TIVOLI OUDEGRACHT, Utrecht
26 april 2010
Als muziekrecensent doe je, als het goed is, je uiterste best om de zaken zo objectief mogelijk weer te geven. Daarbij ontkom je natuurlijk niet aan enige subjectiviteit. Wij krijgen regelmatig boze mailtjes van mensen die het niet met ons eens zijn. Daarom dachten we: we sturen gewoon twee recensenten naar het concert van Mumford & Sons in Tivoli. Helaas – of gelukkig? – zijn beide journalisten behoorlijk eensgezind. Lees hier de bevindingen.
Review 1
Maarliefst twee voorprogramma’s mogen het publiek opwarmen voordat
hoofdact Mumford & Sons in Tivoli Oudegracht het podium zal betreden
met zijn stemmige folkpop. Het is Adam Stockdale die af mag trappen.
Hij is één derde van het indietrio Albatross en heeft zich tijdens deze
soloset toepasselijk gekleed als een soort verdwaalde zeeman. De rustige
folk die hij als singer/songwriter ten gehore brengt is misschien iets
té rustig voor het publiek. Zijn opvolger, Johnny Flynn, die onlangs te
zien was op Motel Mozaïque, lukt het beter het publiek mee te krijgen.
Als multi-talent wisselt Flynn moeiteloos tussen akoestische en
elektrische gitaar, banjo, trompet en zelfs viool. Het levert een
opzwepend folkschouwspel op dat grote waardering bij het publiek oogst.
Mumford & Sons begint de set met het ijzingwekkend mooie Sigh No
More. De indringende meerstemmigheid vloeit over in een stampend
banjospel dat de hele zaal, dankzij het heldere geluid, direct bij de
lurven grijpt. Marcus Mumfords rasperige zang, die live nog rauwer uit
de verf komt, voegt een ruig tintje aan het optreden toe. Wat het
concert zo goed maakt, is dat de heren veel krachtiger spelen dan op
plaat. Zo krachtig zelfs, dat het lijkt alsof er een onzichtbare drummer
meespeelt. In werkelijkheid weet Marcus knap te verbloemen dat
hij wel degelijk de beuk erin houdt door met een voetpedaal een kleine
basdrum en tamboerijn te bedienen, maar dat merk je bijna niet.
Daarbij ademt het publiek een atmosfeer uit die het optreden van de band
alleen maar versterkt. Voor Roll Away Your Stone is stampen met de
voeten een vereiste en in White Blank Page zingen we samen met Marcus
zijn misère uit onze longen. De band krijgt het publiek bij vlagen zelfs
doodstil, zoals tijdens Timshel. Helaas komen deze momenten te weinig
voor, ook bij dit concert, want ze moeten er wel eerst om vragen.
Succesnummers Little Lion Man, Awake My Soul en Thistle & Weeds
maken het plaatje compleet.
Het verrassingselement is dat de bandleden af en toe van instrument
wisselen. Zo nemen zowel de zanger als toetsenist plaats achter het
drumstel, en bespeelt de contrabassist ook even een ‘gewone’ elektrische
basgitaar. Deze wisseling van de wacht is te horen in het nieuwe
materiaal dat ze spelen. Zowel Lover Of The Light als Untitled neigen
door andere instrumenten wat meer naar pop dan folk. Maar dat geeft
niet, want hoe meer Mumfordmuziek, hoe beter. Het enige minpuntje van
vanavond is dat ze het prachtige After The Storm van debuutalbum Sigh No
More niet spelen.
Tussen de nummers door is er de nodige hilarische communicatie met het
publiek. Zo vertrouwt toetsenist Ben Lovett ons toe dat de tourmanager
alle microfoons met Listerine (mondwater) heeft schoongemaakt, “dus nu
zit ik helemaal onder menthol.”
Ze bewaren uiteraard de beste nummers voor het laatst. Vanaf de eerste
noot van The Cave brult heel Tivoli mee, en Dust Bowl Dance verzandt in
een stormachtige kakofonie. Als klap op de vuurpijl spelen ze in de
toegift nog een nieuw nummer, Whispers In The Dark, waarmee de band een
vrijwel foutloos en charismatisch optreden afsluit. Judith Laanen
Review 2
Ruim voor aanvang van het concert staat er voor de deur van Tivoli al
een meterslange rij. De Britse band Mumford & Sons is in korte tijd
heel populair geworden in Nederland. Waar ze hier ook spelen, ze worden
altijd enthousiast onthaald. In Utrecht blijkt dit niet anders te zijn.
Buiten de rij staan er nog enkele mensen met een bordje ‘tickets
gezocht’ om alsnog binnen te komen.
Eenmaal binnen staat voorprogramma Johnny Flynn op het punt te beginnen.
De Brit vormt samen met zijn band The Sussex Wit bijna een kopie van
Mumford & Sons. De aandacht is vooral gericht op Johnny, terwijl de
rest van de band iets meer op de achtergrond staat. De jonge zanger
heeft een verbazingwekkend volwassen stemgeluid. Ook blijkt hij een
echte alleskunner te zijn. Hij bespeelt tijdens deze set van ongeveer 45
minuten minstens vier verschillende instrumenten, waaronder viool,
trompet en gitaar. De toetsenist vertelt nog dat ze al eerder met
Mumford & Sons hebben getourd en dat ze tegen elkaar hebben
gevoetbald. “Wij wonnen met 20-18!” De sfeer op het podium is duidelijk
erg relaxed. Met de pop/folk sound zorgt de band voor een perfecte
opwarmer.
Pas rond kwart over tien gaan de lichten nogmaals uit en staan de mannen
van Mumford & Sons voor een volgepakte en warme zaal. Nog voordat
ze iets hebben gespeeld, is het publiek al enthousiast. De band begint
met opener en titelnummer van het debuutalbum, Sigh No More. Meteen
vallen de vierstemmige harmonieën op. De vier mannen zijn heel goed op
elkaar ingespeeld en het is duidelijk dat ze zeer goede vrienden zijn.
Ze maken tussen de liedjes door regelmatig grappen over elkaar en met
het publiek. Zo verontschuldigt zanger Marcus zich dat de band geen
woord Nederlands spreekt. Toch spreekt hij even later in zijn beste
Nederlands: “Bedankt voor het komen”. Er volgt op het podium een
grappige discussie over welke talen ze wel en niet kunnen spreken.
Halverwege de set komen de singles The Cave en Little Lion Man voorbij,
die allebei goed door het publiek worden meegezongen. Ook nieuwe nummers
worden niet geschuwd. Er komen drie nieuwe liedjes voorbij, waaronder
het bij fans inmiddels bekende Lover Of The Light, waarbij zanger Marcus
achter de drums plaats neemt. De instrumentale kunde van de band is een
plezier om naar te kijken. De banjo zorgt voor de typische folk-sound,
maar ook de overige instrumenten worden zeer bedreven bespeeld.
Na een uur spelen volgt een korte toegift. De band speelt een nieuw
lied, waar de meesten de single Winter Winds verwachten. Dat lied laten
ze achterwege, maar indruk hebben ze zeker gemaakt. Susanne Kooijman
Foto: Susanne Kooijman











