DIVERSE LOCATIES, Rotterdam
9 en 10 april 2010
Het Rotterdamse multidisciplinaire kunstenfestival Motel Mozïque is dit jaar aan zijn tiende editie toe. De nietsvermoedende bezoeker zal even schrikken als hij in de glazen kooi op het Schouwburgplein een gladiator met twee wulpse stoeipoezen ziet vechten. De vaste bezoeker kan enkel glimlachen en voelt zich weer helemaal thuis. De muziek doet de rest. Lees hier het verslag.
Vrijdag 9 april
The Irrepressibles
De show van het extravagante gezelschap The Irrepressibles, uit Londen,
moet je ondergaan met een open mind. Het podium in de grote
schouwburgzaal ziet er spannend uit, met veel grote spiegels waar de
muzikanten van het orkest voor gaan staan. Zanger/gitarist/componist en
artistiek leider Jamie McDermott heeft de eer om het halve optreden
geheimzinnig achter een kamerscherm te staan. Veel indrukken volgen: de
kekke zwarte kostuums, het grimeerwerk dat tot kunst is verheven, de
staccatoachtige bewegingen van de muzikanten van het orkest (spelende op
onder andere viool, cello, contrabas, fluit, klarinet en slagwerk) en
niet te vergeten de muziek, een mengeling van klassiek en pop,
sprookjesachtig mooi. Het stemgeluid van McDermott met de vele hoge
uithalen en vibratie is niet mijn kopje thee, maar het is een bijzondere
show. (HN)
Johnny Flynn
De singer/songwriter Johnny Flynn heeft binnen de folkscene van
Groot-Londen nauwe banden met Laura Marling, Mumford & Sons en Noah
And The Whale. Johnny’s populariteit blijft voorlopig achter op die van
zijn geestverwanten en het is de vraag of daar verandering in gaat
komen. In Rotown blijken de sterkste songs de meer uptempo nummers als
The Box, Tickle Me Pink en Eyeless In Holloway, en die zijn allemaal
afkomstig van zijn debuut A Larum. Wat hij van de voor juni geplande
opvolger Been Listening laat horen is allemaal een tandje rustiger en
minder pakkend, waarmee Flynn ervoor lijkt te kiezen om niet in de
slipstream van Mumford & Sons meegezogen te worden. Voor een kleine
groep liefhebbers blijft het echter genieten. (KK)
Withered Hand
Dan Wilson is de man achter Withered Hand. Wilson speelt vaak met
verschillende muzikanten, zoals met bandleden van het ook op Motel
Mozaïque aanwezige Benni Hemm Hemm, maar vanavond is hij alleen gekomen
met zijn gitaar, mondharmonica en een dozijn vol komische verhalen en
briljante teksten. De singer/songwriter kent geen gêne op het podium.
Hij is goudeerlijk en gooit werkelijk alles in de groep. Wilson heeft
een breekbare stem die soms tegen het valse aan zit, zoals we dat ook
van grootmeester Neil Young kennen. De markante man uit Edinburgh heeft
er na vanavond in ieder geval één fan bij! (HN)
Fuck Buttons
Fuck Buttons maakt – voor zover dat mogelijk is – toegankelijke noise en
heeft daarmee een publiek veroverd dat meer omvat dan enkel nerds en
freaks, zoals je in eerste instantie zou verwachten. De grote zaal van
Watt is dan ook goed gevuld voor de geluidskunstenaars Andrew Hung en
Benjamin John Power. Beiden aan één kant van een enorm paneel
gestationeerd hebben ze genoeg knopjes om te neuken en dat doen ze dan
ook naar hartelust. Opener Surf Solar is direct het hoogtepunt van de
set, maar het kost de twee ook daarna weinig moeite om het publiek
gevangen te houden in hun extatische luistertrip. (KK)
Tree Trapped Tigers
Toen ik de drie heren van Three Trapped Tigers in januari zag optreden
in Paradiso wisten ze niet echt te overtuigen. Hoe anders is dat
vanavond in de basement van Watt. De vergelijking met Battles snijdt
hier zeker hout, en hoewel dat de lat wel heel hoog legt, komen de
Britten akelig dicht in de buurt van hun geniale inspiratiebron. Vol
overgave gaan de drie op in hun zelfbedachte wereld van krankzinnige
composities. Indrukwekkend! (KK)
The Strange Boys
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wat een leuk bandje is
dit! Gooi The Yardbirds en The Pretty Things uit de jaren zestig in de
blender met Babyshambles en je krijg The Strange Boys. Vorig jaar bracht
de band het leuke album The Strange Boys And Girls Club uit en dit jaar
de EP/LP Be Brave. In Rotown spelen ze de sterren van de hemel en knalt
de energie van het podium af. The boys uit Austin, Texas, maken jaren
zestig garagerock met een rafelig eigentijds randje. De songs zijn
catchy en fris, maar ook heel erg rock‘n’roll. Gaan we hopelijk nog vaak
terugzien. (HN)
Fool’s Gold
Fool’s Gold wordt voor het gemak neergezet als de nieuwe Vampire Weekend
en dat is nog geeneens zo’n gekke vergelijking. Het collectief uit de
Amerikaanse westkust zit echter een stuk dieper in Afrika geworteld en
komt daarom eigenlijk dichter in de buurt van The Very Best. Een
Afrikaanse versie van Sergeant Garcia is ook ladingdekkend. Hoe je het
ook noemt, het resultaat is een groot blij feest, waarbij de band het
minstens zo gezellig heeft als het publiek in Lantaren/Venster. Als het
op een frisse lenteavond al zo tekeer gaat, ben ik benieuwd hoe dat op
de zomerfestivals gaat worden. (KK)
Zaterdag 10 april
Noah And The Whale
Toen Noah And The Whale uit Engeland drie jaar geleden zijn eerste
optreden in Nederland gaf stonden de tranen me in de ogen van
ontroering. In 2008 kwam het geweldige debuutalbum Peaceful, The World
Lays Me Down uit en in 2009 opvolger The First Days Of Spring. De
verwachtingen zijn dus hoog gespannen. Als fan moet ik bekennen dat het
optreden een beetje tegenvalt. Muzikaal technisch speelt de band alles
perfect, maar live spelen ze meer pop dan folk. Misschien ligt het aan
de Schouwburg setting? Of aan de huidige bandbezetting zonder Doug Fink
en Laura Marling? Wie zal het zeggen, maar het resultaat is dat de
tranen dit keer uitblijven. De set is eenvoudigweg een beetje te glad.
(HN)
Everything Everything
Grote kracht van het jonge Everything Everything is de karakteristieke
hoge stem van de frontman. De opkomende band uit de Manchester scene
verrast verder met hemelse samenzang, opzwepende ritmes, prettige
elektronica en liedjes die, net als je er niet meer op rekent, ineens
weer een interessante wending maken. De band plaatst zich daarmee ergens
tussen de traditionele eighties britpop en de intelligente (sm)artpop
van bands als Yeasayer. En dan zijn het ook nog eens uiterst sympathieke
en aantrekkelijke kerels. Dan kon dus zo maar eens heel groot gaan
worden. Tijdens London Calling, volgend weekend, volgt een herkansing
voor wie het gemist heeft. (KK)
Eagle*Seagull
Het leuke tweede album The Year Of The How- To Book is
net uitgekomen en op Motel Mozaïque geeft Eagle*Seagull uit Nebraska de
aftrap van een uitvoerige Europese promotour. De muzikanten zien er
allemaal erg moe uit en Eli Mardock (zang/gitaar/keys) geeft aan dat ze
een nachtje over hebben geslagen. De band probeert zich over de jetlag
van de lange reis heen te zetten en zet zijn vrolijke disco deuntjes in.
Je hoort een mengeling van glamrock, wave, disco en electropop. Toch is
de set vanavond wisselend, van briljant tot minder overtuigend. Bij
Carrie Butler (keys/viool/zang) kan er geen glimlachje vanaf,
waarschijnlijk heeft het met de moeheid te maken. Het leven van een
muzikant is nu eenmaal hard. De volgende dag krijgen ze in Paradiso nog
een herkansing. (HN)
Crystal Antlers
Het eerste full-length album Tentacles van Crystal Antlers, uit Long
Beach, Californië, kwam in 2009 uit. Op Lowlands kon je de formatie, met
een duidelijke voorkeur voor jaren zestig muziek, al bewonderen. Op
Motel Mozaïque maken ze nog meer indruk met een zalige mengeling van
garagerock, psychedelische kost en authentieke rhythm & blues. Je
hoort veel invloeden van de staatsgenoten van The Doors, maar de
Amerikanen doen me ook een beetje aan The Animals denken. Een heerlijk
zweverig orgeltje, ritmisch slagwerk, heftige zang en dikke geluidsmuren
zorgen voor één van de hoogtepunten van het festival. (HN)
Angus & Julia Stone
Angus & Julia Stone hebben twee mooie dromerige folkalbums
uitgebracht, A Book Like This (2008) en Down The Way (2010). En wat
mogen we vanavond genieten van een geweldig optreden van broer en zus
Stone. Het is muisstil in de Schouwburg. Iedereen luistert met volle
aandacht naar de prachtige stem van bloemenmeisje Julia. De vrolijkheid
die ze brengt als ze op haar blote voeten in lange hippiejurk danst is
een mooi schouwspel. Broer Angus doet niet voor haar onder. Zijn
stemgeluid is iets weerbarstiger, hij is de Bob Dylan van het stel. De
combinatie en afwisseling maken het optreden boeiend. Julia zingt een
verrassende Greace cover, waarna de folky’s uit Sydney afsluiten met het
geweldige Private Lawns. Van het begin tot het eind adembenemend. (HN)
Nicolai Dunger
De Zweedse cultheld en singer/songwriter Nicolai Dunger heeft al zoveel
albums op zijn naam staan, dat ze niet meer op twee handen te tellen
zijn. In tegenstelling tot de informatie in het programmaboekje speelt
hij vanavond solo. Hij heeft een markant stemgeluid met een soort snik
in zijn stem. Dunger laat zich inspireren door singer/songwriters als
Tim Buckley, Neil Young, Tom Waits en Nick Drake en is een artiest van
grote klasse. Voor de variatie had ik hem liever samen met ander
muzikanten op het podium gezien, want nu kakt zijn set aan het einde in.
Dat het anders kan bewijst Dunger met zijn meest recente album, dat
verre van slaapverwekkend is. (HN)
Benni Hemm Hemm
De IJslandse megaformatie rond singer/songwriter Benedikt H. Hermannsson
genaamd Benni Hemm Hemm kan op niet half zoveel publiek rekenen als
haar voorgangers in de grote zaal van de Stadsschouwburg, de familie
Stone. Afgemeten naar kwalitieit van het optreden blijkt dat terecht.
Gezien het grote aantal koperblazers op het podium zou het leuk zijn als
ook wij de loftrompet van stal konden halen, maar dat zou teveel eer
zijn. De songs van de IJslanders zijn niet al te boeiend, het potentieel
van de enorme groep muzikanten wordt veel te weinig benut en het
plezier lijkt er niet echt af te stralen. ’t Zal de crisis zijn. (KK)
Hudson Mohawke/Daedelus
Het is na middernacht als de twee electrokoningen Hudson Mohawke en
Daedelus ongeveer tegelijkertijd aan mogen treden in Watt. De meer
toegankelijke Mohawke wordt in de grote zaal neergezet, terwijl
Daedelus, zoals zijn underground-stutus rechtvaardigt, in de Basement
wordt gestald. Hoewel hij erom bekend staat niet voor één stijl te
tekenen, laat hij vanavond vooral het hardere werk horen. Intelligent
rondstampen dus. Boven de grond gaat het er weinig rustiger aan toe.
Hudson Mohawke strooit een spervuur van drums en bassen over de grote
zaal uit, waarbij de glitchy synths nog voor enige structuur zorgen. De
meegebrachte mc weet zichzelf knap in de schaduw op te stellen, zodat
een irritatievrije hospartij gegarandeerd is. (KK)
Teksten Klaas Knooihuizen en Haika Nanninga
Gerelateerde berichten:
- Motel Mozaique 2010 van start
- Blaudzun, Eefje en Benni Hemm Hemm op Singer-songwriter festival 2010 in Bibelot
- Motel Mozaique heeft met trio Woods uit Reare House live hoogtepunt van dag 2
- Motel Mozaique heeft met trio Woods uit Reare House live hoogtepunt van dag 2
- Variatie en verrassing op Motel Mozaique











