MELKWEG, Amsterdam
25 maart 2010
Het is dat de gitaristen van Airbourne geen schooluniformen aan hebben, anders zou de band echt een AC/DC-kloon zijn geweest. De catchy riffjes, de show, de schreeuwstem van zanger/gitarist Joel O’Keeffe; alles doet denken aan AC/DC, maar dan met nog net wat meer testosteron. De Australiërs gaven donderdag in de uitverkochte Oude Zaal van de Melkweg een klassieke rockshow weg. Toch konden ze niet verbloemen dat ze op muzikaal vlak leunen op een trucje.
Waar je bij Airbourne niet om de vergelijking met AC/DC heen kan, schiet
je bij het zien van voorprogramma Taking Dawn gelijk de naam Iron
Maiden te binnen. De Amerikanen zijn dolenthousiast, maar lijken niet
door te hebben dat het publiek niet voor hen komt. Als zanger/gitarist
Chris Babbitt het publiek schreeuwend vraagt om some f#cking noise te
maken, blijft het angstvallig stil in de Oude Zaal.
Bij Airbourne is dat wel anders. De Australiërs brachten pas twee platen
uit, maar vanaf minuut één schreeuwt het publiek (lees: ruige mannen
met lang haar) de teksten woord voor woord mee. Dat is al een prestatie
op zich. De nummers van Airbourne lijken zo veel op elkaar, dat ze soms
moeilijk van elkaar zijn te onderscheiden. Elk nummer begint met zo’n
typisch AC/DC-riffje, heeft een meezingrefrein en kent een gitaarsolo
waar Angus Young van zou gaan glimlachen. De nummers zijn echter wel erg
oppervlakkig. Echte knallers zitten er niet tussen.
De Airbourne-trein dendert anderhalf uur non-stop door. Nergens houdt
men een adempauze, steeds gaat men op hetzelfde moordende tempo verder.
De fans crowdsurfen en springen vrolijk mee, maar voor wie niet alle
teksten mee kan blèren is het behoorlijk vermoeiend.
Airbourne moet het dan ook echt van zijn show hebben. De band headbangt
synchroon voor een decor bestaande uit een dikke rij
Marshall-versterkers. Elk nummer wordt met veel bombast en theater
afgesloten en Joel O’Keeffe zoekt constant contact met het publiek. De
zanger/gitarist is sowieso de gangmaker van het stel. Tijdens Girls In
Black verschijnt de frontman al solerend op het balkon van de Melkweg.
Het publiek smult ervan, maar welke Australische gitarist heeft nou al
meer dan dertig jaar het patent op deze act? Was dat niet…. Juist,
Angus Young.
Het mogen dan Aussies zijn met gevoel voor entertainment, de
troonopvolgers van AC/DC zullen ze waarschijnlijk nooit worden. Het is
ook maar de vraag of Airbourne dat doel nastreeft. Het viertal wint met
gemak de Oude Zaal van de Melkweg voor zich en geniet er zelf zichtbaar
van. Met een grijns van oor tot oor roept Joel O´Keeffe na afloop: “Rock’n'roll will never ever die!” En zo is het maar net. Tekst Milo Lambers





