WINSTON KINGDOM, Amsterdam
11 december 2009
Terwijl Kyteman met zijn orkest een uitverkochte Heineken Music Hall op zijn kop zet, biedt het kleine podium van de eveneens hoofdstedelijke Winston Kingdom een prachtige mogelijkheid voor aanstormend talent om ervaring op te doen of om het publiek kennis te laten maken met zijn/haar muziek. Het is de vierde editie van dit door Matthijs van der Ven opgestarte project, waarbij bands gevraagd worden om drie (of meer) van hun voorbeelden te coveren. Deze wijze van nieuwe ‘oude’ muziek ontdekken is tevens een manier om te zien wat muzikanten nu met die liedjes doen.
Ro Halfhide is niet alleen oprichter/organisator van het Amsterdam
Songwriters Guild maar fungeerde ook als producer op albums van Lucky
Fonz III. Hij werkte eveneens samen met rappers als Blaxtar en Typhoon.
Vanavond bekent de singer/songwriter ook wel eens iets onder invloed op
papier gezet te hebben en speelt het door hem zelf geschreven Maybe.
Slechts begeleid door een bassist speelt Halfhide op akoestische gitaar
een solo-track van Bruce Springsteens album Nebraska zoals dat
geklonken zou hebben wanneer het met zijn E-Street Band gespeeld zou
worden. Vervolgens wordt tijdens de blues-klassieker Dust My Broom Nat
Jenkins op het podium gevraagd om mee te spelen. Later op de avond
zullen we hem nog terugzien. Naast de cover van het jaren tachtig
pophitje Clouds Across The Moon is het waardige eerbetoon aan Ramses
Shaffy in Sammy het vermelden waard.
Voor The Cosmic Carnival, dat één dag later in een volle Melkweg om de
Grote Prijs van Nederland gaat strijden, zijn het spannende dagen. Het
optreden van vanavond kan dan ook als een try-out beschouwd worden en
het verloopt vlekkeloos. De band heeft goed geluisterd naar helden uit
de jaren zestig en zeventig, maar klinkt tegelijkertijd zeer
eigentijds. Net nu de storm rondom Paul McCartney, die enkele dagen
geleden in Arnhem te zien was, enigszins geluwd lijkt, trapt de
Rotterdamse band af met een stukje Drive My Car. De Beatles-harmonieën
zijn eveneens aanwezig in Is It Wrong, waarin zowel op vocaal als
muzikaal gebied een hoog niveau te bespeuren valt. Geslaagd is ook de
uitvoering van Bob Dylan’s Easy Chair, waarin een enorme dosis
enthousiasme valt waar te nemen. Iets wat tegenwoordig bij de meester
zelf nauwelijks voorkomt. The Cosmic Carnival oogt ontspannen maar
gefocused en lijkt klaar voor de Grote Klus van morgen.
Op de vraag, voorafgaand aan zijn optreden, of dit zijn eerste bezoek
aan Nederland is wordt hoofdschuddend gereageerd. Nat Jenkins heeft een
paar jaar geleden in de Magneetbar op het Lowlands Festival gespeeld
met Luke van The Kooks. “Het was een fantastische ervaring om voor
zoveel maf uitgedoste mensen te spelen,” aldus Jenkins. Jenkins heeft
met Luke Pritchard in de studio gezeten en het resultaat hiervan zal
binnenkort te horen zijn op een nog te verschijnen mini-album, waarop
ook wordt bijgedragen door Mick Jones van The Clash. Het eerste
volledige album zal de titel Life Ain’t Easy dragen en zal begin
volgend jaar worden uitgebracht. Ondanks de rumoerige aanwezigheid van
hoofdzakelijk jonge meisjes speelt Nat zijn akoestische gitaar op zeer
krachtige wijze, waarbij zijn stemverheffingen de microfoons tot iets
overbodigs maken. Vergelijkingen met Dylan zijn aanwezig en worden
terstond bevestigd als Maggie’s Farm op bijtende, snauwende wijze wordt
vertolkt zoals een jonge Dylan in zijn beste dagen. Van eigen hand zijn
het vurige Message en het melancholieke Life Ain’t Easy, de titeltrack
van het nieuwe album. Naarmate de avond vordert en de stemming
uitgelaten wordt, blijkt The Weight van The Band het ultieme nummer om
alle muzikanten nog even bij elkaar op het podium te krijgen. Een
hoogtepunt dat zich het beste laat omschrijven als een finale met
uitsluitend winnaars. Tekst Jeroen Bakker, foto’s Bibi Eckhardt





