The National: we zijn subtieler dan echte popartiesten

The National: we zijn subtieler dan echte popartiesten

the_national_4_foto_keith_klenowski.jpgAls je niet beter zou weten zou je kunnen denken dat The National een relatief nieuwe band is. Zo hyperventilerend wordt er de afgelopen maanden over het vanuit Brooklyn opererende vijftal geschreven. En gepraat, want menig zichzelf respecterend indierock liefhebber begon onlangs tegen me te ouwehoeren met als openingszin “Weet je wat ik nou een goede band vind?”

Advertentie

Nou snap ik al die plotselinge gewichtigdoenerij best wel, want het onlangs verschenen High Violet is een geweldig mooi, sinister rockalbum geworden. The National staat steevast garant voor prachtige melancholie. Maar dat staan ze al jaren. High Violet is namelijk hun vijfde cd, de eerste stamt uit 2001. Ook is de sound van de band door de jaren heen niet eens zo enorm veel veranderd. Als High Violet je weet te bekoren moet je maar eens luisteren naar de twee voorgangers, Alligator uit 2005 en Boxer uit 2007.

Indertijd sprak ik al eens uitgebreid met zanger Matt Berninger en bassist/gitarist Scott Devendorf. Dat interview werd toen weggemoffeld in een stukje van vierhonderd woorden. Er waren belangwekkender bands. Nu is alles opeens anders. Waarom? Niemand weet het precies. Het label, journalisten, de band zelf: iedereen tast in het duister. Voor succes bestaat lang niet altijd een formule. De interesse van het publiek golf nou eenmaal heen en weer en ontbeert vaak elke vorm van logica. Nog één zeperd en bands als Arctic Monkeys en Bloc Party kunnen weer in een slagje kleinere zalen gaan spelen. Maar The National, een band die voorheen haar best moest doen om zaaltjes met een capaciteit van rond de vijfhonderd halfvol te krijgen, is ineens hot en speelt voor grote uitverkochte zalen. Het kan verkeren.

Aan het begin van een schier oneindige wereldtour die al tot december gepland is bellen we met Scott Devendorf in Toronto, Canada.
Terrible Love is de openingstrack van High Violet. Een nummer dat uiterst intiem begint en dan langzaam uitwaaiert tot een ware sonische wervelstorm. Wisten jullie altijd al dat dat een passende albumopener zou zijn?
Scott: “Eigenlijk niet. We hebben enorm lopen husselen met de volgorde van High Violet. Om dat te illustreren: Terrible Love zou het laatste nummer van de cd worden. Maar toen vonden we dat qua atmosfeer toch niet kloppen en ging alles weer op de schop.”

Is die volgorde dus erg belangrijk voor jullie?
“Ja, toch wel. Je kunt wel zeggen dat het er in de download-tijd niet meer toe doet, dat mensen meer focussen op afzonderlijke tracks, maar wij zijn voor mijn gevoel toch echt een album-band. Je werkt als artiest aan een totaalplaatje, de volgorde kan echt een verschil maken. Wat waar staat bepaalt de geografie van je cd. Je vertelt bovendien een verhaal, dus thematisch maakt het ook nog uit. Of klinkt dit allemaal te abstract?”

Valt wel mee. Is het wat dat betreft ook moeilijk om de juiste single te kiezen? Het is uiteindelijk Bloodbuzz Ohio geworden. Een fijne track, maar niet de obvious stand-out.
“Het is een song met een goede kop en staart en het is redelijk upbeat. Zeker voor ons doen. Dat heeft de platenmaatschappij wel in ogenschouw genomen. Wij zijn daar doorgaans niet zo goed in. Ik denk ook niet dat je de studio in moet gaan, denkende: we gaan nu de single maken. Je schrijft nummers, neemt ze op en later blijkt dan welke tracks die rol kan vertolken. Anders ga je te gelikt denken. Terugkijkend op de songs die het album haalden voelde Bloodbuzz Ohio als een goede keuze. Maar er waren zeker concurrenten. Anyone’s Ghost en Conversation 16 staan zogezegd in de startblokken om single nummer twee en drie te worden. Iedereen binnen de band heeft andere favorieten. Maar de bariton van Matt in Bloodbuzz Ohio vonden we allemaal erg mooi.”

Hoe gaan jullie doorgaans eigenlijk te werk? Matt schrijft alle teksten, maar verder?
“Wij oefenen als band met zijn vieren en Matt zit eigenlijk voortdurend te schrijven. Hij kalkt zinnetjes op aantekeningenvelletjes en werkt die dan later uit. Vervolgens kijken we wat bij wat past. Welke muziek bij welke tekst. Voor High Violet hadden we schetsmatig vijftig songs geschreven. Ongeveer vijfentwintig daarvan hebben we echt uitgewerkt en vervolgens hebben we er zestien daadwerkelijk opgenomen en slechts elf hebben de cd zelf gehaald.”

Wow. Genoeg materiaal voor de toekomst dus.
“Ja en nee. We nemen ons vaak voor om met onaffe ideeën later nog wat te doen, maar in praktijk komt het er bijna nooit van. Heel af en toe komt er als we aan een nieuwe cd werken een oude, ongebruikte riff bovendrijven, maar meestal ben je weer vol nieuwe ideeën en die voelen dan toch eigentijdser aan.”

Over eigentijds gesproken. Kun jij verklaren waarom The National nu ineens big business is?
“Nee, echt geen idee. We doen al elf jaar ons ding, evolueren stukje bij beetje, maar zijn niet bewust iets anders gaan doen. Ik weet wel dat het label erg zijn best heeft gedaan om ons zichtbaarder te maken, omdat ze vonden dat we ondergewaardeerd werden, maar verder… Tja, je kunt er alleen maar om lachen. We zijn natuurlijk ook minder aandacht opeisende karakters dan menig echte popartiest. We zijn wat subtieler, doen meer ons eigen ding.”

Vanaf vandaag zijn jullie eigenlijk voortdurend op tour. Wat mensen wel eens over het hoofd zien: behalve Matt zitten er twee keer twee broertjes in de band. Aaron en Bryce Dessner en jij en je broer Bryan Devendorf.
“Ja, en sinds kort helpt Matts broer ons productioneel, die gaat ook mee op tour. We zijn inderdaad een soort familiebedrijf geworden, haha.”

Heeft dat duidelijk voor- of nadelen?
“Ja, toch wel. Vrienden kunnen ruzie krijgen en elkaar nooit meer willen zien omdat er geen bloedband is, bij broers ligt dat toch anders. Je kent elkaar door en door, hebt vaak aan een half woord genoeg, maar durft ook meer tegen elkaar te zeggen. Je weet immers dat je voor eeuwig met elkaar opgezadeld zit, haha. We hebben die ellenlange tour overigens wel opgesplitst in een paar stukken. Drie weken beuken op een continent, dan een korte adempauze en weer door. Zo voorkom je dat het echt een slijtageslag wordt waarbij je te veel op elkaars zenuwen gaat werken.”

Ik vind Afraid Of Everyone enorm mooi. Wie zingt die achtergrondvocalen?
“Sufjan Stevens. Die simpele riff van dat nummer bestond al heel lang, maar we moesten nog uitvogelen hoe we alles precies moesten invullen. Het moest gelaagder worden. De manier waarop de stemmen van Matt en Sufjan om elkaar heen kronkelen maakte het plaatje af. Dat gaf de song de betekenis waar we naar op zoek waren. Live klinkt dat nummer trouwens een stuk steviger. Dat geldt voor meer tracks. We hebben een vaste keyboardist mee op tour en werken nu ook standaard met twee blazers, dus we staan tegenwoordig overal met zijn achten op het podium.”

Omdat je dan makkelijker de aandacht van een grote zaal weet vast te houden?
“Ja, hoewel sommige songs ook heel intiem moeten blijven. Runaway is één van mijn favorieten en dat nummer moet heel ingetogen gespeeld worden, anders haal je de magie weg.”

In Runaway zingt Matt: ‘What makes you think I’m enjoying being left to the flood.’ Een hartverscheurend moment.
“In sommige songs zit meer lichtzinnigheid dan veel mensen denken, maar Runaway is inderdaad een van onze moody momenten. Het gaat over continu op reis zijn, hoe dat inhakt op je relatie en of je wil doen wat je doet of misschien deep down eigenlijk niet.” tekst Arnold Scheepmaker foto Keith Klenowski

Livedata 4 juli Roskilde Festival, Roskilde 6 juli Paradiso, Amsterdam 7 juli Tivoli, Utrecht 14 augustus Haldern Pop Festival, Haldern 21 augustus Pukkelpop, Hasselt 22 augustus Lowlands, Biddinghuizen 21 november Ancienne Belgique, Brussel

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in interviews. Bookmark de permalink.