FESTIVALTERREIN, Benicàssim (Spanje)
15 juli 2010 (dag 1)
Het Spaanse festival FIB Heineken, in de volksmond Benicàssim, is net even andere koek. Het strand ligt op een steenworp afstand, bier wordt er geschonken per liter en de meeste artiesten staan pas ver na twaalf uur ‘s nachts op het programma. Zo gek is het dus niet dat festivalgangers uit heel Europa de weg naar Benicàssim, vlakbij Valencia, weten te vinden.
Op de snikhete eerste avond, met Kasabian als publiekstrekker en Charlotte
Gainsbourg als smaakmaker, heerst onder de tienduizenden
festivalgangers meteen complete euforie.
Maar soms zit het tegen. Een treinstoring in Nederland, een wachtrij van
twee uur op Schiphol, een vlucht met vertraging, een bij de douane zoek
geraakte telefoon, een bus naar het festival die twee en een half uur
op zich laat wachten, een hotelkamer die niet gereserveerd blijkt te
zijn en een taxichauffeur die eerst niet op komt dagen en dan zwaar wil
onderhandelen over het tarief. Dat is de prijs die door deze Nederlandse
festivalganger betaald moet worden om uiteindelijk om één uur ‘s nachts
toch oog in oog te staan met hoofdact Kasabian. Is het het waard?
Absoluut. Vier dagen lang is het fraaie badplaatjse Benicàssim
plotseling een mekka voor popliefhebbers, en er zijn maar weinig
festivals in Europa die aan zulke zomerse omstandigheden kunnen tippen.
Het Spaanse festival is tegenwoordig Brits eigendom en trekt daarom meer
Engelsen dan ooit. Dat heeft voordelen. Bands als Kasabian spelen hier
tegenwoordig thuiswedstrijden, en het is geweldig om te zien hoe ook
maar een beginnetje van een nummer iedere keer weer tientallen
festivalgangers hun plastic bekertjes bier in de lucht doet smijten.
Nee, dit zijn geen gewone festivaloptredens meer, dit is pure euforie.
Voor de muzikanten, die achter het podium een duik kunnen nemen in het
zwembad en zich massaal ophouden in een decadent backstage-gedeelte. En
voor de fans, die zich op het niet al te ruim bemeten festivalterrein
compleet laten gaan. Het uitbundige gedrag van de festivalbezoekers
lijkt zelfs wel een beetje op de losbandigheid van spring break in
Amerika. Hier kan alles, zo lijkt het. Ook op Benicàssim zijn veel
jongelui stomdronken. Ook op Benicàssim komen plotseling twee jongens en
een meisje schuldig kijkend uit hetzelfde chemische toilet.
Kasabian, de eerste headliner van het weekeinde waarin bands als
Gorillaz, Mumford & Sons en Vampire Weekend nog zullen optreden,
past perfect in zulke omstandigheden. De ‘band van het volk’ heeft er al
heel wat belangrijke optredens opzitten sinds hun derde cd West Ryder
Pauper Lunatic Asylum ze naar de status van de nieuwe Oasis bracht, en
dat is te merken. Hier staat een brok zelfvertrouwen op het podium.
Zanger Tom Meighan dartelt zelfs over de enorme Escenario Verde alsof
hij nooit anders heeft gedaan. Geen moment wijkt zijn machismo voor
emotie, terwijl dat eerder – onlangs nog in het failliet gegane Watt –
wél gebeurde.
Het zijn dan ook vooral de geweldige singles die de boel vannacht
redden. LSF, Fast Fuse, het baldadige Shoot The Runner van de tweede cd
Empire: het gaat er ver na middernacht in Spanje in als zoete koek. Een
feest wordt het en blijft het ook, ook al is voor het eerst óók
duidelijk dat Kasabian niet veel langer door moet gaan met het promoten
van het laatste album. Het is tijd voor iets nieuws, en dat vinden de
heren zelf ook. Na de zomer trekt Kasabian de studio in om te gaan
werken aan album nummer vier. Anton Slotboom





