DIVERSE LOCATIES, Groningen
14 en 15 januari 2010
Twee dagen bandjes kijken in de Groninger binnenstad, waarbij je op voorhand weet dat er over een jaar tien procent is doorgebroken en negentig procent vergeten. Het is dan de kunst om precies de juiste keuzes te maken, zodat je straks op Lowlands quasi-nonchalant, maar van binnen rete-trots, kan zeggen: ‘Och, ja, die heb ik ooit nog eens in een klein zaaltje tijdens Eurosonic gezien.’ Om er dan aan toe te voegen: ‘Toen waren ze eigenlijk beter.’
Dat hoeft nog geeneens helemaal gelogen te zijn, want er was dit jaar weer een flink aantal veelbelovende acts te zien. Lees hieronder het verslag met alle hoogte- en dieptepunten van Eurosonic 2010.
Donderdag 14 januari
Jon Allen
In Huize Maas opent de Brit Jon Allen met het nummer Going Home. Gevoel voor humor kunnen we hem dus niet ontzeggen. In een korte strakke set toon Jon zich een ware songsmid, waarbij de referentie Rod Steward nooit ver weg is. Fraaie ballads, met als hoogtepunt de single In Your Light, worden afgewisseld met pakkende uptempo songs van zijn debuutalbum. Na titeltrack Deadman’s Suit als uitbundige afsluiter weten we het zeker: van deze man gaan we nog veel horen. (RS)
Steve Cradock
Bij Steve Cradock valt meteen het strak gekapte publiek op. Is Paul Weller nu ook aanwezig, of is het slechts een look-alike? In de zaal vooral veel oudere mods. We zijn beland bij de tweede gitarist van Paul Weller, Steve Cradock, die ook als leadgitarist in Ocean Colour Scene speelt. Vanavond staat hij niet alleen op het podium, zoals de aankondiging doet vermoeden, maar met een voltallige band. De formatie speelt kwalitatief goede Britse rootsrock, maar de set is weinig verrassend. Ik zou de man graag eens solo, met enkel zijn akoestische gitaar zien. (HN)
65daysofstatic
Het zien van 65daysofstatic is een ware beleving. Je hoort niet alleen de slepende, instrumentale postrock van deze Britten, je voelt het ook en je krijgt er emoties bij. De enorme portie energie die vrijkomt als een nummer begint is zo overweldigend dat je enkel kan kijken en luisteren. Het publiek lijkt daardoor in de ban van 65daysofstatic en dat is een erg mooi plaatje. De band komt sympathiek over en het lukt ze om een variërende set neer te zetten: pure instrumentale postrock wordt afgewisseld met iets snellere songs, die worden gedreven door drumcomputers en samples. Dat is wellicht de sterke kant van de band: dat unieke live geluid dat de mannen creëren door te experimenteren en te doen. Prachtig! (LdJ)
Marina and The Diamonds
Zangeres Marina Diamandis is half Grieks en komt uit Wales. Gedreven door haar charme en uitstraling strooit ze haar bonte mix van nummers de timide grote zaal van Huize Maas in. Toch word ik blij verrast door de afwisseling van de songs in een stijl die doet denken aan twee muziekmakende Kates: Nash en Bush, maar dan in een poppy modern jasje. De nummers I Am Not A Robot en Hollywood nestelen zich in je hoofd om daar niet eenvoudig meer uit te komen en dat is ook een kwaliteit. (RS)
Pony The Pirate
Het podium van de Stadsschouwburg is met acht man behoorlijk vol. Hierdoor staat niet één frontman, maar zo’n vier bandleden op de voorgrond. Dit is even wennen, vooral de eerste rij weet niet waar zij moet kijken voordat de show van start gaat. Zodra Pony The Pirate begint, komen de eerste vergelijkingen al binnendrijven. “Arcade Fire!” zeggen de bezoekers tegen elkaar. Die conclusie is inderdaad snel getrokken: goedopgebouwde indiesongs, vertolkt door zowel zangers als zangeressen en een enorme diversiteit aan instrumenten. Pony The Pirate heeft echter een soort poppy insteek, en maakt een meer sympathieke indruk dan de Canadezen. Ieder bandlid krijgt zijn momentje in de set en het leuke is dat de andere bandleden dan trots toekijken. Een leuke club Noren, waar we nog te weinig van horen in Nederland. (LdJ)
Mintzkov
Mintzkov is klaar voor Europa! Na het optreden van de Belgen, op Eurosonic kijk ik uit naar het derde album Rising Sun, Setting Sun, dat eind februari verschijnt. Zanger/gitarist Philip Bosschaerts is een eigenzinnige frontman met intense stem. De heldere zang van bassiste Lies Lorquet is totaal anders, maar minstens net zo mooi. De meerstemmige zangpartijen zijn een lust voor het oor. In de sound van Mintzkov hoor je onder andere invloeden van dEUS en The Breeders. Fijne liedjes met kop en staart, veel noise en gitaren die mooi zijn verweven met de synthesizer. Als je liefhebber bent van Belgische tegendraadse gitaarmuziek moet je dit groepje zeker gaan checken, er komt binnenkort een clubtour aan. (HN)
Imelda May
Rockabilly uit Ierland! Een welkome afwisseling in Huize Maas, waar donderdag vooral veel wave bands op het programma staan. Zangeres Imelda May en haar band mengen rockabilly, jazz, swing en blues. Imelda heeft de uitstraling van een rock‘n’roll diva en had qua uiterlijk het zusje van Elvis Presley ten tijde van Jailhouse Rock kunnen zijn. Als klein meisje was ze al gek op rockabilly, maar Billie Holliday, Ella Fitzgerald en Nina Simone staan ook op haar lijstje met inspiratiebronnen. Ze bracht tot nu toe twee albums uit – No Turning Back en Love Tattoo – waarop ze, net als vanavond, muziek uit vervlogen tijden glanzend oppoetst en kleur geeft aan authentieke rock‘n’roll. Een verpletterend goeie show. (HN)
Nicolai Dunger
Eigenlijk wilde ik eerst de hype Isbells zien in De Spieghel, maar de bovenzaal waar de band speelde was overvol, dus ik besloot even te wachten tot Nicolai Dunger beneden zijn gitaar ter hand nam. Dertien (!) albums heeft deze Zweed al op zijn naam staan, maar desondanks weet hij zich nauwelijks uit de anonimiteit de spelen, terwijl zijn krachtige blues-country-rock bij vlagen zeker imponeert. Wellicht dat album nummer veertien het grotere publiek bereikt dat hij verdient? (RS)
We Were Promised Jetpacks
Dat Britse indierock nog altijd verrassend kan klinken, dat bewees het Schotse kwartet We Were Promised Jetpacks verleden jaar met het debuutalbum These Four Walls. Huis de Beurs is letterlijk te klein: een lange rij wachtenden moet teleurgesteld buiten blijven, terwijl een handvol gelukkigen in de kleine bovenzaal werkelijk overdonderd wordt. Folk lijkt de basis, maar door de dreigende ritmes en de ruimtelijke gitaaruitspanningen gaat het eerder richting hypnotiserende post-rock. Alsof The Longcut gehakt maakt van Mumford & Sons. Zanger Adam Thompson leidt de dans met meer power in zijn stem dan een kogelstoter tijdens zijn laatste worp. Fuck-ing-bril-jant! In april terug in Nederland. (KK)
Adiam Dymott
Deze Zweedse van Eritrese komaf heeft een all-star rockband om zich heen verzameld, met muzikanten die eerder te vinden waren in onder andere Kent, The Soundtrack Of Our Lives en The (International) Noise Conspiracy. Ondanks die indrukwekkende muzikale erfenis komt het optreden moeizaam over. De alternatieve rocknummers zijn vooral riff-georiënteerd, en maken nauwelijks gebruik van songstructuren of dynamiek. De overmatig galmende gitaren zijnn meer rockend dan shoegazerig, zonder echter catchy hooks af te leveren, en de podiumact van Adiam is tamelijk anoniem, waardoor het optreden alles bij elkaar een uitwisbare indruk achterliet. (LR)
Seabear
De benedenzaal van De Spieghel zal door menig claustrofoob ontweken worden, maar Seabear is een mooie reden om je angst voor kleine ruimtes te overwinnen. Dit IJslandse gezelschap heeft uitgestrekte landschappen en gletsjers achter zich gelaten om in de lage, volle zaal te staan, maar ze voelen zich er gek genoeg helemaal thuis. De soundcheck gaat vlot, en hierdoor begint de show al een kwartier te vroeg. We worden verrast door ingetogen folk en indie, die wordt afgewisseld met enkele uptempo liedjes die doen denken aan The Shins. Vooral I Sing I Swim en Seashell zijn nummers die het publiek laten genieten. Even wegdromen is hier goed mogelijk. (LdJ)
Harrys Gym
Nog maar eentje uit focusland Noorwegen: Harrys Gym. Het viertal rond zangeres Anne Lise Frøkedal gooit een flinke dosis elektronica door de sfeerrijke popliedjes, waardoor een geluid ontstaat dat het midden houdt tussen Blonde Redhead en Portishead, maar dan wel met die typisch Scandinavische sprookjesbos-sfeer. Vooral obscuurdere nummers als Sarah83 en Attic zorgen voor goedkeurende blikken, terwijl tijdens de dreampoppy setvullers de aandacht regelmatig verslapt. Om in sprookjestermen te blijven: het is te hopen dat de trollen de oorlog winnen, maar aan het nieuwe materiaal te horen zijn de elfjes helaas aan de winnende hand. (KK)
Wickeda
De Bulgaarse skaband Wickeda speelde een jaar of vier geleden ook al op Eurosonic, destijds in een piepklein zaaltje. Ik herinner me vooral dat ze toen een beetje eendimensionale stuiterska speelden. Dit jaar laten ze een gevarieerder gezicht zien: naast pompende feestnummers klinken er nu jazzier uitstapjes. Superstrak is het allemaal nog steeds, en stevig doorbassende zanger blijkt tussen de nummers een enigszins verlegen publiekscharmeur. De twee begaafde koperblazers vermengen een flinke dosis balkan-fanfaremelodieën door hun solo’s, en dat mengt prima. Van mij had de fusie van de twee stijlen wel verder mogen gaan, in de richting van Antwerp Gypsy Ska Orchestra, maar het tilt het geheel wel boven plat feestvermaak uit. (LR)
Customs
Om een uur ’s nachts staan de bandleden van Customs uit Leuven zo fris als een hoentje en strak in een goed pak in de startblokken. Het debuutalbum Enter The Characters is in thuisland België goed ontvangen. De boys spelen new wave- en synthesizermuziek van het vrolijke soort. Een leuke band om even naar te kijken, maar het moet ook niet te lang duren. Na vier nummers kak ik een beetje in, mijn buurman gaat met zijn duimen draaien, de aandacht van mijn buurvrouw verslapt. Ook ik red het niet tot het einde van het optreden en loop verveeld naar de bar. Er zit te weinig spanning en variatie in de songs. (HN)
Team Monster
Een wonderlijk uitgedost kwartet in felgekleurde Adidas trainingspakken en zelf (ogenschijnlijk uit oude washandjes) gemaakte dierenmaskers speelt dansbare indiediscopop op Britse leest, als een 21e-eeuwse versie van EMF, Mika en Cameo ineen. Het klinkt te edgy en rafelig om door de mainstream te worden omarmd (daarvoor zijn de rare podiumpakjes misschien ook te vreemd en arty), en waarschijnlijk ook te poppy voor een kritisch alternatief publiek. Vlees noch vis is het echter niet: het Duitse kwartet laat een stevige podiumact zien en weet zijn vakjesoverstijgende eigen geluid overtuigend neer te zetten. (LR)
Vrijdag 15 januari
Grant Campbell (showcase overdag)
Deze sympathieke Schot weet zichzelf op een unieke wijze te promoten. Hij laat whiskey-poffertjes uitdelen en vertelt dat je pas na honderden poffertjes de Whiskey echt gaat merken. En inderdaad, ze smaken prima, net als de overtuigend voorgedragen songs. Met een stem die door merg en been gaat, krijgt hij het publiek in bewondering muisstil. Zo laat Grant dus niet alleen culinair een visitekaartje achter. (RS)
Jenny Lane (showcase overdag)
De enthousiaste Jenny Lane (Jenny Willemstijn) zet met haar band een aanstekelijk vrolijke set neer die eigenlijk meteen smaakt naar meer. Voor haar nieuwe single You Start A Fire is inmiddels een coole nieuwe clip gemaakt, waarbij Jenny haar tijdens een vliegtuigongeluk omgekomen man weer in elkaar zet via de nieuwste technologie. Maar ook los van dit technische hoogstandje zullen veel muziekliefhebbers de weg naar Jenny’s Monsters weten te vinden. (RS)
Creature With The Atom Brain
Hoe kan je de avond beter beginnen dan met een portie rammelende, psychedelische sixties rock? Creature With The Atom Brain is een Belgisch gezelschap dat al een aardige naam heeft gemaakt in de muziekwereld. Recentelijk speelden ze supports van The Dead Weather, waar ze niemand minder dan Jack White voor zich hebben gewonnen. Nu nog de Eurosonic bezoekers, minstens zo belangrijk! De band bestaat uit vier rockers die je in eerste instantie niet in een smal donker steegje tegen wil komen, maar deze indruk wordt al snel overwoekerd door een gevoel van waardering. Wat een geweldige sound. Het krakkemikkige Vindicat wordt gevuld met een enorm hard en energiek rockgeluid, dat soms wat bluesrock, progrock en postrock bevat. De set bestaat uit nummers die elkaar stuk voor stuk overtreffen. Moeten we nog even doorgaan? Creature With The Atom Brain rockt. (LdJ)
Joe Worricker
Een twintigjarig talent uit Engeland opent de Beggars-avond in de Machinefabriek. Slechts begeleid door een gitarist laat Joe Worricker zijn indrukwekkende stem het werk doen. Soulvolle jazz- en pop-elementen wisselen elkaar af, waarbij vooral bij hoge noten de geest van Antony Hegarty rondwaart. Hoewel Joe nog duidelijk charisma op het podium mist en regelmatig al ‘thank you’ zegt voordat het publiek de tijd heeft om te klappen, is het meteen duidelijk dat we hier met een groeibriljant te maken hebben. Met een prachtige cover van Nina Simones Forbidden Fruit wordt dit bevestigd. Hopelijk laten de producers van zijn toekomstige albums de pure kracht van zijn songs intact. (RS)
The Leisure Society
The Leisure Society gaf tijdens het London Calling festival in Paradiso al een visitekaartje af. De fans kunnen hun hart ophalen op Eurosonic. Het gezelschap dat bestaat uit zeven bandleden speelt op donderdag in de Spieghel en op vrijdag in Plato en het Groninger Museum in het kader van ‘Live In Your Living Room’. Een aparte ervaring, een optreden in een museum. Voorman Nick Hemming moet er zelf ook een beetje aan wennen: hij krijgt even flink de slappe lach en moet daardoor een liedje opnieuw inzetten. De sfeervolle meerstemmige songs (met fluit, viool, cello, orgel, gitaar en drums) passen perfect in de huiskamersetting. Een innemend intiem optreden van deze folkys uit London. (HN)
Ellie Goulding
In Engeland wordt momenteel heel druk gedaan over Ellie Goulding. Ze wordt gezien als het zangeresje dat in 2010 wel eens een monster-doorbraak zou kunnen beleven. Op basis van haar show in Simplon zeggen wij: ze is de nieuwe Kate Nash. Een mooi, deftig Brits dametje dat luisterliedjes zingt die door een begeleidingsband/producer worden voorzien van een eigentijds electronica-sausje. Een paar liedjes klinken lekker springerig en beklijven (op een Lykke Li manier), maar sommige zijn ook net wat te braaf. De komende zes maanden kan ze sowieso de wereld rond (de buzz is er immers) maar of er meer in zit valt te betwijfelen. (AS)
Amo-Lab / Kleine Jay & Cartes
In Plaza Danza houdt het Groningse hiphop-festival New Attraction een showcase, waar we even een kijkje nemen. Het lukt Amo-Lab regelmatig om met zijn reggaeton zalen op zijn kop te zetten, maar het publiek is vanavond nog te lauw. De strijdlust en het plezier zijn er niet minder om en dat siert het gezelschap op de planken. Kleine Jay & Cartes oogsten meer succes. Het nieuwe materiaal omvat zowel hitgevoelige nummers als pure hiphop voor de incrowd. ‘2010 wordt ons jaar’ schreeuwt Kleine Jay, en dat lijkt helemaal geen gekke voorspelling. (KK)
Broken Records
Een van de hoogtepunten van Eurosonic is de Schotse Band Broken Records. Met opzwepende nummers van hun debuutalbum Until The Earth Begins To Part overtuigt de band uit Edinburgh. Het zijn echte performers die hun complete ziel en zaligheid in de songs leggen, ook al balen ze dat ze zo vroeg op de avond spelen. Al grappend dat hun album de nodige Grammy’s en andere prijzen in de wacht heeft gesleept, geven ze zich volledig in nummers als Lies en If The News Makes You Sad, Don’t Watch It. Met gitaren en drums, gecombineerd met strings wordt op de emotie gespeeld en dit doel wordt vakkundig bereikt. Je kunt niet anders dan erin meegaan. Niet alleen aanbevolen voor liefhebbers van Arcade Fire. (RS)
Los Campesinos
Ieder hoekje van het podium van Simplon wordt gevuld met een bandlid van Los Campesinos: een Brits gezelschap dat zich onderscheidt van de welbekende indie door snelle, hyperactieve en dansbare songs die vooral vrolijkheid uitstralen. Live komt het eigenlijk neer op een enorme vervelende chaos. Eerlijk is eerlijk, technische problemen kunnen je performance verpesten, maar dat is geen excuus om vals te zingen en ongestructureerd te spelen. Los Campesinos moet eens prioriteiten stellen: nu danst en springt de zanger liever dan dat hij zijn xylofoon daadwerkelijk raakt. Het had zo’n leuke, gezellige show kunnen worden, maar Los Campesinos maakt het niet waar. Bij de dansbare hitjes zoals Death To Los Campesinos en You! Me! Dancing! komt het publiek nog redelijk los, maar al met al is het niets om over naar huis te schrijven. (LdJ)
Post War Years
Dit Londense viertal heeft het in zich om uit te groeien tot een erg spannende band, maar ze zijn er nog niet helemaal. Het kwartet durft flink te experimenteren met songstructuren en doet qua opbouw denken aan een soort ingehouden, ambient Bloc Party. Maar daar waar de heren twee dagen eerder in de kleine zaal van Paradiso garant stonden voor een perfecte spanningsboog, klinkt hun set in Simplon net wat rommeliger. Heeft zeker potentie, maar moet nog wat groeien. (AS)
Noora Noor
Ook in Noorwegen is de klassieke soul ontdekt, en Noora Noor is een prima zwarte revivalist souldiva die een ouderwetse soulrevue neerzet, inclusief driekoppig synchroonswingend dameskoortje en mooie handgebaartjes die de stembuigingen onderstrepen. De romantische locatie met kroonluchters en lijstdecor is perfect gekozen. Ongetwijfeld probeert Noora, die vroeger gelikte arrenbie maakte, hiermee de trend van Amy Winehouse en consorten te volgen, not that there’s anything wrong with that. Vergeleken met hen zingt ze veel beter dan Duffy, maar heeft haar stem ook niet de diepte die bijvoorbeeld Adele neerzet. Nog steeds soepel en geloofwaardig uitgevoerd en een prima tijdverdrijf, al hoef je voor zoiets echt niet een act uit Noorwegen te gaan importeren. (LR)
Kill The Dandies
Sommige nationaliteiten staan bekend om hun sprankelende muziekcultuur, maar als je uit Tsjechië komt heb je waarschijnlijk veel zelf voor elkaar moeten boxen. Kill The Dandies is sowieso een boeiend gezelschap. Ze ogen een beetje Oostblok-fout, maken psychedelische psychobilly/garage-rock en hun zangeres (type: blond heroinehoertje meets Nico) is een fijne blikvanger. Soms verzanden ze te veel in richtloze gitaar-drones, maar als ze een pakkend liedje spelen zijn ze vaak zinderend en lekker grillig. Geen makkelijke band en niet al het repertoire is even sterk, maar zo nu en dan weten ze je precies bij je strot te grijpen. (AS)
Rox
Deze Engelse zangeres kennen we al van haar gastbijdragen aan de albums van Nitin Sawhney, maar ze staat nu ook solo volop in de spotlights. Ze werkt aan een album en stond laatst al op het podium bij Jools Holland met haar nieuwe single My Baby Left Me. Dan weet je vaak dat het succes eraan kan komen. Dit kleine podiumbeest, begeleid door haar funky band, weet de Machinefabriek eenvoudig naar haar hand te zetten. Meest opvallend is de cover van Fleetwood Macs Dreams, die met een lome reggae-feel een uniek karakter meekrijgt. Stilstaan is praktisch onmogelijk. Rox, een kleine naam met een grote toekomst. Houd deze dame in de gaten de komende maanden! (RS)
Pegasus
Ook al stonden er een groot deel van Eurosonic al niet de rijen voor Huize Maas die ik van eerdere edities gewend was, een act die de zaal goeddeels leegspeelt is toch tamelijk onverwacht. Niet dat Pegasus een slechte band is: de soepele en warme luisterpop zit bijzonder goed in elkaar en wordt prima uitgevoerd, waarbij vooral de zeer goede elastische blue-eyed soulstem van de zanger alle aandacht krijgt. Het probleem is alleen dat deze Zwitserse band ook heel erg Zwitsers overkomt: een goede constructie, uitermate betrouwbaar, volgens de regelen der kunst en esthetica in elkaar gezet, maar niet erg prikkelend of spannend. (LR)
Ou Est Le Swimming Pool
Ou Est Le Swimming Pool is vooral heel erg lachen. Ze ogen zo over the top dat je een half uur lang met een brede grijns op je gezicht in de zaal staat. Bedachte hipster snorren, perfecte eighties-coupes, een bijna belachelijk sarcastische post-alles uitstraling (vooral niet je best doen)… good fun! Hoe zo’n band dan klinkt? Als een 2010 versie van Milli Vanilli of Bros (de twee voorste jongens), credible gemaakt door een fikse dosis retecatchy Kitsune electropop (de twee achterste jongens). Echt elk nummer is een geheide sing-a-long, maar had ook een songfestival-lied kunnen zijn. Soms zingen de jongens volledig naast de microfoon maar blèren de vocalen gewoon door. Als ze het niet met elkaar doen, werken ze vast veel groupies af. Inhoudelijk te jaded voor woorden, maar zoals de beste pop-art qua vorm hilarisch en super-entertaining. (AS)
Calibro 35
De instrumentale funky psychedelicajams van dit Milanese viertal lijken regelrecht van de soundtrack van een Duitse jaren zeventig softporno- of dubieuze politieachtervolgingsfilm te komen. Dat is niet geheel toevallig, want een deel van het repertoire komt daadwerkelijk uit Italiaanse B-films, aangevuld met eigen composities die daar niet voor onder doen. Het resultaat is een beetje een mengsel van Blue Cheer meets Focus, een spannend filmisch geluidsdecor om je wildste spionnenfantasieën in te laten afspelen. Bijzonder vermakelijk en virtuoos. (LR)
Crystal Fighters
Crystal Fighters speelt in Shadrak en die disco/bar staat niet echt bekend om de hoge geluidskwaliteit. Maar als je de moeite neemt om helemaal naar voren te lopen, zie je een van de hoogtepunten van deze editie van Eurosonic aan het werk. Dit trio is namelijk echt vernieuwend en heeft een volstrekt eigen sound. Ze combineren Klaxons-achtige ravey punk-vibes, met latin-grooves die aan CSS, Bonde Do Role of zelfs Manu Chao doen denken. En nee, die combi hadden we nog niet eerder gehoord. Krassen, schuren en grooven. Bovendien ogen de heren lekker maf en heeft de overstuurde, licht hysterische zanger een erg fascinerende podium-uitstraling. Op Crystal Fighters kun je dansen, er valt ook echt wat te zien op het podium en ritmisch zit het allemaal prima in elkaar, dus is het wachten op een doorbraaksingle. Goede band! (AS)
Daniel Norgren
Eenmansbluesformaties waarbij de zanger-gitarist zichelf ook op drums begeleidt zijn soms een beetje tricky: het kan nog wel eens uitlopen op onbestemde bluestrash waar volksvermaak belangrijker is dan muzikaliteit, zoals Bob Log III al jaren laat zien. Daniel Norgren blijft gelukkig ver van dat soort effectbejag en presenteert authentieke vooroorlogse blues (alhoewel met elektrische gitaar) met een flinke scheut gospel-bezwering. Geloofwaardig en gedreven uitgeklede blues dus, die echter ook niet enorm veel variatie tentoonspreidt. (LR)
And So I Watched You from Afar
And So I Watched You From Afar is geen gemakkelijk band. Lange emo-aandoende bandnaam, behoorlijk complexe songstructuren, droge uitstraling… niet voor niets werden ze her en der al een stuggere Mogwai met meer ballen genoemd. In Vera doen de Ieren waar ze goed in zijn: intens musiceren. Veel te lachen valt er niet, maar als sonische erupties en oprechte math-core/post-rock je ding is, kun je hier eigenlijk niet omheen. (AS)
Bazzookas
EuroSonic was uitzonderlijk vroeg uitverkocht dit jaar, maar gelukkig zijn er genoeg initiatieven die ook voor het publiek dat achter het net viste toegankelijk zijn. De schoolbus van Bazzookas (Bazz VanKatoen en de Palookas) is misschien wel het leukste van die initiatieven. De hele avond lang spelen de heren gratis in de volgepakte bus die maar ternauwernood rechtop blijft staan. Springen is onmogelijk zonder je hoofd te stoten, dus komt menigeen beursgeslagen maar dolenthousiast door de busdeuren naar buiten. Connexxion en Arriva zullen het nooit evenaren. (KK)
Shoshin
Een bandje uit Manchester heeft afgelopen weekend mijn hart gestolen. Misschien heb je ze ook gezien, buiten op de Grote Markt, tussen Vindicat en Grand Theatre? De band trok mijn aandacht toen ik bij het reguliere programma – weer eens – niet naar binnen kon vanwege de drukte. De band heet Shoshin en ze maken hele leuke catchy liedjes met een mengeling van hiphop, rock en reggae. Een kort interview was snel geregeld. Pete, Alan en Abbi kregen geen uitnodiging om op Eurosonic te spelen. Ze kwamen toch, op de bonnefooi, naar Groningen om twee avonden blauwbekkend in de kou voor een enthousiast publiek op straat te spelen. Wat een bandspirit. Als ik een extra popprijs kon uitreiken dan wist ik het wel. (HN)
MVSC
Een klein exclusief gezelschap gaat helemaal uit het bolletje tijdens de groovy set van MVSC uit Brussel. Fotograven liggen op de grond om een coole foto te kunnen schieten. Journalisten tikken koortsachtig in hun gsm. Eigenzinnig, vet, rauw, dansbaar, moeilijk in woorden te pakken, niet voor een gat te vangen. MVSC is een rendez-vous tussen de jonge Belgische producer Compuphonic en de bandleden van de electrorock formatie Montevideo. Een hoogtepunt op Eurosonic! (HN)
Izïa
Vergeleken met deze Franse rockchick verbleekt onze eigen Anouk tot een verlegen muurbloempje: Izïa zet een scheur open als een hedendaagse Janis Joplin, en stuitert vol adrenaline alle kanten het podium over. Zij is op die manier ontegenzeggelijk het middelpunt van alle aandacht, al moet de kwaliteit van het haar ondersteunende rocktrio, dat speelt als een compacte en strakgetrokken Triggerfinger, niet onderschat worden. Een stevige vrouwenrockact. (LR)
Young Guns
Vijf stoere jongens uit High Wycombe met de armen vol tattoos en gescheurde spijkerbroeken imponeren met indoctrinerende metal. De Young Guns beuken er stevig en strak op los in het donkere Vindicat-hol. Hun podiumpresentatie is zeker spectaculair te noemen. De boys zijn voor de tweede keer in Nederland en hebben er veel zin in. Het is niet helemaal mijn kopje thee, maar de mensen in de zaal zullen daar zeker anders over denken. (HN)
The Low Frequency In Stereo
Eigenzinnigere bands dan The Low Frequence In Stereo zijn er eigenlijk niet. Wel vergelijkbare qua onbenoembaarheid. The Soundtrack Of Our Lives bijvoorbeeld. Maar dan zijn deze Noren fascinerender. Door de afwisselend mannelijke en vrouwelijke leadzang en de heftige en hypnotiserende gitaar-exercities heeft de sound van de band iets weg van Sonic Youth, maar dan wel door een Stereolab-blender gehaald en voorzien van vervreemdende folky elementen. Als Per Steinar Lie een nummer aankondigt met de zin: ‘dit nummer staat nu nummer 1 in Noorwegen’, kun je gelijk schaterlachen omdat een ieder weet dat dat niet waar kan zijn. Niet voor iedereen weggelegd, wel erg fijn grillig voor indiefanaten die geen genoegen nemen met hap-slik-weg pop. (AS)
Teksten: Lisa de Jongh, Klaas Knooihuizen, Haika Nanninga, Lodewijk Reijs, Arnold Scheepmaker, Robert Schuurman











