WORTHY FARM, Pilton
24 t/m 27 juni 2010
Het was reeds jarenlang een natte droom…dit jaar gaan we eindelijk naar het Glastonbury Festival! Het event viert zijn veertigste verjaardag en ondanks het forfait van U2 is hetvolgens oog- en hoorgetuigen nog steeds de moeder aller festivals, om eens een dijk van een cliché te gebruiken.
Toegegeven, dit vierdaags spektakel beschikt wel degelijk over een aantal ijzersterke troeven. In eerste instantie het glooiende landschap in de county Somerset, dat refereert aan de lang vervlogen verhalen van De Rode Ridder. Verder spaart organisator Michael Eavis en dochter Emily bloed, zweet noch tranen om de 180.000 gasten op zijn Worthy Farm optimaal te laten genieten van het jaarlijkse Festival of Contemporary Performing Arts. Sterke programmatie, prachtige podia, een bijzonder breed aanbod randanimatie (circus, theater, film,…), een Kidz Field waar jongeren tot twaalf jaar zich samen met hun ouders kunnen uitleven,… Komen daar dit jaar de subtropische temperaturen nog eens bovenop die ervoor zorgen dat we één van de allerheetste Glastonbury’s in de geschiedenis beleven. En avant!
De openingsavond staat in het teken van Boy George. De excentrieke travestiet laat bijna een uur op zich wachten. Maar dat deert de fans niet want die wachten heel braafjes tot ‘Georgie’ met zijn gek geel hoedje en zijn vettige lach het podium opstapt. De man geniet blijkbaar van het leven want zit lekker in het vet. Hij begint zijn set nochtans met een versie van Nobody Knows The Trouble I’ve Seen van Louis Armstrong. Via enkele vlotte reggaedeuntjes komt hij terecht bij hit Do You Really Want To Hurt Me. Even later trekt Boy George de juke-box open met Down By The Riverside, een prachtige vertolking van Knockin’ on Heaven’s Door en Get It On. Hij sluit zijn openingsfeestje af met Karma Kameleon. Wereldschokkend is Boy George al lang niet meer, maar een publiek gedurende een uur entertainen, doet hij nog steeds met verve.
Good old Stranglers
Vrijdag ontbijten we voor de Other Stage met het muzikale omelet Joshua Radin, dat is samengesteld uit een eitje David Grey, een eitje Luka Bloom en een zoutscheutje Killers. Deze singer-songwriter is vooral bekend vanwege het leveren van songs aan tv-series. Zijn akoestische gitaar en meeslepend stemgeluid doen het wonderwel op deze broeierige ochtend. I’d Rather Be With You is het orgelpunt van een set die road music naadloos koppelt aan uptempo songs en ballads die zich aan de juiste zijde van de kritische lijn bevinden.
Ondanks het feit dat het uur van de Nederlandse vertegenwoordiger De Staat geslagen is, blijven we toch hangen aan het tweede grootste Glastonbury-podium. Want als ontbijtdessert staan The Stranglers op het menu. Meer dan dertig jaar na hun eerste hoogdagen hebben de Britse pubrockers nog niets van hun scherpte verloren. Tijdens Something Better Change beleven we ons allereerste kippenvelmoment van het festival. Het onorthodoxe Peaches kennen Belgische sportliefhebbers zeker nog als ex-tune van Sportweekend. Golden Brown klinkt wondermooi terwijl Always The Sun volledig op zijn plaats is. The Stranglers bewijzen met onderscheiding dat oud allesbehalve out is.
De enige Belgische act, die zich een plaatsje wist te veroveren op de affiche van de jubileumeditie van Glastonbury, is Aeroplane. Het voormalige duo is sinds kort herleid tot een éénmansproject van Vito De Luca. Een beetje sneu omdat het debuutalbum nog moet uitkomen en Aeroplane vorig jaar nog remixes uitvoerde voor o.a. Grace Jones, Robbie Williams, MGMT en Bloc Party. Vito brengt vandaag een ideale Electronic Tea Party; relax en loungy vormen de sleutelwoorden.
De meeste festivalgangers zijn vanmorgen ongetwijfeld hun tent uitgekropen om Snoop Dogg aan het werk te zien. Het is dan ook dringen voor de Pyramid Stage om een glimp van de hiphop-superster op te vangen. Helaas doet mister Snoop alles wat we vooraf verwacht hadden. Vanaf seconde één gedraagt hij zich als een superego-testosteronbom. Hij laat zich begeleiden door twee eiken van bodyguards en draagt een micro die in grote metalen letters zijn naam vermeldt. Maar zijn set klinkt overweldigend voorspelbaar en bulkt van een aantal infantiele quotes zoals "Another motherfucker called P.I.M.P." Niet verwonderlijk dat de overgrote meerderheid van zijn fans zich in de leeftijdscategorie van 16 tot 18 jaar bevindt. Bezoekers van Parkpop kunnen op beide oren slapen…ze missen erg weinig.
La Roux weet ons al evenmin te overtuigen. Haar ijle disco verdampt in de zinderende hitte die Worthy Farm in een wurggreep houdt. De steel percussion en lenige danseressen zorgen voor enig visueel spektakel. La Roux probeert het met een rosse, hoogopstaande verticale kuif. Maar zelfs een cover van Stones-classic Under My Thumb trekt ons absoluut niet over de streep.
White angel Florence
Stilte voor de storm, zo blijkt. want wat Florence & The Machine op Other Stage neerzet, is van absolute topklasse. De zwart-goudgele harp, het toetsenbord met kleurrijke bloemen en eenzame trom tegen de achtergrond van een gigantisch zwart doek, doen vermoeden dat er één of andere instrumentale voodoo-bezwering op het programma staat. Wanneer de zwarte reuzensluier zich opent, verschijnt er een prachtige, witte engel die ons vanaf de eerste woorden bij de strot grijpt. Haar stemgeluid hecht zich met kleine weerhaakjes vast aan je ziel. Hoge tonen die ze tegelijk erg beheerst en krachtig uit haar stembanden perst. Achter Florence musiceert een band die loopt als een op en top gesmeerde machine. Als een volledig losgeslagen tiener gooit de hoogblonde entertainster pur sang zich op blote voeten voluit in de strijd. Ze oogt erg opgewonden en drukt haar geluk uit: "Ik sta voor het vierde opeenvolgende jaar in Glastonbury. Drie jaar geleden was dat in de Tea Tent op een uur wanneer de meeste mensen ontbijten. Ik ben erg gelukkig", klinkt het ontroerend. Wij dus ook na afloop.
En het geluk kan voorlopig niet op want op de Pyramid is het Dizzee-time. "Pump up the House, cause he’s a rascal, a dizzee rascal", orakelt de gelijknamige zwarte zanger die voor de gelegenheid een Engels voetbalshirt met zijn naam en het nummer 10 aantrok. Dizzee Rascall staat garant voor ragga met een superkorte en erg ontvlambare lont. Bovendien breit hij de enige grappige rhyme aan de andere en zweept het publiek op tot collectieve hysterie. Maar Rascal goochelt eveneens perfect met climaxen via de goed uitgekozen rustpunten en bluesy intermezzo’s. Knap werk van een groot artiest.
Gorillaz sluiten deze dag af en torsen de grote verantwoordelijkheid om het gemis van U2 weg te spelen. Hun set vangt aan met prachtige animatiebeelden waarin Snoop Dogg de rol van zeerover vervult. Hij wordt op het podium afgelost door Damon Albarn & co. De heren doen hun best maar we sluipen na het concert niet euforisch naar onze tent. Kids With Guns klinkt erg overtuigend dankzij de sterke blazers en viool. Last Living Souls blijft eveneens ergens tussen hart en ziel hangen (wel erg ironisch wanneer je voor een wei met 100.000 mensen staat). Maar dat is te weinig voor een headliner.
Nadat we onze eggs, sausages en beans achter de kiezen hebben trappen we op zaterdag rustig af met de Acoustic Stage. Daar serveert Jon Allen & Band mooie liedjes, overgoten met een licht gekruid countrysausje. Soms klinkt hij als een huilende wolf om even later een harmonische samenzang aan te gaan met de rest van de band. Down By The River en Young Mans Blues rollen voorbij aan ons trommelvlies. Allen zelf vindt het nog "Too early to rock" en daarmee vat hij zijn concert perfect samen: kampsongs die iets té lazy voorbij kabbelen, alhoewel de brave man zich herpakt met een sterk gekruide uitsmijter.
Seasick Steve: pittig oudje
Op de Pyramid Stage is het intussen tijd voor de oudjes. Dat dit tot vergane glorie kan maar niet moet leiden bewijzen Jackson Browne en Seasick Steve. De eerste doet het overgezapig en als een oude zaag. Dertig jaar geleden een topper maar vandaag passé. Seasick Steve daarentegen, die intussen naar de 70 loopt, heeft er zin in. "My name is Steve", klinkt het wat overbodig maar we zijn blij dat de Glastonbury-programmatoren een plaatsje voor hem reserveerden. Met zijn opgefokte blues en speelse woordkeuzes bezorgt hij zichzelf en ons een uurtje puur plezier. Een man die eindelijk zijn verdiende loon krijgt na een leven in de muzikale anonimiteit.
Zo lang hoeft The National niet te wachten. De band dingt op Other Stage vandaag al mee naar de hoofdscalp. Ook al vertonen het geluid van zanger Matt Berninger en zijn groepsleden respectievelijk genant veel gelijkenissen met Ian Curtis en Joy Division. Maar het stoort allerminst aangezien The Nationel het etiket Britpop moeiteloos overstijgt. Hun nummers klinken meeslepend en universeel. Goede songs, slopend gitaarwerk en bronstige blazers doen de rest. Tijdens Squalor Victoria gaan de massaal opgekomen fans volledig overstag. The National behoort zonder meer tot de eerste lichting sterren van de jaren ’10.
Die positie zullen ook Editors wel behouden. Met de klassieke opener In This Light and on This Evening – terwijl de zon stilaan de horizon opzoekt – snijdt het Britse viertal alweer een bijzonder smaakvol concert aan. Dit nummer vat perfect samen waarvoor Editors staan; een vat vol spankracht en een aaneenschakeling van climaxen doorheen een aantal schitterende songteksten. And End has a Start, Smokers Outside The Hospital Doors, Munich,… Het mooie is dat zanger Tom Smith er de ganse tijd bijzonder ingetogen onder blijft. Na een ‘happy birthday’ richting festival, sluit Papillon geheel volgens de verwachtingen hun concert af.
Op naar West Holts waar George Clinton met zijn Parliament/Funkadelic-gezelschap in de coulissen staat om het kleurrijke publiek te vermaken met zijn jubileumfeestje. Zoals vanouds bouwen zijn bandleden de spanningsboog geleidelijk op tot De Grote Leider himself zijn opwachting maakt. Met een kleine 20 man is dit concert vooral een visueel spektakel. Muzikaal heeft Clinton nog weinig verrasssingen in petto. Onderhoudend zonder meer.
Voetbal, LCD en een Wonderboy
Zondag is de dag des heren en staat de All Star Gospel Session op ons programma. Maar een acute en brandende oogpijn noopt ons tot een bezoek aan het Medical Care Centre, dat overigens zoals de meeste zaken op dit festival erg gesmeerd loopt. Na de nodige pijnstillers en de voetbalwereldbekerwedstijd Engeland – Duitsland op groot scherm, gaat het richting Gang Of Four op de John Peel Stage. Do As I say, Do As I Do is één van de nummers uit hun nieuw album Content, die de band liet financieren door zijn eigen fans en waarvoor de bandleden zelfs hun eigen bloed verkochten. Een song die bijzonder krachtig, gedreven en donker tegelijkertijd klinkt. Zanger Jon King stuitert op een ongecontroleerde manier over het podium die ons een beetje aan ons aller Arno doet denken. Bovendien krijgen we er een lichtjes waanzinnige blik gratis en voor niets bovenop. Geen probleem zolang dit een uur gebalde wave tot gevolg heeft. En natuurlijk ontbreekt I Love a Man in Uniform niet.
MGMT zijn die lieve Amerikaanse jongens van dat mooie liedje Kids. En dat bewijzen ze ook overvloedig op Other Stage. Ze zien er wel kleurrijk uit maar klinken o zo braaf en inspiratieloos. Met zijn falsetto-stemmetje probeert zanger Andrew VanWyngarden tijdens Electric Feel de schijn nog even op te houden, maar dat lukt slechts sporadisch. Het is dan ook een vrij pijnlijk aanzicht wanneer hele horden fans betere oorden opzoeken of, erger nog, er een typisch Brits theekransje op nahouden. MGMT vertoont nog een laatste stuiptrekking wanneer ze een hoop jonge meiden het podium oproepen. Kids blijft een erg aanstekelijk nummer. Maar niet voldoende om deze band te delibereren.
Een probleem dat James Murphy totaal vreemd is. Met zijn LCD Soundsystem blijft hij één van de absolute vaandeldragers van de hedendaagse muziekscene. "The Time Has Come Today" opent de band erg snedig én zelfbewust in Us V Them. Vanaf noot één zit dit concert helemaal goed. Tonnen energie worden richting festivalweide gecatapulteerd. "Hoe gek. Het regent eens een keer niet in Glastonbury en het ruikt hier verdomd naar mensen", grapt een erg goedgemutste Murphy. Tegelijkertijd neemt hij ons in één vloeiende beweging mee in zijn adrenalinerush. Als een overstuurde robot gaat hij tekeer tijdens Daft Punk is Playing in My House. Tribulations en North American Scum vormen de ultieme mokerslagen die ons definitief en knocked-out de touwen inslaan. Kortom, ijzersterk en één van de allerbeste concerten van 2010.
Op naar de Pyramid waar het tijd is voor muziekhistorie. Het is intussen vijftig jaar geleden wanneer Stevie Wonder voor het eerst aan de grote hemelpoorten van het rock and roll-walhalla aanklopte. Blijkbaar heeft hij daar een erg vitaal serum gekregen, want de spreekwoordelijke tand des tijds heeft zich blijkbaar volledig stukgebeten op Stevie ‘Wonderboy’. Hij gaat al onmiddellijk volledig uit zijn goed geconserveerde zwarte bol met opener My Eyes Don’t Cry No More. Als een tiener kronkelt hij over de podiumvloer. Even later kruipt hij netjes achter zijn geliefde piano en trakteert ons op een heerlijke scheut Master Blaster waarover aanzwellende blaas- en zangpartijhen heen rollen. We Can Work It Out wordt op zijn beurt sensueel en superfunky ingekleurd. En zo kunnen we nog wel even doorgaan: Higher Ground, Don’t You Worry ’bout a Thing,… het klinkt allemaal even aanstekelijk. Samen met Seasick Steve is ‘blind Steve’ ongetwijfeld dé laureaat bij de Glastonbury-veteranen.
Voor onze finale spurten we helemaal naar het andere uiteinde van het immense festivalterrein want op The Park sluit Empire of the Sun af. Het Australische duo laat zich ondersteunen door enkele extra bandleden en vier bloedmooie meiden die zich tooien in de meest psychedelische vermommingen. Het ene moment jammen ze tomeloos op lichtgevende nepgitaren, dan weer kruipen ze in de huid van futuristische paarden met lange witte manen of supersensuele geisha’s. Maar ook onze twee hoofdfiguren laten zich niet kennen en paraderen als regelrechte zonnekoningen over het podium. Op een gegeven moment klinkt zanger Emperor Steele alsof hij regelrecht uit een Edgar Allan Poe-verhaal kruipt; een beetje naargeestig en mysterieus tegelijkertijd. Maar laat ons even duidelijk wezen; dit concert verdient wat ons betreft de prijs voor het grootste visuele spektakel maar klinkt ook bijzonder groovy. De quote: "I’m gonna make you shake, I’m gonna make your hand shake", vat hun concert perfect samen. Wij duiken nog even The Rabbit Hole in voor de ‘final afterparty’ en ontwaken ettelijke uren later in een trein, genaamd Eurostar, die ons opnieuw naar ‘het continent’ spoort.
Conclusie: het Glastonbury Festival vormt één groot pretpark maar dan één zonder commerciële shit, een hoop goede muziek, tal van opwindende verrassingen en een ongelooflijk vriendelijk en verdraagzaam publiek. We’ll be back!
Tot slot nog wat voer voor de statistici onder jullie: er werden dit jaar twee baby’s geboren in Glastonbury, drieduizend mensen verzorgd in het Medical Care Centre (voornamelijk tengevolge van zonnebrand en deshydratatie) en 350 ‘crimes’ gepleegd (voornamelijk diefstallen uit tenten).
tekst Ruud Van De Locht foto’s Patsie Borgers
Gerelateerde berichten:
- Coldplay afsluiter zaterdag Glastonbury 2011
- Radiohead mogelijk weer surpriseact op Glastonbury vanavond
- U2 derde headliner Glastonbury festival 2011
- U2 bevestigd als headliner Glastonbury Festival 2010
- Glastonbury-oprichter Michael Eavis krijgt Lifetime Achievement Award op Eurosonic Noorderslag 2012











