AB, Brussel
2 maart 2010
Vijf jaar is het intussen geleden dat het Noorse negental Jaga Jazzist voor het laatst een album uitbracht. We kijken dan ook met volle spanning uit naar de ‘live come-back’ in Brussels rocktempel nummer één. Het is trouwens ook exact vijf jaar geleden dat de Noren op dit podium stonden.
De release van One Armed Bandit is een goede reden om het
Scandinavische hinterland nog eens achter zich te laten. De band maakt
ons meteen duidelijk dat hij zijn inventiviteit allesbehalve verloren
heeft. Vanaf noot één overspoelen drummer Martin Horntveth en zijn
kompanen ons met die typisch ‘goedaardige kakafonie’ die we van deze
heren kennen. Horntveth beweert dat het AB-podium en publiek het beste
ter wereld is… en hij lijkt het nog te menen ook!
Feit is dat de heren voor een sfeervolle ABBox het publiek alweer een
mooie klankpuzzel voorleggen. Die klinkt het ene moment logisch
onderhoudend, om enkele seconden later plotsklaps om te slaan in een
onvoorspelbaar labyrint van geluiden die als een perfecte metafoor voor
de grillige Noorse fjorden fungeren. Tegen een grappige achtergrond van
een kartonnen fruitbar nemen de blazers op een gegeven moment de
boventoon en drijven het concert naar een eerste hoogtepunt. Ze worden
gevolgd door de rest van de band, die een muzikale clash aangaat met
tuba, klarinet, sax, trombone en trompet.
Even later volgt een ‘cooldown’ van onderkoelde en minimalistische
jazz, dat vooral door de echte liefhebbers gesmaakt wordt maar helaas
ook even het verhitte tempo uit de set haalt. Maar niet getreurd, de
Belgische hoofdstad wordt geëerd met het toepasselijke Brussels
Skyline, een onvervalste hap jazzmetal waarin de negen Noren alle
registers nog eens volledig opentrekken. Indrukwekkend!
Ik weet dat in 2010 de grootste media-aandacht gaat (terecht of niet,
maak het zelf uit!) naar The XX’en, Editors’ en Them Crooked Vultures’
van deze wereld, maar mag ik je aanraden deze zomer ook even naar deze
heren te gaan luisteren op één of andere festivalweide?! Want ze
verdienen het! Tekst Ruud Van De Locht











