
Motel Mozaïque 2012. Het zit er weer op, het was weer fijn, et cetera. Annelies Omvlee was er twee dagen lang bij namens LiveXS. Lees hier haar bevindingen. Over zingende vogeltjes, Suske & Wiske, Joan Baez en vooral veel muziek.
VRIJDAG
COLD SPECKS
“Alles is veel voor hij die niets verwacht”. Een cliché dat vaak gehoord wordt. Maar clichés zijn meestal clichés omdat ze waar zijn en zo is het ook bij Cold Specks. Het stemgeluid van de Californische zangeres pakt het relatief nieuwe Bird met gemak in. Of zijn het toch de slechte grappen die ze maakt? “What is the definition of trust? One cannibal giving the other cannibal a blowjob.” Ach ja. Zing liever, vogeltje, en laat je duistere drums de warmte van de cello versterken, terwijl de tamboerijn zachtjes op de achtergrond meedeint. Want stiekem is het de muziek die jou, hoe goedbedoeld ook, tot boven de middelmaat stuwt, en niet andersom.
GREAT MOUNTAIN FIRE
Het duurt. Voordat de soundcheck klaar is, en voordat mensen de Mini Mall hebben ontdekt. Nu is meer dan een half uur uitloop normaliter al enigszins vervelend, maar met het krappe schema dat Motel Mozaïque er altijd op na houdt wordt het helemaal onhandig. Wachtend tussen een kartonnen Suske & Wiske en honderden dozen vol comics klinkt de soundcheck van Great Mountain Fire alleraardigst en veelbelovend. Het zojuist uitgekomen album is dan ook meer dan prettig. Het concert zelf echter… Twee keer leken ze echt te gaan beginnen, zeker de lange groepsknuffel leek een mooie start te zijn. Helaas vonden wij de spreekwoordelijke honden en katten in potten en zakken. Of nee! Toch nog een klein nummertje te horen gekregen, met de jas aan op de grens naar buiten. Ongetwijfeld was ook de rest goed, maar dat zal enkel van horen zeggen komen. Al het goede komt uit België, toch?
120 DAYS
Dus hier zijn ze, de swingende veertigers met bier in hun haren en handen, de wause twintigers en de klappende mannen met de brave schoenen. Dansen op de beukende beats van 120 Days, dat vaak klinkt als het Noorderlicht in land van herkomst. Ongrijpbaar, fascinerend, biologerend en zo oud als de wereld. Moeilijk om stil te blijven staan en dus uitermate geschikt voor de betere feesten en partijen. Of voor een zweterig poppodium, waar niets Scandinavisch vreemd is. Synth, zang, gitaar, een kwartetje Noren, een onverstaanbare zanger: het is geen garantie voor succes, maar wel een belofte. En die wordt meer dan ingelost. Ondanks het abrupte vertrek van de heren kunnen ze rekenen op een welgemeend applaus. Danse danse danse!
JAMIE N COMMONS
Nou weten we het wel. Zo jong, zo een stem, Tom Waits, doorrookt, pure blues, whisky, sigaren, enzovoort, enzovoort. Maar eerlijk is eerlijk: het blijft een vreemde synesthesie-gewaarwording. Het beeld van een blond en verlegen jongetje dat giebelend het podium opkomt en een stem als een vijftiger die net te veel volgens Bukowski’s maatstaven heeft geleefd. Na al die lovende kritieken is het moeilijk om zonder scepsis naar een optreden te gaan. Maar goed! En zuiver! Zo goed, dat het bijna pijn doet. Als het al een trucje is, dan eentje dat wel meer muzikanten onder de knie mogen krijgen. Of je alle albums in je platenkast wilt hebben is nog maar de vraag, en Jamie hoeft zeker geen leven als cabaretier te ambiëren, maar live verstaan deze manjochies zeker hun vak. Met name het a capella nummer in de toegift geeft de kwaliteit aan. Een hoog christelijk jongenskoor-gehalte nemen we voor lief. Dat hebben zij dan weer, die Britten. Wij zitten maar mooi opgescheept met Tim Knol.
ZATERDAG
BART CONSTANT
Een tijd geleden zat ik met Rutger Hoedemaekers a.k.a. Bart Constant aan een tafel in de catacomben van een galerie. Een bedachtzame man leek hij me toen. Na het korte optreden blijft dat gevoel staan. Er is absoluut nagedacht over de muziek, of het nu een door drumcomputer overheerste uitzinnige nummers of ballad-achtige pianoliedjes betreft. Je moet van zijn stem houden: ietwat ijl nasaal brengt Hoedemaekers zijn zelf vervaardigde producten ten gehore. De onverwachte en vaak plotselinge inzet van bepaalde instrumenten, zoals een accordeon en trompet, mogen grootser aangezet worden. Nu kabbelt het over de linie aardig, maar niet bijster spannend, voort. De potentie is er, nu nog passie en meeslependheid, en Bart Constant kan zeker iets worden dit jaar.
RATS ON RAFTS
In eerste instantie lijken ze op een middelbare schoolband. Puberale new wave, met spijkerbloesjes en skinny jeans. Maar zo lang je dat met overtuiging doet, is het behoorlijk te pruimen. Deze Rotterdamse jonge hondenband lijkt dan net wakker te zijn, het is zeker een deel van het vele moois dat de havenstad te bieden heeft. Puike rock, een strakke drummer en een lekkere nonchalance. Ook lekker rebels hoe de zanger ogenschijnlijk ongeïnteresseerd van het podium verdwijnt en de versterker uitdraait terwijl de rest van de band doorspeelt. Om op te vreten.
JULIA STONE
Elke keer neem je het je weer voor. Vandaag niet. Vandaag word ik niet ingepalmd door dat lievige meisjesding van Julia Stone. Met haar stem en gegiechel en snoezige jurkjes. Bovendien is haar broer veel leuker. Maar ja. Dan staat ze er weer. Met al die dingen. En een trompet. Trompetten zijn gaaf. En vrij sexy. En het werkt iedere keer weer. Ook solo staat ze haar mannetje. Het is niet vreselijk veel anders dan wat ze met haar broer doet. Hetzelfde feeërieke geluid. Alleen klinkt ze nog net iets dramatischer en donkerder, en de samenzang met Angus wordt zeker gemist. Haar teksten zullen, nog meer dan eerder, ieder getergd meisje regelrecht kunnen opsturen naar haar verloren liefde. Simpelweg onmogelijk om niet verliefd op haar te worden.
DJANGO DJANGO
Het bier is op. Het is druk. Geen personeel. Zo warm. Dat zijn belangrijke punten voordat Django Django begint en iedereen gesandwicht staat te wachten. Gelukkig zijn wij ‘fatsoenlijke’ mensen zoals het een ‘3voor12-publiek betaamd’. En gelukkig zijn ze echt goed. Energieke pop met tingeltjes en tangeltjes, meerstemmige zang, een beetje folky en een beetje electro. Door de vreemde doch dansbare beats zal zelfs een gemiddelde technoliefhebber dit nog kunnen waarderen. Koebellen houden altijd het midden tussen een gimmick en hogere kunst, maar deze band weet ze met verve te gebruiken. De Britten zijn van vele markten thuis en klinken in theorie wellicht niet heel vernieuwend, maar weten live absoluut hun eigen sound en sfeer te creëren. Daarnaast is dit waarschijnlijk de eerste band die excuses maakt omdat Engels de voertaal is in plaats van Nederlands. Er wordt blij gelachen en meegeklapt. Perfect medicijn tegen een druilerige zondagmiddag-blues dus. Ook als het bier op is.
GODVERDEGODVER
Doe maar lekker gek, dan doe je al, eh, gek genoeg? De bassist (m) in een rode galajurk, de zanger annex gitarist (m) in een blauwe ochtendjas, de drummer (v) lijkt louter een zwart shirt op een rode panty te dragen. Moeilijk te plaatsen deze band. Is het nu bagger of eigenlijk wel leuk, op een soort slapstick-manier? Hun naam hebben ze van een Russisch kunstobject. Althans, de naam klonk in de oren van de gitarist zo. Iets met klepels en klokken, zullen we maar zeggen. Misschien omschrijft dat deze Nederlandse band wel het beste. Ze klinken meer als een klepel dan als een klok. Het enthousiasme vanwege het feit dat ze in Rotown staan is aan alles te merken. Grote grijnzen en een zelfoverschatting van heb ik jou daar. De naam is fantastisch, het verhaal erachter eveneens, maar de band zelf laat enigszins te wensen over. Tenzij het een grote grap is, natuurlijk. Aan de zanger ligt het niet, die is wonderlijk goed. Zijn blonde haartjes hangen zelfs Corbainesk voor zijn gezichtje en met de enthousiaste gil bij de start van vrijwel elk nummer heeft hij de potentie een legende te worden. Kennelijk hebben ze ook al een vaste fanbase: vier uitzinnige meisjes prevelen delen tekst mee. Toch ontstijgt het geheel niet het niveau van een weekendstudiobandje. Hoe ze op Motel Mozaique zijn gekomen is een raadsel. Vriendjespolitiek? Een website heeft het duistere trio niet. Wel aanbidden ze Joan Baez, naar het schijnt. Voor wat het waard is. Hopelijk spreekt ze goed Russisch.
BOY & BEAR
Met vijf ARIA Awards op zak zou je denken dat Boy & Bear genoeg zalen uitverkoopt. Toch lijken Dave Hanking en consorten oprecht verbaasd te zijn dat de zaal tot de maximale capaciteit vol is. “Dit betekent echt veel voor ons. Het is fijn om eens niet in een zaal van kastformaat te spelen,” aldus Hanking. Natuurlijk zijn de zalen in thuisland Australië ook driedubbel uitverkocht, maar daar ze voor het eerst muzikale voet zetten op Nederlandse bodem is het wellicht een mooi (en terecht) compliment. Het prachtige album Moonfire is al drie jaar uit, maar krijgt nu pas de aandacht die het verdient. Waar de lieve luisterliedjes op plaat lijken te overheersen, komt op het podium juist de energieke folk naar voren. Het voelt als een gemoedelijke huiskamer, waar vijf mannen onderling grapjes maken terwijl ze hun instrumenten bespelen. De muziek die ze maken is wellicht niet totaal vernieuwend of superspannend, maar het wordt duidelijk met liefde en aandacht gebracht. Hoe zoet dat ook mag zijn, dat onderscheidt deze Aussies absoluut van andere indiefolkbands. Een van de betere momenten van Motel Mozaique!
PATRICK WATSON
De lichten gaan uit. Duisternis. Kleine bewegingen worden waarneembaar op het podium ver onder ons. Dan weerklinkt plotseling muziek, en zien we plots handen, louter verlicht door kleine lampjes, over de piano schieten, op drums slaan en over de viool strijken. Patrick Watson speelt het eerste nummer in die duisternis op de piano. Zijn warme stem wordt verwelkomd door een muisstil publiek. Wat een fantastische entree. Het hele optreden door blijft dit het niveau. Geweldige kwaliteit van muzikanten, visuals, lichtshow en techniek. Waar de Schouwburg vorig jaar en tijdens eerdere optredens deze editie nog weg trilde, is het geluid nu perfect afgesteld. Naast een fantastische muzikant is Watson ook een natuurlijk entertainer. Ondanks dat zijn Canadese “you folks” na honderd keer enigszins op de zenuwen begint te werken, krijgt hij met gemak veel reactie uit de zaal. Als hij een verkeerd liedje inzet, en dat pas erna kenbaar maakt, verzucht hij: “Oh, dat had natuurlijk niemand door totdat ik dit in de microfoon schreeuwde”. Door het perfecte samenspel tussen techniek, podium en muzikanten onderling had inderdaad niemand daar iets van gemerkt. Het is niet vaak dat een optreden van begin tot einde bekoort. Watson en de zijnen krijgen het echter voor elkaar. Het enige tenenkrommende is het moment dat het publiek, zonder begeleiding, een bepaalde melodie moet neuriën. Wij a-ritmische Nederlanders falen hierin uiteraard jammerlijk. Gelukkig vindt onze showman het wel vermakelijk. Als er iemand is die dit weekend een grotere fanbase heeft verkregen, is dat absoluut Patrick Watson. Meer hiervan alstublieft. Annelies Omvlee
Gerelateerde berichten:
- Review: Motel Mozaïque 2013 – Dag 2 – Via Corso naar de Paradijskerk en terug langs Rotown
- Schradinova kan het met muziek alleen af
- Sade – Soldier Of Love
- Interview Poliça: “Ik moet het op eigen kracht doen”
- Review: Motel Mozaïque 2013 – Dag 1 – Van fijn meewippen en perfectionisme naar donkere rock





