DOORNROOSJE, Nijmegen
21 maart 2010
Ik heb te doen met de schattige alternatieve meisjes vooraan als het Tilburgse Izah van start gaat met zijn harde post-metal set. Ruig als op een vikingschip in een storm varen zij over de donkere zee. De wreedheid van het materiaal is direct een stuk heftiger dan het hoofdprogramma Mono.
Tijdens de twee lange nummers (een nieuwe en eentje van het debuut)
reizen de heren ook langs rustige regionen en dan komt de veelzijdigheid
om de hoek kijken.
In Nederland is de band één van de weinigen met dit geluid en langzaam
zet Izah de stap naar grotere podia. Terecht, want de muziek boeit zeker
en komt met een betere geluidsinstallatie pas echt tot zijn recht.
Zanger Entius lijkt vanavond echter niet goed in zijn vel te zitten.
Zijn schreeuwen zijn niet overtuigend en zijn melodieuze zang ligt niet
helemaal lekker in de muziek.
Dat er tijdens de pauze klassieke muziek gedraaid wordt is logisch,
aangezien Mono hiermee flirt en onlangs een live registratie heeft
uitgebracht met een 28-koppig klassiek orkest. Toch zijn de klassieke
tonen teveel aanwezig om de opmaak te vormen voor het hoofd concert. De
vier Japanners zorgen daar zelf wel voor, heel langzaam zwellen de hoge
tonen aan tot we zijn beland in een melancholisch landschap. De dromers
in de zaal zijn reeds ingepakt en met de eerste oorverdovende
gitaaruitbarsting volgt ook de rest van de zaal.
Mono opereert in een klein afgebakend hokje van het instrumentale
post-rock genre, maar een optreden bevat genoeg wendingen om ruim
anderhalf uur interessant te blijven. Is het niet een stilte net voor
een intense uitbarsting, dan zijn het wel de pianotonen van bassiste
Tamaki Kunishi die voor de gelegenheid haar basgitaar aan de kant legt.
De tragiek viert hoogtij, maar die kan ook ingewisseld worden voor de
euforie die een uitbarsting metgezeld. Vooral de gespeelde stukken van
het laatste album Hymn To The Immortal Wind komen live erg goed uit de
verf.
De ingetogen muzikanten zitten alle vier in hun eigen cocoon en alleen
leadgitarist Takaakira Goto kruipt hier uit als hij tijdens een gierende
gitaarfeedback zijn kruk wegschopt en op zijn knieën zijn gitaar
geselt. Het is het enige moment dat er zichtbare emotie loskomt. Zonder
enig contact met het publiek laat het viertal zien dat de hard/zacht
dynamiek – op de juiste wijze gepeeld – nog steeds dodelijk kan
aankomen. Maurice van der Heijden











