MELKWEG, Amsterdam
6 februari 2010
De grote zaal van de Melkweg is vol, maar niet voor het voorprogramma Totimoshi. Het drietal houdt van moeilijk doen, maar vergeet hierbij pakkende songs of zelfs riffs te spelen. Je hoort duidelijk dat ze goed naar de Melvins hebben geluisterd, maar waar de dissonantie bij King Buzzo en de zijnen in dienst staat van de muziek, ontbreekt bij Totimoshi de structuur.
Nergens ontvlamt het en het warrige geheel blijft maar voortduren. Dan
is veertig minuten lang, het beleefde applaus is eigenlijk nog teveel
eer. Of is dat enkel voor het prima geluid dat Totimoshi meekreeg?
Mastodon trakteert vanavond iedereen met een integrale versie van Crack
The Skye, het laatste album. Of moet ik zeggen: probeert te trakteren,
want vooral in Oblivion, Divinations en Quintessence hort en stoot de
Mastodon motor behoorlijk. Het laatste pareltje omvat veel details,
waaronder samenzang, en live moeten de heren wel bij de les zijn om
alles tot in de puntjes uit te voeren. Vooral gitarist Brent Hinds is
dat vanavond niet. Het samenspel en de samenzang lopen stroef, waardoor
al snel blijkt dat het viertal vanavond niet in vorm is.
The Czar vormt het keerpunt, de mannen zijn eindelijk op stoom gekomen.
Vanaf nu zijn niet enkel de beelden op het projectiescherm prachtig. De
Crack The Skye sfeer die de beelden oproepen komen nu gelukkig ook
muzikaal uit de verf. Helaas komt bij The Last Baron, het slotnummer,
de klad er weer in. Door een verkeerd gestemde gitaar van Hinds moet
het nummer tot driemaal toe ingezet worden. Het interesseert de
benevelde gitarist vrij weinig en Mastodon is een van de weinige bands
die weg komt met deze knulligheid. Tegen het eind soleert Hinds alsof
het een lieve lust is en de spacy synthesizer geluiden van
sessiemuzikant Rich Morris vormen de brug naar het oudere werk van
Mastodon.
Waar het eerst leek alsof het viertal gevangen zat in een cocon, wordt
nu alle schroom afgeworpen. Via de albums Blood Mountain en Leviathan
eindigen ze ontketend bij de krakers van het debuut Remission. De
explosie werkt door op iedereen in de zaal en het ruige beginwerk zorgt
voor beweging. Zo stroef als in het begon, zo soepeltjes knallen en
ronken Where Strides The Behemoth en afsluiter March Of The Fire Ants.
Waarmee de rekening van het zwakke begin vereffend is. Maurice van der
Heijden foto’s Paco Weekenstroo











