezien in de Rotterdamse Schouwburg tijdens Motel Mozaïque en dat was zeer indrukwekkend. Dat is het nu ook, maar toch minder. De overladen tent heeft veel minder sfeer en tijdens de eerste nummers zijn de vocalen niet hoorbaar. Of zou de altijd al wat podiumschuwe Karin Dreyer Andersson soms geschrokken zijn van zoveel publieke belangstelling?
Tot slot vandaag The Pet Shop Boys, uiteraard op de Orangestage. Natuurlijk zijn we stiekem al bijna een kwart eeuw fan van van de band, maar pas de laatste jaren ’mag’ dat weer. Nieuw werk van het album Yes wordt afgewisseld met hun talloze hits in een spetterende show: een mooie afsluiting van de dag.
Dag 4: Zondag 5 juli
Nog steeds niet betrapt en nu eens niet de auto ’uitgebrand’. Het is vandaag bewolkt, een stuk koeler en – heus – dat voelt als een zegen.
We beginnen deze laatste dag in de Odeon bij de band rond Peter Sommer en dat is zeker geen slechte band. ’Grote gebarenrock’ zoals we die nog kennen uit de jaren ’80 wordt afgewisseld met rustigere stukken (denk Radioheads Street Spirit) en daarnast weet men ook op inventieve wijze gebruik te maken van samples. Enig obstakel is de Deense taal: voor ons Nederlanders een volstrekt onbegrijpbaar murmeltaaltje. Aan de andere kant: Hoe zou de gemiddelde Deen naar Bløf luisteren? Daar begrijpt hij ook niets van. Wij in dit specifieke geval trouwens ook niet. Slecht voorbeeld. Sorry, we dwalen af.
We gaan naar de Arena voor een optreden van enfant terrible Pete Doherty, hier overigens consequent Peter Doherty genoemd. Door alle tumult rond zijn persoon zouden we bijna vergeten dat Doherty ook een getalenteerd muzikant is. Hij oogt monter en fris en maakt grapjes met het publiek. Een uur lang genieten we van een louter akoustische set – Pete en gitaar – waar weinig op af te dingen valt. OK, Billy Jean van Michael Jackson strandt meerdere keren na slechts een paar akkoorden, maar dat hilarische aspect hoort bij de set zullen we maar denken.
De naam Yogaclub klinkt niet erg uitnodigend, maar we laten ons er graag door verassen in de Pavilion. Hier kunnen we kort over zijn. Rechttoe-rechtaan boerenlullenrock met hoog meezinggehalte. Een soort Deense variant op de Band Zonder Banaan zoals die pakweg 10 jaar geleden klonk. Sorry, we hebben nog niet genoeg gezopen.
Voor het eerst dit festival gaan we naar de dancetent Cosmopol, want hier staat iets vrij opmerkelijks geprogrammeerd: 2562, inderdaad een Nederlandse DJ vernoemd naar zijn Haagse postcode. Hij draait een uitstekende set vol duistere DubStep en Breakbeat; lekker voor de afwisseling.
De zon breekt zowaar door, maar wij hebben ons portie zon de afgelopen dagen al ruimschoots gehad, dus snel naar The White Lies in de Odeon voor enige compenserende duisternis. De band is het afgelopen jaar uitgegroeid tot een geoliede livemachine. Dat is een onsympathieke manier om te zeggen dat ze andermaal een geweldige liveshow geven. By the way: een relatief kleine tent als de Odeon blijkt echt veel te klein voor een band van het kaliber White Lies, waarvan acte!
Snel door naar de Arena voor The Whitest Boy Alive. Als übernerd staat frontman Erlend Øye (ook bekend van Kings of Convenience) ongeveer symbool voor het witste jongetje ooit in leven, de muziek is daarentegen behoorlijk hip. Althans, als we de collegea mogen geloven. Veel verder dan onzinnig jazzy gedreutel komt de band niet; afknapper van de dag.
Vroegtijdig spoeden wij ons naar de Orangestage voor nog meer oudgedienden. Madness schitterde onlangs al op Pinkpop en deze show doet daar niets voor onder: This is the heavy heavy monstersound! Volle kracht vooruit en gaan, klasse!
Om ’Oud en OK’ nog eenmaal af te wisselen met jong en hip, gaan we voor de eennalaatste act van Roskilde naar de Yeah Yeah Yeahs in de Arena: Brutale indierock met vleugjes dance onder leiding van de altijd even charmante Karen O. Aanvankelijk nogal matjes, maar uiteindelijk zeer overtuigend.
Tot slot speelt Coldplay op de Orangestage. Hier wreekt zich het feit dat er geen alternatief meer is en alle 70.000 bezoekers tesamen drammen op het veld. Dit is niet meer gezellig. Wat zong Chumbawamba ook alweer? Inderdaad Enough Is Enough en vroegtijdig verlaten we het terrein. Het is een mooi festival geweest.
Dag 5: Maandag 6 juli
We zijn betrapt, op heterdaad zelfs. Twee medewerksters zien ons, maar geven geen krimp. Waarschijnlijk hebben ze ons al dagen lang gedoogd, de schatten. Eind goed al goed. Willem Roose & crew











