DOORNROOSJE, Nijmegen
18 februari 2010
Dat het er hard aan toe zou gaan bij The Horrors, was te verwachten. Evenals: slecht geluid, slechte mix. Maar aan die laatste verwachting voldoen de in smetteloos zwart geklede heren niet. Ze spelen Doornroosje moeiteloos plat met hun zwaar verteerbare garagerock vs. shoegaze. Denk A Place to Bury Stangers op de instrumenten van The Kills, Japan en wat Sonic Youth-synths.
Frontman Faris Badwan heeft alle eigenschappen van een roofvogel. Als
hij even niet moet zingen, ijsbeert hij in rondjes over het podium, als
een biddende valk. Zijn haar is wild, alsof het door de wind door
elkaar is geschud, zijn neus is wat puntig, ogen kijken scherp naar een
punt in de verte. Af en toe spreidt hij zijn armen wijd en staart met
kin op de borst de zaal in. De rode lampjes van fototoestellen
verlichten zijn gezicht kort, een paar seconden maar, om het geheel nog
dreigender te maken.
De zang van Badwan is wel hoorbaar, maar totaal onverstaanbaar. Normaal
een zwaktebod, maar nu geenszins: bij een band als The Horrors verwordt
de stem tot een instrument, dat net als gitaren hoge en lage tonen
produceert. De diepe bas van Badwan is wat dat betreft een zeer
doeltreffende vondst. Er moet nog een tint van zwart uitgevonden worden
om de muziek te kunnen evenaren, zeker met die bezwerende,
hallucinatoire stem.
De meeste tijd is er niets bijzonders te zien op het podium, behalve
misschien het vogelgedrag van de zanger. De vijf bandleden doen hun
werk, zeker niets minder, maar ook absoluut niet meer dan dat. Hun haar
zit gek, bij de gitarist bijkans gothic, maar wel onberispelijk in
model.
Met de ogen gesloten komt het optreden veel sterker over, dan pas hoor
je alle lagen, subtiliteiten, de kwaliteit van het geluid. Want van
contact met het publiek moeten The Horrors het niet hebben. Natuurlijk,
dat is ook inherent aan het genre, maar twee keer ‘thank you’ is wel
erg, erg karig. En het publiek moet geduldig zijn, want de band laat de
zaal ongewoon lang wachten, zowel vooraf als voor de toegift. Een
toegift, die overigens een subliem einde inluidt: stampende electro,
springende fans. Na meer dan een uur is Doornroosje volledig ten prooi
gevallen aan de klauwen van Badwan. Meer hadden de gasten werkelijk niet
aangekund. Koen Verhelst





