Laura Marling: Ik ben de grote zus van wie ik vroeger was

Laura Marling: Ik ben de grote zus van wie ik vroeger was

laura_marling.jpgEen tienermeisje dat aanbeden wordt door talloze volwassen mannen en vrouwen. Meestal is het andersom, maar Laura Marling keerde de wereld op zijn kop. Haar debuutalbum Alas I Cannot Swim uit 2008 bezorgde haar het predikaat ‘wonderkind’.

Het is inmiddels twee jaar later. Laura heeft de tienerjaren achter zich gelaten en is nu officieel net zo volwassen als haar muziek doet vermoeden. Haar tweede plaat heet I Speak Because I Can. Een albumtitel die uitnodigt voor een gesprek.

Advertentie

Het is even wennen als ik Marling ontmoet. Het geblondeerde korte kapsel
is vervangen door een lange, donkere variant. Het maakt haar tien jaar
ouder. Dat komt waarschijnlijk ook door haar fysieke toestand. “Ik ben
doodmoe. We zijn net terug uit New York en ik heb voor het eerst in mijn
leven een jetlag.” Met een dromerige glimlach en in serene rust staat
ze me te woord. Haar antwoorden zijn meestal kort, maar ze is niet op
een onbeschofte manier kortaf. Je hebt mensen die veel praten en weinig
zeggen. Laura Marling behoort overduidelijk tot de tegenovergestelde
categorie.

In vergelijking met je debuut klinkt I Speak Because I Can veel
dynamischer. Het gaat van zeer minimale singer/songwriter tot bijna
party-folk. Is dat wat je wilde, een album met veel contrast?
“Of ik dat per se wilde… dat weet ik niet. Ten opzichte van het debuut
is dit album veel minder solistisch, we zijn echt een band geworden.
Daarom is er de mogelijkheid om meer afwisseling te brengen.”

Was de manier van opnemen daardoor ook heel anders?
“Het album is ‘live opgenomen’, met de hele band in de studio. Het is
raar dat je elkaar in de ogen kijkt terwijl je een plaat opneemt. De
liedjes zijn opgenomen in de volgorde waarop ze op de plaat zijn
verschenen, waardoor je nog meer die live-ervaring krijgt. Het wordt zo
meer een geheel.”

 Zijn de liedjes ook in volgorde van ontstaan opgenomen?
“Ja. Ik geloof dat we twee nummers hebben omgedraaid, omdat de harde en
de zachte liedjes anders precies om en om stonden. Dat zou wat suf zijn
geweest.”

De nieuwe single Devil’s Spoke is de eerste track op het album. Het is
bijna onvoorstelbaar dat dit je eerste nummer was na Alas I Cannot Swim.
Het klinkt zoveel vrolijker en poppier dan de kleine liedjes op je
debuut.
“Ik schreef Alas I Cannot Swim acht maanden voordat het uitkwam. Na de
opnames ging ik op tour en toen werd het pas uitgebracht. Devil’s Spoke
is geschreven toen mijn debuut net uit was, of misschien net ervoor.
Toen lag die plaat dus alweer een tijdje achter me.”

Als ik de titels van je twee albums vergelijk, stuit ik op de
tegenstelling tussen I Can en I Cannot. Denk ik te ver door als is meen
dat dit de nieuwe manier is waarop je in het leven staat.
“Haha, nou, het is eerder toeval. Het zijn titels van de laatste songs,
zo heb ik de albumtitels gekozen. Maar misschien is het onderbewust wel
waar, ben ik optimistischer geworden.”

Ja?
“Ja, ik denk het. Ik ben niet minder cynisch of minder realistisch dan
voorheen, maar ik heb meer vertrouwen in de mensheid.”

Toch zijn je teksten niet onverdeeld positief…
“Het is niet positief, maar optimistisch realisme.”

Covered In Snow is wat dat betreft een uitzondering. Je klinkt daarop
erg in vrede met jezelf en met de wereld.
“Dat heeft te maken met hoe oud ik ben en hoe oud ik was. Ik voel dat ik
mijn plaats heb gevonden in de wereld, wat nog niet het geval was toen
ik mijn eerste album maakte.”

Iedereen zei ten tijde van je debuut: och, wat is dat meisje volwassen
voor een 17-jarige. Als je nu terugkijkt, denk je dat je inderdaad
volwassen was, of was je toch nog echt een kind.
“Ik luisterde weer naar Alas I Cannot Swim toen ik mijn tweede album
klaar had. Het voelde alsof ik ‘mijn jonge ik’ moest beschermen, als een
soort oudere zus. Mijn stem klonk zo jong, ik kon het niet geloven. Ik
voelde me destijds niet volwassen, maar toch wel ouder dan ik was. En
nu… nu voel ik me erg jong.”

Echt?
“Op mijn zestiende was ik zo zeker van alles en ik was overal zo bang
voor. Nu ben ik nog steeds bang, maar ik weet inmiddels zeker dat ik
niets zeker weet.”

Het kostte me best wat tijd om je eerste EP’s en albums tot me te nemen.
De songstructuren zijn niet echt duidelijk, het zijn echte groeiplaten.
Met je nieuwe album heb ik dat gevoel nog veel sterker.
“Mijn vader hamert altijd op mijn gebrek aan songstructuren. Ze zijn
inderdaad moeilijk. Dat weet ik, omdat het veel moeite kost om het aan
mijn bandleden uit te leggen. Dat komt omdat ik het concept ‘structuur’
nooit geleerd heb, dus heb ik zelf iets verzonnen.”

Twee jaar geleden tourde je met Marcus Mumford (Mumford & Sons). Ik
was bij jullie show in Paradiso. Marcus was de prater, jouw
publieksparticipatie beperkte zich tot een knikje en een binnensmonds
‘dank je wel’. Ik heb me altijd afgevraagd of dat uit verlegenheid was,
of uit een stoere attitude.
“Ik was verlegen. Het zal waarschijnlijk heel star hebben geleken. Ik
wil graag aardig zijn voor mijn publiek en ik vind het vreselijk als er
mensen zijn die denken dat ik hun aanwezigheid niet waardeer. Vroeger
werd ik tegengehouden door angst, ik was fysiek niet in staat om aardig
te zijn. Dat gebeurt niet veel meer. Ik voel me meer op mijn plaats op
het podium.”

Laura vervolgt: “Ik probeer te begrijpen hoe ik mezelf moet zien, als
artiest of als entertainer, of een mix van beide. Mensen hebben betaald
om mij te zien. Geld waar ze voor gewerkt hebben, en wat ze ook ergens
anders aan uit zouden kunnen geven. Daarom moet je ook entertainer zijn.
Artiest mag je zijn als je in de studio zit, live moet je beter je best
doen. Ik dacht daar vroeger nooit zo over na, ik kwam er toch wel mee
weg als ik niets zei. Aan de andere kant: spreken om enkel de stilte te
vullen met woorden, daar geloof ik niet in. Het lijkt me niet goed om te
zeggen: ‘Hoi, hoe gaat het? Het is leuk om hier te zijn.’ Dat is te
cliché. Zo ben ik niet.

Dan kan je misschien toch beter niets zeggen?
“Ja, misschien, dat moet ik uitvinden. Toch ben ik me ervan bewust
geworden dat zwijgen niet altijd goed is. Marcus gaf het goede
voorbeeld. Arme Marcus. Toen ik met hem tourde sprak ik met niemand,
zelfs niet met hem. Hij heeft daar toen iets aan proberen te veranderen,
door voortdurend dingen te vragen en me in mijn arm te stompen als ik
niet antwoordde. Dat maakte mij ervan bewust dat het best raar is als je
altijd maar stil bent, als je het nieteens probeert.” Klaas Knooihuizen

Livedata 5 april Melkweg, Amsterdam 6 april AB, Brussel

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in interviews. Bookmark de permalink.