PARADISO, Amsterdam
18 februari 2010
Nederland of Australië, sneeuw of zon: Xavier Rudd huppelt vrolijk rond op zijn blote voeten. Terwijl de sneeuw al wekenlang uit de lucht valt en vele Nederlanders te kampen hebben met winterdepressie, laat Rudd in Paradiso alvast de zon schijnen. Met een enorme bontmuts op zijn hoofd, dat dan weer wel.
Nep ongetwijfeld, want hoe dicht Rudd ook bij de aarde wil zijn, dieren
mogen daarvoor natuurlijk niet lijden. Veel mensen zullen jeuk krijgen
van Rudds spirituele inslag, maar ontkennen dat hij een razend goede
muzikant is, dat zal niemand doen.
Hoewel Koonyum Sun nog niet uit is, touren Rudd en zijn Zuid-Afrikaanse
gevolg alvast door Europa. In tegenstelling tot voorganger Dark Shades
Of Blue zorgen de didgeridoo en de Afrikaanse beats ervoor dat Koonyum
Sun lekker opgewekt en zomers klinkt. Tio Moloantoa en Andil Nqubezelo
(beide van de Lucky Dube band) zijn in eigen land grote sterren en
laten hun virtuositeit nu gelden in het Europese. Een prachtige
meerwaarde voor de toch al multi-instrumentale Rudd.
Het concert bestaat uit een mengeling van oude en nieuwe nummers.
Beginnend met The Mother op de didgeridoo komt de sfeer er direct in.
Het hoogtepunt ligt toch bijna bij het einde: tijdens het reggaenummer
Let It Be jammen de heren er lustig op los en worden er in eerste
instantie een aantal dames het podium opgetrokken. Dat laat de
gemiddelde Nederlander niet over zijn kant gaan. Binnen no-time staat
het podium vol, waardoor de muzikanten amper nog te zien zijn en hier
en daar worden overstemd door een al te enthousiaste fan. Hoewel een
uitverkocht Paradiso altijd voller aanvoelt dan welk ander poppodium
dan ook, doet Rudd alle sneeuwellende vergeten en warmt ons aller
hartjes op. Laat die zomer maar beginnen! tekst Annelies Omvlee; Foto
Marco van Rooijen





