PARADISO, Amsterdam
30 november 2009
Na het zien van een band in een schouwburg, waar de akoestiek vervelend goed is, ben je voorgoed verwend. Het is daarom even wennen Patrick Watson and the Wooden Arms na hun geluidstechnisch magistrale optreden op Crossing Border, dat in de Haagse schouwburg plaatsvond, in popzaal Paradiso te zien. Om kort te gaan: er valt weinig op dit optreden aan te merken, behalve dat menig trommelvlies protesteert tegen de schelle galm van de feedback die het optreden zo nu en dan teistert. De geluidsman, die met gemeende frustratie verbeten een zoveelste knopje hardhandig omdraait van de schrik, is dan wel weer aandoenlijk.
Openingsnummer Fireweed roept dankzij de rookmachines die het hele optreden zachte pufjes uitblazen een schimmige, rokerige sfeer op. Tijdens de rest van het optreden lijkt het soms net of we met z’n allen in een mistig bos bij zonsopgang staan, de dauw vers in de lucht. De gedimde turkooizen belichting versterkt dit gevoel. De band slaagt er keer op keer in hun publiek mee te voeren naar een andere wereld. De wereld van het zachte slaapliedje betreden we bij Big Bird In A Small Cage, als de vrouw van gitarist Simon Angell, Erika Alexandersson – die met hem ook voorprogramma Thus:Owls bevolkte – een nummer meezingt. De stemmige gelaagdheid klinkt live nog zoeter dan op plaat – prachtig. De drums weerhouden het publiek ervan zacht in slaap te worden gewiegd.
Bizarre geluidjes horen bij Watson en co. Koebellen, potten en pannen geven een extra dimensie aan Beijing. Waar hetzelfde trucje na herhaling kan gaan vervelen, blijft het bij Patrick Watson geinig. Een simpele handeling als lucht uit een de samengeknepen opening van een groene ballon laten lopen, blijft lachwekkend bij setafsluiter Where The Wild Things Are. Ook Watsons gegrinnik en grapjes richting publiek werken aanstekelijk.
In de toegift duikt Watson behangen met een Viktor & Rolf-achtige stellage van verlichte megafoons het publiek in om Man Under The Sea te spelen. Aangekomen bij het refrein vraagt hij om wat publieksparticipatie, en de zaal zingt hem gewillig na. Uit honderden kelen klinkt zacht “just me, the fish and the sea.” De strijkerbegeleiding, een vaste waarde deze toer, verschijnt even later op het balkon om het nummer – letterlijk – de hoogte in te tillen. Met alleen de lichtjes van Watson en de spots op de strijkers wordt het nummer heel bijzonder als Watson ons vraagt mee te fluisteren. Als extraatje krijgen we nog het nieuwe nummer Under The Morning Sheets, waar Watson’s falsetto mooi afsteekt tegen de lome bas.
Waar het eerder op de avond meer leek op een receptie met muzikale ondersteuning door het geroezemoes op de achtergrond, is het nu voor het eerst muisstil in Paradiso. Bij momenten waarop de muziek juist om stilte maant, zou dat in het vervolg bij Patrick Watson and the Wooden Arms meer regel dan uitzondering mogen zijn. tekst Judith Laanen











