TOLHUISTUIN, Amsterdam
1 juli 2010
Sommige families zijn zo getalenteerd dat je er bijna kriebelig van wordt. Kitty, Daisy en Lewis (Durham) bijvoorbeeld, maar ook binnen AC/DC, Beach Boys, Kings of Leon en Radiohead zijn twee broers een belangrijk onderdeel. Angus & Julia Stone passen perfect in dat rijtje. Broertje, zusje, muzikale ouders…en dan zijn ze allebei ook nog woest aantrekkelijk. ‘t Is oneerlijk verdeeld in de wereld. Maar gelukkig kunnen wij minderbedeelden wel genieten van al dat schoon: en wel in de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord.
Voordat ‘the Stones’ nog maar een noot hebben gespeeld, zijn de aanwezigen al als waanzinnigen aan het klappen. Julia giechelt, wat ze vervolgens als een klein meisje bij ongeveer alles wat zij of het publiek doet, blijft doen. Als ze Mango Tree inzetten lijkt ze helemaal te verglijden in haar eigen wereld. Waar Angus op de album versie de lead vocal zingt, is dat hier Julia. Dat leidt kennelijk tot grote vreugde bij het mannelijk publiek. “Julia!” brult een hitsige man in oranje voetbalshirt, waarna hij besmuikt zijn vriend aanstoot. Het meiske zelf neemt er geen aanstoot aan en vertelt vrolijk over haar gebroken hart.
Thema van de meeste liedjes is dan ook de liefde. In Yellow Brick Road zingt Angus van zijn verliefdheid in California, Wasted luidt hij in met de tekst: “Dit nummer gaat over hoe je kapot kunt gaan aan liefde”. Maar, zo merkt een jongeman in de tuin wijs op: “Dat geldt toch voor negen van de tien liedjes?” Echter kan niet iedereen het op zo een harmonische wijze brengen als de familie Stone. Het warme timbre van Angus gaat in perfecte samenzang met de karakteristieke stem van zijn zus, die vaak doet denken aan die van Cocorosie’s Sierra Cassidy, zoals in A book Like This. De kalme en akoestisch aandoende nummers werken fantastisch in de zonovergoten tuin. De vogels lijken eveneens bij de muziek te horen. De eerste drie kwartier zijn sprookjesachtig mooi.
Dan volgen er een paar nummers met lange instrumentele stukken, die het publiek handig aangrijpt om volkomen op hun gemak voetbalwedstrijden, Chris Zegers (want die is er ook) en afvallen te bespreken. Het lijkt wel een nieuwe trend, dat oneindige gepraat tijdens concerten. Zeker met de schitterende en rustige nummers die Angus en Julia ten gehore brengen, schudt het je wakker uit een mooie droom. Julia weet de aandacht echter weer terug te pakken door haar vraag tot meezingen, wat direct veelvuldig gebeurd.
De setlist lijkt du moment in elkaar gezet te worden, wat wederom leidt tot meer gegiebel van Julia, een verward "sorry, we moeten echt meer georganiseerd worden" en het meerdere malen inzetten en afbreken van een nummer. Iedere keer als dit gebeurt, haast Angus zich om te zeggen dat "we een geweldig publiek zijn" en "dit zo’n bijzondere locatie is". Ook benadrukt hij een aantal malen dat ze "een nieuw nummer" gaan spelen. En iedere keer worden de mededelingen getrakteerd op een luid gejuich. Deze tot vervelens toe herhaalde intermezzo’s doen echter niets af aan de kwaliteit van de muziek. Met groot gemak zingen beiden zich continu zuiver door de nummers heen en wisselen van trompet naar piano naar mondharmonica naar gitaar alsof het niets is. Het "this is our last song" komt dan ook veel te snel.
Gelukkig worden we getrakteerd op twee toegiften, waarvan de eerste met name nummers van hun nieuwste album bevat. Hekkensluiter is All of me van de EP Coffee and Cigarettes, die met het vallen van de schemering meer dan ooit op zijn plaats lijkt. Prachtige, dromerige liedjes op een prachtige locatie die eveneens noopt tot dromen. Maar de bezoekers mogen de volgende keer wel thuis blijven. Annelies Omvlee





