DIVERSE LOCATIES, Den Bosch
7 maart 2010
Toen de line-up van de eerste editie van fabrIQ naar buiten kwam wisten kenners genoeg: dat wordt een mooie zondag in Den Bosch. Ze kregen gelijk. Twaalf bands, drie zalen, één conclusie: dit mag niet bij deze ene keer blijven. Lees hier het verslag van de eerste editie.
In de kleine zaal van De Verkadefabriek bijt Bosque Brown het spits af.
Singer/songwriter Mara Lee Miller zet direct een standaard met haar
prachtige stem, die dankzij de goede akoestiek in de zaal tot in het
beenmerg gevoeld wordt. De liedjes hebben veelal geen eenvoudige
songstructuren, waardoor het voor mensen die haar albums niet kennen
wellicht wat onsamenhangend klinkt. Een deel verlaat de zaal dan ook
voortijdig, wanneer in de grote zaal Awkward I aanvangt. De blijvers
genieten onverminderd door tot het einde.
De indiepopsongs van Djurre de Haan aka Awkward I liggen juist erg goed
in het gehoor. Zo goed zelfs, dat de paar liedjes uit zijn set die niet
op het debuutalbum I Really Should Whisper terecht kwamen zich na een
handvol liveshows al in mijn hoofd hebben gevestigd alsof ik ze al
jaren ken. Bijgestaan door geestverwanten van de Hospital Bombers
krijgen die songs bovendien extra body, wat in de grote theaterzaal erg
mooi uitkomt. Tussenstand: twee uit twee.
Het is inmiddels duidelijk waarom het programma in de grote en kleine
zaal ongeveer gelijk oplopen. Vooral de kleine zaal biedt niet genoeg
ruimte voor alle bezoekers. Er moeten dus keuzes gemaakt worden, en
aangezien het optreden van Karl Blau geen plaats meer biedt, belanden
we bij Kría Brekkan. Het was al opgevallen dan Múm een stuk poppier was
gaan klinken sinds het vertrek van Brekkan in 2006. Nu weten we waarom:
Brekkan blijkt de koningin van de anti-pop en spreidt solo achter haar
piano een portie theatrale avant-garde ten toon waar je U tegen zegt.
Laten we Björk en Kate Bush maar weer uit de kast halen ter referentie,
en die twee mogen opgeteld en gekwadrateerd worden. Het publiek is
verdeeld tussen kippenvel en onaangename kriebels.
Jesy Fortino, beter bekend als Tiny Vipers, komt op als een schuw
hertje, maar wanneer ze begint te spelen is alle twijfel verdwenen.
Haar muziek laat zich luisteren als het stille oppervlak van een
verlaten parkvijver tijdens ochtendgloren. Een kleine rimpeling
ontstaat sporadisch wanneer een baars naar zuurstof hapt of een zware
dauwdruppel zicht vanuit een treurwilg voegt bij de velen. Verder
heerst serene rust. In de pers worden haar albums dikwijls als ‘saai’
bestempeld, maar zoals collega Van der Molen al opmerkte dringt de
muziek na meerdere luisterbeurten diep door in de huid. Live blijkt dit
des te meer het geval, het optreden is van een betoverende schoonheid.
Thus:Owls grossiert in stijlen. De basis is pop, maar het schiet
net zo gemakkelijk van rustige singer/songwriterliedjes via
anarchistische kakofonie naar haast klassieke rock. Aan het eind wordt
een medley van eigen nummers gespeeld ‘want we komen uit het land van
ABBA.’ Dergelijke medleys behoeven geen excuses, al moet gezegd dat het
optreden van de Zweden wat kleurloos afsteekt bij wat we tot nog toe
gezien hebben.
De festivaldag gaat inmiddels zijn tweede bedrijf in. Aan de overkant
van de straat is poppodium W2 in gereedheid gebracht om de volgende
drie acts te hosten. Cedarwell heeft zichzelf opgesteld in de zaal,
voor het podium. Gezien de plateau-opbouw van de zaal is dat geen
probleem: iedereen kan het zien. Het optreden begint als een soort
nu-country cabaret, waarbij een grote rol is weggelegd voor de
percussie van Joel Stokdyk. Naarmate de show vordert komt de focus meer
op pure folk te liggen. Zanger Erik Neave blijkt over een flinke portie
humor te beschikken en eerder genoemde Stokdyk is stapelgek, wat de
show extra vermakelijk maakt.
The Tallest Man On Earth is de grootste naam van het festival en de W2
is dan ook helemaal vol als de kleine Zweed aantreedt. Met zijn
redelijk conventionele liedjes Bob Dylan-style (dat stempel raakt hij
waarschijnlijk nooit meer kwijt) is hij niet echt een prototype
fabrIQ-act, maar het moet gezegd: hij is echt heel erg goed in wat hij
doet. Dat de kleine man het met enkel zijn gitaar voor elkaar krijgt om
de volgepakte W2 een uur lang aan zijn lippen te doen hangen, verdient
groot respect.
Hoe wreed is soms de werkelijkheid: de heren van Megafaun zaten vroeger
in DeYarmond Edison, samen met Justin Vernon. Die laatste vertrok naar
Bon Iver en brak door, zijn oude vrienden verdwaasd achterlatend. De
doorstart onder de naam Megafaun begint echter zijn vruchten af te
werpen. De baardmannen haalden de mosterd bij Crosby, Stills, Nash en
Young, kneedden het tot stoere mannenfolk met psychedelische trekjes en
het resultaat is een band die duidelijke raakvlakken heeft met Fleet
Foxes, Mumford & Sons en Grizzly Bear. De heren zijn bovendien
uiterst vriendelijk en geestig en dankzij een slim stukje
publieksparticipatie gaat zelfs de grootste scepticus om. Ideale act
voor op de betere festivals, dus die gaan we zeker terugzien binnenkort.
Tijd voor een frisse wandeling naar Plein 79, waar de derde helft van
het festival plaats vindt. Het Amsterdamse Wooden Constructions is daar
inmiddels begonnen. De elastische frontman Gover Meit zingt en
scandeert zijn teksten op een manier die doet denken aan De Nieuwe
Vrolijkheid. Die band ging trouwens vlak voor zijn definitieve
doorbraak uit elkaar en het achtergelaten gat ligt nog steeds open.
Daar kan Wooden Constructions dus mooi induiken.
dd/mm/yyyy (spreek uit: Day, Month, Year) houdt het midden tussen Foals
en Rolo Tomassi, al ligt de band uit Toronto geografisch gezien wat uit
de route. De vijf maken mathrock voor promovendi, waarbij net zo
willekeurig wordt gewisseld tussen 4/4 en 7/8 maten als Sven Kramer
tussen de binnen- en buitenbaan. Het verschil is echter dat het Canada
wel degelijk goud oplevert, want wat een geniale show is dit. Waarom
makkelijk doen als het ook moeilijk kan?
FabrIQ heeft wat LiveXS betreft in één editie zijn waarde bewezen. Bij
succes geprolongeerd, zo werd ons beloofd. Bovenstaande is het bewijs
van dat succes, dus voor 2011 zitten we geramd, lijkt me. Klaas Knooihuizen
Voor de volledigheid melden we nog dat de show van Stairs To Nowhere
vanwege de trein naar het noorden helaas gemist moest worden.





