Jonsi: Voor dit album heb ik het mapje akoestisch geopend

Jonsi: Voor dit album heb ik het mapje akoestisch geopend

jonsi_004_foto_lilja_birgisdottir.jpgNa meer dan tien succesvolle jaren met zijn band Sigur Rós vond zanger en frontman Jónsi Thor Birgisson, kort gezegd Jónsi, het tijd voor een solo-album. Het was de bedoeling om een simpel en akoestisch album te maken, maar bij die IJslanders weet je het nooit. In de schaduw van een verkoelende wolk IJslandse as legt de introverte muzikant ons het één en ander uit over het ontstaan van het alles behalve akoestische Go .

Advertentie

“Ik had al langer het idee om een solo-album op te nemen. Drukte met de band wierhield me er steeds van, maar het afgelopen jaar leek de tijd er rijp voor te zijn. Ik heb de laatste jaren veel nummers geschreven die niet bij de band pasten en die heb ik allemaal opgeslagen voor mogelijke toekomstige projecten. Popnummers, elektronummers, akoestische nummers, noem maar op. Voor dit album heb ik het mapje ‘akoestisch’ geopend. Ik ben begonnen met ongeveer vijfentwintig nummers en langzaam maar zeker is dit aantal teruggebracht tot elf.”

Toch is het niet echt een spaarzaam akoestisch album geworden. Hoe is dat zo veranderd?
“Nee, inderdaad. De nummers begonnen hun leven akoestisch, met vooral gitaar en piano. De arrangementen werden echter gedaan door Nico Muhly, die onder meer met Björk, Bonnie ‘Prince’ Billy en Antony & The Johnsons werkte, en aan hem dankt het album voor een groot deel zijn geluid. Toen we elkaar ontmoetten hebben we over de nummers gepraat en hij kwam heel enthousiast met de meest vreemde ideeën; dat stond me meteen aan!”

In hoeverre wijkt het album af van jouw werk met Sigur Rós?
“Het is makkelijker om uit te leggen wat er hetzelfde is gebleven. Dat is namelijk mijn stem. De rest is toch wel heel anders. Ik heb geprobeerd om andere types muzikanten bij elkaar te krijgen en de arrangementen zijn echt anders dan met de band. Het moest wat gekker, je hoort meer ‘kleuren’, meer percussie en het is iets minder dromerig.”

Zoals je zelf al aangeeft had jouw solo-album ook heel anders kunnen klinken. Waarschijnlijk hoefde je alleen het mapje ‘elektro’ maar te openen en er was een geheel andere plaat uitgerold. Hoe was het om deze vrijheid te hebben?
“Soms is het juist makkelijker om restricties te hebben. Met Sigur Rós hebben we toch een bepaalde sound. Het was soms eng, want ik had de leiding en de enige met wie ik in discussie kon gaan was ikzelf. Maar daarnaast was het vooral ontzettend leuk en ik voelde me heerlijk vrij. Ik heb expres gekozen voor samenwerkingen met mensen die niet direct bij Sigur Rós zouden passen.”

We kunnen dus nog meer solo-albums verwachten?
“Ik ga eerst op tour door de Verenigdse Staten en Europa en ik doe een festivals aan. De band bestaat uit allemaal nieuwe mensen, dus we hebben heel veel moeten repeteren. Ik denk dat er daarna eerst weer een nieuw Sigur Rós album komt en daarna is alles weer open. Het was voor mijzelf al een hele mooie en goede ervaring om dit album op te nemen. Het was doodeng, maar ook ontzettend leuk en ik weet zeker dat ik hierdoor op een heel andere manier met een volgende plaat zal beginnen.”

Wat vinden je collega’s van Sigur Rós ervan? Ik neem aan dat ze al een exemplaar hebben gekregen?
“Gekregen? Ze moeten me steunen, dus ze kopen er maar eentje, haha!” tekst Chris Dekker foto Lilja Birgisdottir

Livedata 2 juni Paradiso, Amsterdam 3 juni Paradiso, Amsterdam 19 juni Sonar Festival, Barcalona 16 juli Melt Festival, Berlijn 21 augustus Pukkelpop, Kiewit

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in interviews. Bookmark de permalink.