Balthazar: Onze generatie verwacht niet zoveel

Balthazar: Onze generatie verwacht niet zoveel

balthazar.jpgDoor die IJslandse vulkaan en de bijbehorende aswolk stond het Belgische Balthazar ineens op het halfjaarlijkse London Calling festival tussen, voor het merendeel toch, Britse namen. Qua nationaliteit een tikje een vreemde eend in de bijt, maar qua sound is Balthazar het soort band die je ‘makkelijk wegzet’. Plek open halverwege de middag op een openlucht festival? Support nodig voor een mega-act? Zin in een toffe band in je favo mid-size club? Aan Balthazar zul je je geen buil vallen.

Advertentie

“Wat vind jij hier nou van?” vroeg een niet nader te noemen boeker me onlangs toen de Gentenaren voor ons op de bühne stonden. “Niet zo geniaal als sommige mensen je willen doen geloven, maar wel goed genoeg,” antwoordde ik. “Ze schrijven mooie, een tikje luie liedjes en flink wat mensen zitten te wachten op een nieuwe Belgische band met een eigenzinnig, maar poppy geluid die flink willen touren.”

Dus komt debuut Applause precies op het goede moment uit. Grappig hoesje, elf puike liedjes, loom-funky ritmes en zinnetjes die zich langzaam maar zeker in je hoofd nestelen. Gemaakt door een paar piepjonge muzikanten en voorzien van het fijne, warmbloedige stemgeluid van Maarten Devoldere. Op zijn sterkst is Balthazar als op zoek wordt gegaan naar de ideale zomeravond soundtrack. I’ll Stay Here, inclusief rustiek gefluit en een partij zwoel slow indie-funken is bijvoorbeeld ideaal luistervoer.

We spreken zanger/pianist Maarten Devoldere en zanger/gitarist Jinte Deprez vlak voordat ze naar het buitenland vertrekken. Hun cd wordt namelijk ook in onder meer Canada en Zuid-Afrika uitgebracht.
Ik vind het mooi hoe de zanglijnen bij jullie songs zo’n beetje over de melodieën heen gedrapeerd worden, zoals bijvoorbeeld bij Fifteen Floors. Daardoor klinkt het lui, maar wel heel funky.
Jinte: “Ik denk dat het past bij het gevoel van onze generatie, we verwachten niet zoveel…”
Maarten: “We relativeren veel…”
Jinte: “Er is geen reden om bombastisch over dingen te zingen als dat niet voorkomt in onze manier van leven. Het is het studenten idee. Beetje een boekje lezen, ‘s middags opstaan… de luchtbel van het studentenleven. Een tikje oppervlakkig, maar wel een boeiende levensfase.”

Het tweetal praat zoals hun songs klinken. Wat ze zeggen boeit, maar ze vertellen het op nonchalante toon en nemen de tijd voor anekdotes en bijzaken.
Ik vind I’ll Stay Here een heel fijn nummer. Is die song moeilijk live uitvoerbaar?
Jinte: “Valt wel mee. Het podium en de studio zijn twee verschillende werelden. We spelen het dus wat anders, wat nadrukkelijker, maar de dynamiek blijft en doordat we het steviger aanzetten kunnen we nog wel lazy zingen en toch blijven boeien.”

Er zit nogal wat tijd tussen het moment waarop jullie de publieksprijs van de Rock Rally wonnen en nu. Vier jaar. Wat is er in die tijd allemaal gebeurd?
Jinte: “We wilden onszelf de tijd gunnen. We waren nog heel jong en moesten ons nog verdiepen in de popgeschiedenis om met iets op de proppen te kunnen komen dat bestaansrecht had.”
Maarten: “We wilden opgroeien en dan met iets komen wat goed genoeg was.”

Hoe kwamen jullie eigenlijk in Zuid-Afrika terecht?
Jinte: “Via Eurosonic. Daar was iemand die er een festival programmeerde en daar hebben we toen wat optredens achteraan gepland.”
Maarten: “Het ligt vrij geïsoleerd, dus het was een flinke belevenis. Heel anders, vrij Amerikaans eigenlijk…”

Jullie maken meer een hybride à la bands als Phoenix of Two Door Cinema Club. Minder duidelijk dan de echte Amerikaanse rock die je daar op sommige radiostations hoort.
Jinte: “Het is een heel andere mentaliteit. De scenes zijn hier kleiner, dus hoor je ook meer verschillende genres en ga je meer mengen.”
Maarten: “Maar veel bands uit New York klinken nu ook heel divers. Die zijn zeker ook niet stijlvast. Vampire Weekend of Yeasayer, die maken ook een soort hybride.”
Jinte: “Daar ligt nu volgens mij de toekomst van de muziek.”

De tekst van Hunger At The Door luidt: A dispute with a nude prostitute / always pretending motherfucking Disney endings. Fascinerende woordkeuze!
Maarten: “We schrijven vrij associatieve teksten. Er zit niet altijd een vastomlijnde betekenis achter, het moet ook goed klinken.”

Dat Applause werd gemixt door Yngve Saetre vind ik niet eens zo’n verrassende keuze, gezien het feit dat hij met onder meer Kings Of Convenience en Datarock heeft gewerkt. Hoe kwamen jullie bij hem terecht?

Jinte: “We houden heel erg van de sound van veel van die Scandinavische bands.”
Maarten: “Hier moet je vaak echt rocken, zij zijn wat creatiever. Daar kunnen we meer mee. We hebben meer ruimte nodig.”

Omdat jullie wat funkier zijn?
Jinte: “Ik vind funky een lelijk woord.”

Maar hoe noemen we het dan: groovy?
Jinte: “Daar zijn we ook nog niet helemaal uit, haha.”
Maarten: “We hebben behoorlijk gezocht naar een geluid dat bij ons paste. Er was een moment dat de liedjes veel meer volgepropt werden, maar dat vonden we heel naar klinken, dus zijn we bewust voor veel simpelere, open arrangementen gegaan.”

En volgende week gaan jullie naar Canada?
Jinte: “Ja, voor de Canadian Music week. Showcases doen.”
Maarten: “Het is goed om op verschillende niveau’s te werken. Het gevoel dat je weer helemaal opnieuw begint, dat je aankomt en niet eens en kleedkamer hebt, dat houdt je scherp.” tekst Arnold Scheepmaker

Livedata 12 juni Rotown, Rotterdam 17 juni Merleyn, Nijmegen 18 juni Ekko, Utrecht 23 juni Vera, Groningen 26 juni Effenaar, Eindhoven 10 juli Cactus Festival, Brugge

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in interviews. Bookmark de permalink.