PARADISO, Amsterdam
7 december 2010
Joseph Arthur, Ben Harper en Dhani Harrisson. ‘Supergroep van het jaar’, aldus de website van Paradiso. Onder de naam Fistful Of Mercy namen de drie heren een akoestisch album op, As I Call You Down, dat in november uitkwam. De aanpak was bijzonder: de mannen doken compleet blanco de studio in en speelden in no-time een plaat vol. Het resultaat mag er zeker zijn, maar roept wel de vraag op hoe het optreden zal zijn. Of veel te rustig, of juist ontstellend mooi. Een tussenweg lijkt niet te bestaan.
Voor een supergroep is het opvallend rustig in de zaal. Mensen hebben
zich voornamelijk samengeklonterd op de balkons, daar waar de stoeltjes
staan. Vaak geen goed teken. Al snel blijkt dat de angst voor een matig
optreden ongegrond blijkt. Dat is niet alleen te danken aan de zeer
getalenteerde heren: ook violiste Jessy Green is een genot om naar te
kijken. Ze gaat zo volledig op in haar spel dat het lijkt alsof ze haar
hele omgeving vergeet, zonder overigens maar één keer uit de maat te
spelen. Al eerder speelde ze mee met onder andere Wilco, maar in deze
setting komt ze nog beter tot haar recht. Haar inzet tijdens 30 Bones
werpt absoluut vruchten af.
Vrijwel het gehele album wordt gespeeld. Waar nummers als In Vain Or
True of I Don’t Want to Waste Your Time als studio-opname nog veel
klinken als een jongenskoortje dat The Beatles probeert na te bootsen,
leent Paradiso zich perfect voor een grootsere versie ervan. Na enige
nummers is het wel duidelijk waarvoor het gros van de aanwezigen komt.
Als Harrison vraagt wie er nog een van Bens liedjes horen wil, is het
applaus groter dan ooit. Als hij dan Please Me Like You Want To inzet,
dat hij met Jack Johnson speelde, staren er enkel gelukkige koppies naar
het podium. En terecht. Harper is, zonder afbreuk te doen aan de andere
twee, absoluut de meest getalenteerde zanger.
Ondanks dat het een nieuwe band betaamt en niet alle nummers even goed
ontvangen worden, wordt tijdens As I Call You Down hier en daar zelfs
mee gemurmeld. Alle muzikanten hebben zo’n positieve energie, dat de
warmte bijna van het podium afstraalt. Dit accumuleert in een iets te
overdreven geste, als tijdens de toegift iedereen wordt opgeroepen mee
te zingen. Alsof we in een reünie van de Kelly Family zijn belandt.
Ondanks dit tenenkrommende moment, maakt de band live alles goed wat ze
op plaat tekortschieten. Goed op elkaar ingespeeld, veel zin en veel
plezier zijn de ingrediënten voor een succesvol optreden. Hun versie van
Velvet Undergrounds Pale Blue Eyes is van een wonderbaarlijke
schoonheid, en een fantastisch nummer om mee af te sluiten. Zo blijft
het optreden nog fijn lang resoneren. Annelies Omvlee





