{mosimage}(SONY MUSIC) Normaal gesproken heb ik het niet zo op supergroepen. Modellen die gastvocalen bij indie-bandjes inzingen, rappers die met rockbands meebleren, nee liever niet. Maar toen ik hoorde dat Dave Grohl (Foo Fighters), Josh Homme (Queens of the Stoneage) en John Paul Jones (Led Zeppelin) samen een band begonnen spitste ik wel gelijk mijn oren. Tsja, wie niet? Een show in de Melkweg (band alleen aangekondigd via cijfer-code) en optreden op Lowlands volgden en de buzz rond het mega-zijproject was enorm.
In het najaar volgde er eventjes een adempauze, maar nu het debuut
definitief gearriveerd is, mag de wervelstorm weer in alle hevigheid
oplaaien. Want dit is het soort album dat zich kan meten met de cd’s
van de eigen bands van de drie heerschappen.
Zelf vind ik Them Crooked Vultures op hun best als de som der delen
heel anders klinkt dan we van ze gewend zijn. Op de eerste helft van
openingstrack No One Loves Me & Neither Do I maakt het trio (Alain
Johannes speelt ook vaak mee maar is geen hoofd-bandlid) bijvoorbeeld
een soort gortdroge, jazzy funk voorzien van misschien wel de coolste
songtekst die dit jaar te horen was. ‘So I told her I was rich, then
she asked could I use a dirty bitch’ zingt Homme en je vraagt je af of
dit de openingzinnen waren die hij en Brody Dalle ooit uitwisselden.
Mind Eraser, No Chaser is ook ok, maar leunt nadrukkelijker op het
soort sound waar vooral Grohl om bekend staat. Nee, dan liever het vies
bluesy New Fang. Al luisterende krijg je al wel snel het gevoel dat Josh Homme stiekem
vaak het laatste woord had (zoals dat ook gold voor de derde Arctic
Monkeys cd die hij deels produceerde), maar als het eindresultaat zo
lekker vlamt en gruizig voortstompt als deze dertien liedjes snap ik
best dat Jones en Grohl het voortouw gaven.
Ook erg boeiend is het imago wat het drietal lijkt na te streven. Zoals
Damon Albarn van Blur zich verschool achter de Gorillaz apies, zo wordt
er hier nadrukkelijk geflirt met de gemene koppen van de aasgieren
waarnaar de band vernoemd is. Dat zorgt voor A Clockwork Orange achtige
kiekjes en dito t-shirts die de dreigende uitstraling van dit project
prima versterken. Enige puntjes van kritiek die je zou kunnen hebben is dat zo rond zesde
track Scumbag Blues de echte wow een beetje verdwijnt en je gewoon naar
een fijn (sort of) stonerrock album luistert. Of dat het, net als
bij Jack White en zijn al net zo lekkere The Dead Weather, een tikje
onoverzichtelijk wordt waar de prioriteit van de hoofdrolspelers
momenteel eigenlijk ligt. Maar als Reptiles vervolgens flink op stoom raakt en qua vocalen bijna
Bowie-esque aandoet haal je over dat soort trivialiteiten al snel je
schouders op en dompel je je onder in het fabuleuze hier en nu. Een
typisch geval van: Hell yeah! Arnold Scheepmaker











