Blood Red Shoes is geen deel van de scene

Blood Red Shoes is geen deel van de scene

blood_red_shoes_110906.jpgIk heb haar altijd boeiend gevonden: Laura-Mary Carter, de vrouwelijke helft van Blood Red Shoes. Als je haar ooit live aan het werk zag – en die kans is vrij groot, aangezien de band de afgelopen twee jaar naast talloze clubshows onder andere op Lowlands, Pinkpop, Eurosonic, Metropolis en London Calling stond – dan zal je begrijpen wat ik bedoel. Terwijl Steven vanachter zijn drumkit vastberaden en strak het publiek in kijkt, is Laura een shoegazer in letterlijke zin.

Advertentie

Zelfs wanneer ze haar ogen opslaat, voorkomt de overhangende pony ieder
oogcontact. I don’t give a fuck lijkt haar levensmotto, en dat past
eigenlijk wel bij de in-your-face punkgrunge die het duo maakt.
Hoe anders is het als ik de zangeres/gitariste tegenover me tref in een chique Amsterdamse bar. De stoere chick blijkt een lief meisje dat onzeker aan de lange mouwen van haar oversized gebreide vest frunnikt, alsof dit haar eerste in plaats van het zoveelste interview is.

Ondertussen neemt ze overigens geen blad voor de mond. Collega-bands, de pers, de mensen rond haar band, niemand is veilig. Maar bovenal vertelt ze – gepassioneerd – over haar muziek, “want daar gaat het uiteindelijk om.” Het nieuwe album Fire Like This levert alvast genoeg gespreksstof op.

Hoewel de verschillen met voorganger Box Of Secrets niet wereldschokkend zijn, is Fire Like This geen één-op-één kopie van zijn voorganger. Waar het debuut nog een collectie van twaalf op zichzelf staande singles was, is Fire Like This meer een ‘album-album’ geworden, compleet met rustpunten en lang uitgesponnen outro’s.

“Klopt. We schreven meer songs dan er op het album zijn verschenen. Die waren soms zelfs beter dan sommige tracks die wel op het album terecht zijn gekomen, maar voor ons was het geheel dit keer belangrijker. Het is de bedoeling om nog een EP uit te brengen met de songs die het album niet gehaald hebben.”

Toen ik het album voor het eerst opzette en de openingstrack Don’t Ask hoorde, dacht ik…
“…dit is Box Of Secrets 2, haha! Dat was precies de bedoeling. We wilden dat de luisteraar zou denken: ‘ha, dit is Blood Red Shoes.’ Later wordt het album moeilijker, stugger. Zo zal ons volgende album ook gaan klinken.”

Volgende album? Zit je nu al met je hoofd bij de volgende plaat?
“Ja, we willen er direct mee beginnen. Als je inspiratie hebt moet je dat niet onbenut laten. Het nieuwe materiaal wordt nog heavier, het zal in het verlengde van Colours Fade liggen. Qua stijl dan, je hoeft niet bang te zijn dat we alleen maar tracks van zeven minuten gaan maken. We willen wellicht ook, onder een andere naam, een instrumentale plaat maken, maar dat staat nog in zijn kinderschoenen.”

Jullie kozen ervoor om, net als bij het debuut, met Mike Crossey te werken, terwijl je tegelijkertijd gebrand was om een ander geluid te laten horen. Maakte die keuze het risico om jezelf te herhalen niet onnodig groot?
“Daar waren we niet echt bang voor. Mike heeft net als wij een leerproces doorgemaakt en is niet meer dezelfde als toen. Bovendien begrijpt hij waar we vandaan komen, muzikaal gezien. Daarom konden we op een prettige manier met hem werken. Hij gaf ons de vrijheid om zelf de co-productie op ons te nemen. Er zijn trouwens genoeg bands die altijd met dezelfde producer werken en toch diverse platen weten af te leveren. Radiohead bijvoorbeeld, en U2.”

Box Of Secrets bracht jullie vooral in West-Europa en Japan succes. Ligt er verdere expansie in het verschiet?
“We willen ons focussen op de Verenigde Staten en misschien ook op Latijns-Amerika. We gaan in april naar de States, maar dat wordt pas een start. Het is zo’n groot land, we moeten het niet overhaasten. In de UK hebben we trouwens ook nog flink wat werk te doen. Je muziek kan goed zijn, maar er zijn zoveel andere dingen die erbij komen kijken. Dat is behoorlijk vervelend. Als je geen deel uitmaakt van de scene, zoals wij, dan is het moeilijk om veel exposure te krijgen. In Europa speelt een beetje hetzelfde.”

Jullie lopen er nogal mee te koop dat je ‘geen deel van de scene’ bent. Worden jullie niet geaccepteerd, of is het andersom: accepteren jullie de scene niet?
Laura twijfelt lang. “Ja, het is… ik weet niet. Er zijn niet echt andere bands die klinken zoals wij. We zijn misschien een beetje out-of-date, haha. De muziek die wij zelf leuk vinden komt allemaal uit de jaren negentig. Dat is (nog) niet terug in de mode. Je hebt in de UK nu vooral bands die geïnspireerd zijn door eighties muziek. Maar ik vind het goed zo. Er zijn al zoveel bands die elkaar naspelen. Ik koester het idee dat we er een beetje los van staan.”

Maar er zijn toch wel bands waar je je wel op een bepaalde manier mee verbonden voelt?
“Ja, er zijn er een paar. Pulled Apart By Horses bijvoorbeeld. En Foals. Zij zijn net als wij opgeklommen vanuit de underground, maar wel met behoud van dat ‘underground gevoel’.”

Wat jullie nog meer met Foals gemeen hebben: jullie zijn jong en zien er goed uit. Magazines hoeven zich niet te schamen om jullie op de cover te plaatsen, maar dat gebeurt toch niet heel vaak.
Laura lacht verlegen. Ze antwoordt enkel met een vragend “ja?”

Laat ik het anders stellen: toen de buzz rond Blood Red Shoes Nederland bereikte, werden jullie in eerste instantie weggezet als een tweede White Stripes. (Laura trekt een vies gezicht bij het horen van die naam). Die vergelijking voedde de buzz nog een beetje meer. Zijn ze broer en zus, vriend en vriendin, dat vroegen de media zich hardop af. Maar al snel was het afgelopen met die randverschijnselen en kwam de focus op de muziek te liggen. En dat dus ondanks jullie looks. Er was uit commercieel oogpunt meer uit te halen, maar dat is niet gebeurd.
“Gelukkig niet. Ik ben blij dat het zo gelopen is. In de UK is de cultuur helaas nog veel sterker gericht op de mensen achter de band en de roddels die er dan bij verzonnen worden.”

Dat gebeurt hier ook wel. Vooral bij bands waar de schreeuwende meisjes vooraan staan: The Pigeon Detectives, The Wombats, The Kooks…
Wederom trekt ze een vies gezicht.
“Ja, misschien ligt het eraan hoe je de muziek presenteert. Het gaat bij veel van die bands niet om ‘echte’ emotie. Er zit geen diepte in. Zij maken namelijk niet echt serieuze muziek, hoewel het voor hun zelf misschien wel zo voelt. Maar als je zo’n band ziet spelen, dan denk je wel: ‘meent hij echt wat hij zingt?’ Ik denk dat onze muziek een stuk gevoeliger is. Niet op een depressieve manier, maar er zit veel frustratie in. Misschien nemen mensen het daarom serieuzer. Nou ja, ik weet het niet, maar ik hoop dat dat zo is.”

Ik denk dat je wel gelijk hebt.
“Gelukkig. Om trouwens nog even terug te komen op die White Stripes vergelijking, die slaat toch ook nergens op? Ik bedoel, als je onze muziek zou horen zonder ons ooit gezien te hebben, zou je dan zeggen: ‘hee, dat is net The White Stripes?’ Nee, natuurlijk niet. Ik vind het irritant dat mensen, ja, dat zelfs journalisten dat zeggen. Onze muziek heeft niets met The White Stripes te maken. Maar ja, ze zien een jongen en een meisje, dus dan zeggen ze: ‘Hee, de nieuwe White Stripes.’ Idioot, toch?”

Ik zie jullie zelfs wel eens in een rijtje met The Ting Tings staan.
“O, God, inderdaad. Maar wij waren eerder dan zij! We speelden ooit met ze in Amsterdam, vreselijk. Het is pure luiheid.”

Iets anders. Jullie nemen tegenwoordig ook buiten het podium steeds meer zelf de touwtjes in handen. Zijn er dingen niet goed gegaan in het verleden?
“Toen we een band begonnen wisten we qua muziek precies wat we wilden. Maar de wereld van foto’s en video’s, die kenden we niet. We hadden nooit echt over dat soort dingen nagedacht. We hadden een baan, speelden zoveel we konden, en dat was het. Toen kwam ineens het succes. Iemand van buitenaf kwam met een idee voor een videoclip en wij zeiden: ‘ja joh, doe maar.’ We dachten altijd dat de muziek zijn werk wel zou doen. Pas toen we na een jaar intensief touren terugkeken op die periode, begrepen we dat dergelijke zaken juist heel belangrijk zijn voor de manier waarop mensen je zien. Als ik nu naar oude video’s en persfoto’s kijk, dan denk ik: ‘dat klopt niet, dat zijn wij niet.’ Je kent vast die fotoserie waarop Steven een bloedneus heeft. Die foto’s zijn gemaakt voordat we ook maar een klein beetje aan het doorbreken waren. Nu zie je ze overal. Niet dat het heel erg is, maar toch, we wisten niet dat dit zou gebeuren en dat is niet handig. We zijn allebei best wel control-freaks, dus we geven niets meer uit handen. Telkens als we dat doen, worden we teleurgesteld.”

Is het daarom dat jullie in de nieuwe video van Colours Fade niet duidelijk in beeld komen?
“Ja, het was ons idee om het zo te doen. We wilden het een beetje obscuur houden, een beetje weird. Mijn moeder vindt het trouwens maar niets. Over onze nieuwe persfoto’s zei ze: ‘meisje, wat saai, je draagt helemaal geen make-up. Dit is toch geen glamour?’. Ze is nog altijd een beetje opgewonden over ons succes, haha. Toen heb ik haar proberen uit te leggen dat ik geen glamour girl ben.”

Wanneer de persdame van V2 een seintje geeft dat de interviewtijd er bijna op zit, lacht Laura verontschuldigd. “Als je hier met Steven had gezeten had je wel ongeveer dezelfde antwoorden gekregen, maar hij kan zich veel beter uitdrukken. Ik stamel altijd maar wat.” Afwachtend kijkt ze me aan. “Je deed het goed,” zeg ik. “O… haha… dank je,” besluit Laura verlegen. De mythe van de stoere rockchick is gebroken, maar de fascinatie is er niet minder op geworden. tekst Klaas Knooihuizen

Livedata 20 februari LLaunch @ Paard van Troje, Den Haag 15 maart AB, Brussel 16 maart Effenaar, Eindhoven 17 maart Paradiso, Amsterdam 18 maart De Oosterpoort, Groningen

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in interviews. Bookmark de permalink.