Het zijn spannende tijden voor El Pino & The Volunteers. Het nieuwe album The Long-Lost Art Of Becoming Invisible komt drie jaar na debuutplaat Molten City uit en laat een flinke ommezwaai horen van alt-country/americana naar indiepop. De pers is unaniem lovend, net als bij het debuut. Maar pikt het publiek het ook? Met een uitverkochte cd-presentatie in het Rotterdamse Rotown in de achterzak kunnen zanger/gitarist David Pino en bassist Appel de komende tournee met vertrouwen tegemoet zien. Opgewekt vertellen ze het verhaal achter deze ‘moeilijke tweede plaat’.
Een blauw-groene kameleon siert de albumhoes. Verandering is het thema van The Long-Lost Art Of Becoming Invisible. David Pino vertelt dat die verandering niet alleen geldt voor de muziek, maar ook voor de bandleden persoonlijk. “In de periode rond Molten City was El Pino & The Volunteers een groep vrienden en allemaal hadden we er andere bands naast. We werden getekend door Excelsior en dan moet je ineens op professionele basis met elkaar om leren gaan. Dat liep uit de hand. We waren ook best een ‘incestueus kliekje’ geworden. We woonden samen, werkten samen, maakten samen muziek en gingen met elkaar op vakantie. Dat voelde op een gegeven moment niet goed meer, dat moest anders. Daarom hebben we de afgelopen twee jaar even een stapje teruggedaan.”
Afstand
David verliet Rotterdam en vond anonimiteit en nieuwe impulsen in Amsterdam. Gitarist Tjirk Deurloo stapte (tijdelijk) uit de band en Appel (ook wel: Ap) verruilde de gitaar voor toetsen om nummers te maken. Het werkte. Iedereen nam op zijn eigen manier een beetje afstand en de lol van het samenspelen keerde terug. Schreef David alle nummers voor Molten City, dit keer schreven David, Ap en Tjirk samen. “We zijn blij dat het label ons die ruimte gaf,” vertelt David. Ap valt hem bij: “Eerder hadden we die plaat nooit kunnen maken.” David: “Soms moet je jezelf even onzichtbaar maken, zodat je goed kunt observeren wat er nu echt om je heen gebeurt. In Rotterdam ging dat niet meer. Ik ken er elke straat en ik kom altijd bekenden tegen. Dat inspireerde me niet meer. Ik schreef liedjes die ik al eerder geschreven had, het werd een trucje. Hier heb ik dat niet. Amsterdam is een heel andere stad. Hier krijg ik weer nieuwe ideeën.”
Koers
De verandering van alt-country/americana naar indiepop komt volgens David niet uit de lucht vallen. ”Op Molten City waren we al aan het experimenteren. Vervolgens vertrok Harm (Gosselink Kuiper, banjo op Molten City) en pakte Ap de toetsen erbij. We hadden er veel plezier in om te kijken wat we er allemaal uit konden halen. In Job Roggeveen vonden we een vaste toetsenist. Ja, dan groei je toch een andere kant op.” Ap: “Ja, als je liedjes maakt met toetsen, pak je toch heel andere grepen dan op de gitaar. Dan krijg je vanzelf andere liedjes. We wilden sowieso geen Molten City II uitbrengen. Je moet jezelf uit blijven dagen. Maar het is geweldig dat de cd zo ontvangen wordt. Toen we bezig waren met sommige liedjes dacht ik: ‘Dit is super om te doen, maar gaan mensen dit pikken?’ Neem nu Don’t Look At Me… We hadden heel veel lol, maar het is wel een raar ding. Dat is een risico. Maar dat aanvaard je dan. Gelukkig pakt het goed uit.” David: “Ja, want als de promo’s de deur uit zijn, zit je best even met samengeknepen billetjes. Je werkt twee jaar aan dat album en ineens gaan mensen er een mening over hebben.” Ap vult aan: “Je zit er zelf zo dicht op, je weet best waar je mee bezig bent, maar je hebt geen idee hoe het ontvangen gaat worden.” David: “Maar als die eerste recensies goed zijn, dan geeft dat wel zelfvertrouwen.”
2010
“Alles ligt weer open voor ons. Toch maak ik me geen illusies. En ik hoef er ook niet schofterig rijk van te worden,” lacht David. “We willen mooie platen maken en in mooie zalen spelen. Hoe mijn ideaalbeeld van 2010 eruitziet? Eerst natuurlijk de aanstaande clubtour. Daarna brengen we de plaat in Duitsland uit en dan willen we daar ook touren. We zijn natuurlijk weer op tijd terug voor de Nederlandse festivals. Ik hoop dat we dan tussendoor ook nog kunnen werken aan de americanaplaat, die al op de plank ligt. En als we dan nog een klein rondje langs de grote zalen kunnen maken, dan kijk ik op 31 december 2010 terug op een zeer geslaagd jaar.” tekst Ben Stam foto Marc Nolte
Livedata 22 januari Speakers, Delft 23 januari Cult Royale, Schipluiden (acoustic) 29 januari Perron 55, Venlo (met Goslink) 31 januari Effenaar, Eindhoven (met The Horse Company) 5 februari De Spot, Middelburg (met John Coffey) 12 februari Waerdse Tempel, Heerhugowaard 13 februari LVC, Leiden 18 februari Vera, Groningen 19 februari Hedon, Zwolle 20 februari Brennels Buiten, Kraggenburg 21 februari 013, Tilburg 24 februari Stukafest, Amsterdam 25 februari Luxor Live, Arnhem (met Goslink) 26 februari Metropool, Hengelo (met The Horse Company) 4 maart Ekko, Utrecht 6 maart Burgerweeshuis, Deventer (met Coparck)
Gerelateerde berichten:
- El Pino & The Volunteers – The Long-Lost Art Of Becoming Invisible
- Tika – In A Cabin With: ‘De ene na de andere briljante melodie’
- El Pino & the Volunteers en Audiotransparent naar In Vervoering 2010
- El Pino & The Volunteers en DAAU naar Into The Great Wide Open 2010
- Vervolg promotour single El Pino en Mono











