Het begon allemaal in 1999 met een eigen radio-show op de korte golf: The Chop Shop. Het vriendenclubje waar zanger Pieter Both toen al deel van uitmaakte besluit live te gaan spelen, waarbij de bezetting spoedig wordt uitgebreid met twee gitaristen en een toetsenist. De mix van reggae, hiphop, ska en rocksteady slaat enorm aan en de band groeit uit tot één van Nederlands populairste live-acts. We zijn inmiddels tien jaar verder als we met Pieter Both, zanger en boegbeeld van Beef, terugblikken op het verleden en tegelijkertijd vooruit kijken naar wat er nog komen gaat.
Het nieuwe album Favorites biedt een overzicht van de afgelopen jaren en kondigt tevens jullie sabatical aan. Hoe is deze verzameling tot stand gekomen?
“Alle band-leden en iedereen die op één of andere manier bij de band betrokken is heeft zijn top tien ingevuld. Daar is deze selectie uit voortgekomen. Daarnaast hebben we twee bonus-tracks toegevoegd: She Loves Me en Prince-cover When Doves Cry. Het tienjarig jubileum leek ons een mooi moment om dit uit te brengen. We gaan ons nu even op andere zaken richten.”
Beef heeft werkelijk op ieder festival in Nederland gespeeld. Deze week speelden jullie op Oerol. Is dat niet een opmerkelijke keuze als je eerder op Lowlands en Pinkpop hebt gestaan? “We hebben eigenlijk altijd wel gedaan wat we zelf wilden. Op Oerol hadden we al eens eerder gespeeld, maar het was wederom een ontzettend leuke ervaring. Alles lijkt er mogelijk en de sfeer is werkelijk uniek. Deze keer zijn er vijf meiden op het podium geklommen en die zijn er het gehele optreden niet meer vanaf gestapt. We hebben ze ter plekke tot de Chop Shop-dancers benoemd.”
Wat zijn de absolute hoogtepunten geweest van de eerste tien jaar?
“Dat is te veel om op te noemen! De trip naar Burkina Faso in 2005 heeft ontzettend veel indruk gemaakt. Het heeft werkelijk ons leven beïnvloed. Als je nagaat dat die mensen daar helemaal niets bezitten, terwijl wij hier in de supermarkt niet kunnen kiezen uit twintigduizend verschillende repen chocola. Ook de toekenning van de Zilveren Harp in 2003 is een hoogtepunt.”
Wat heeft die onderscheiding concreet opgeleverd?
“Met het binnenhalen van die Zilveren Harp heb ik het respect van mijn familie gewonnen. Door die onderscheiding beseffen ooms en tantes dat we toch serieus genomen worden. Dat gaf een heel trots, maar ook voldaan gevoel.”
Jullie zijn ook ambassadeurs van Amnesty International geworden. Hebben die ervaringen in West-Afrika de band sociaal bewust gemaakt?
“Ja, maar dat gaat vrijwel vanzelf. We zijn door Amnesty en Bevrijdingspop gevraagd en ik vind het niet meer dan logisch dat je daar dan iets mee doet. Als ik daar als zanger met mijn bandje een positieve bijdrage aan kan leveren dan is dat toch prachtig?”
En nu een jaar lekker luieren en met een voldaan gevoel terugkijken?
“Nee niet echt. De Favorites-Tour zal tot en met september gaan duren en daarna ga ik samen met Koen, onze bassist, in de Gotcha All-Stars spelen. In Gotcha! speelt Koen overigens gitaar. We zullen in de oude bezetting, hoewel zonder Ro Krom, optredens gaan doen vanaf oktober. Daarnaast ga ik muziek verkopen en distribueren, maar niet op de traditionele manier. De markt is dusdanig aan het veranderen dat het op een andere wijze zal moeten gebeuren. Daarna zullen we als Beef zeker weer bij elkaar komen, reken daar maar op!” tekst Jeroen Bakker foto John Klijnen
Livedata 17 september 013, Tilburg 18 september Melkweg, Amsterdam (laatste show)











