Interview met Soundgarden: “Nostalgie is een slechte basis”

Interview met Soundgarden: “Nostalgie is een slechte basis”

Met hits als Jesus Christ Pose en Black Hole Sun zullen ze de Pinkpopkeeltjes ongetwijfeld schor krijgen, maar frontman Chris Cornell wil één ding duidelijk maken: Soundgarden is niet herenigd om oude tijden te doen herleven. De band richt zijn blik op de toekomst. “Laten we alsjeblieft niet nostalgisch worden.

Advertentie

Tekst: Milo Lambers



Pinkpop 1992. Een editie die in het collectieve geheugen van de festivalganger gegrift staat. Natuurlijk kent iedereen vooral het beeld van Pearl Jam-zanger Eddie Vedder die zichzelf na een waanzinnige show met een snoekduik het publiek inwerpt, maar ook het eveneens uit Seattle afkomstige Soundgarden vestigt die dag zijn naam. Vol overgave vuurt het viertal de songs van Badmotorfinger op de menigte af. Terwijl publiek en band elkaar tot steeds grotere hoogte doen stijgen, komt de regen met bakken uit de hemel en zet het onweer het gedonder van Soundgarden nog wat extra kracht bij. ‘Thanks to God for the perfect lightshow’, zegt een doorweekte Chris Cornell direct na afloop in een interview voor de tv-camera’s.

Precies twintig jaar later zijn de herinneringen aan de gloriedagen bij Chris Cornell wat vervaagd. In eerste instantie kan het grunge-icoon zich niets van Pinkpop ’92 herinneren. “Voor 1992 tourden we in een klein busje door de VS met crappy versterkers en microfoons die het vaak niet eens deden. We waren een hardwerkende indieband en we waren blij dat we hier en daar kon spelen. Na Badmotorfinger veranderde alles. We waren plots overal op de aarde welkom. Dat was wat we al vanaf dag één hadden nagestreefd. Die tijd is als een roes aan ons voorbij gegaan: het was touren, album opnemen en weer touren. Pas achteraf besef je hoe die tijd was: pretty crazy.”

Als ik Cornell vervolgens vertel over de regen en het onweer van Pinkpop ’92, begint het te dagen. “Wacht, dat weet ik wel. Ik herinner me vooral de kou en de regen. That show was fucking amazing.”

SPRAAKWATERVAL
Na een pauze van vijftien jaar, waarin Cornell met de overgebleven leden van Rage Against The Machine Audioslave vormde en met wisselend succes het solopad bewandelde, is Soundgarden weer terug aan het front. Cornell kwam de laatste jaren zowel op het podium als in interviews nog wel eens verveeld en plichtmatig over, maar vandaag word ik overspoeld door een aangename spraakwaterval. Stel Cornell een vraag over zijn geliefde bandje en je hangt zeker tien minuten aan zijn lippen. Cornell heeft dan ook wel wat gespreksstof. Samen met stadgenoten Nirvana, Pearl Jam en Alice In Chains doorbrak Soundgarden begin jaren negentig de muur tussen de alternatieve muziek en de mainstream. Door het succes van Nirvana was de muziekscene van Seattle in 1992 voor media plots the hottest place on earth. In werkelijkheid was de scene al jaren een broeinest van creatieve bands met Soundgarden als onbetwiste vaandeldrager. “Toen wij in 1984 onze eerste nummers schreven, voelden we al dat er iets speciaals gaande was. Overal in Seattle had je indiebands. Elke avond was er wel ergens een show. Een label als Subpop gaf bands een platform. Ik dacht eerst dat elke stad zo’n scene zou hebben, maar pas toen ik met Soundgarden in andere steden was geweest, besefte ik wat er aan de hand was in Seattle.”

De Seattlescene is een mythe geworden. Cornell relativeert de impact ervan door een parallel te trekken met een andere beroemde scene: “In New York had je eind jaren zeventig, begin jaren tachtig een punkscene met bands die veel invloed hebben gehad. In tegenstelling tot ons, hebben die nooit commercieel succes gehad. Kijk naar Ramones. Iedereen sprak over die band, iedereen droeg hun t-shirts, maar ze hebben veel minder platen verkocht dan wij. Dat was nog voor het MTV-tijdperk. Hadden ze wel miljoenen platen verkocht als ze op MTV waren gedraaid? Ik ben vrij zeker van wel.”

De hype rond Seattle was compleet toen Nirvana met Nevermind eind 1991 compleet onverwacht de wereld veroverde. Cornell geeft onmiddellijk toe dat ook Soundgarden hier profijt van heeft gehad. “Het is lastig om te zeggen of wij zo succesvol waren geworden als Nirvana niet eerst was doorgebroken. Ik denk wel dat we er waren gekomen, maar dan had het langer geduurd. Maar je kunt het ook omdraaien. Wat als wij er niet waren geweest? Met Soundgarden waren wij de eerste undergroundband die eind jaren tachtig airplay kreeg op de commerciële radio. Daar heeft Nirvana weer de vruchten van kunnen plukken. We hebben elkaar geholpen.”

TIJDMACHINE

Als Cornell vertelt over de hoogtijdagen van de grunge, trekt hij mij mee zijn tijdmachine in. Plots besluit hij dat het tijd is om terug te keren naar het nu. “Ik ben er heel erg trots op dat wij een rol hebben gespeeld in een belangrijke periode van de rockgeschiedenis, maar ik ben niet van het terugkijken. Laten we alsjeblieft niet nostalgisch worden.”

Een opvallende uitspraak voor een zanger van een band wiens status toch vooral gebaseerd is op het succes van bijna twintig jaar geleden. De hereniging van Soundgarden kwam voor velen over als een noodgedwongen keuze.

Audioslave viel in 2007 uit elkaar en Cornells solocarrière liep al snel op een dood spoor. Vooral het album Scream uit 2009, dat hij maakte in samenwerking met hiphopproducer Timbaland, werd met een mengeling van afkeer en spot ontvangen. Maar Cornell laat er geen misverstand over bestaan: de Soundgardenreünie is niet bedoeld om even snel wat geld binnen te halen.

Het blijft dan ook niet bij een serie optredens. Ergens eind dit jaar moet de nieuwe plaat verschijnen. En dat wordt geen Superunknown deel 2, zo belooft de inmiddels 48-jarige zanger alvast. “Natuurlijk begrijp ik dat mensen het liefst Spoonman of Black Hole Sun horen. Dat is prima, maar zet dan gewoon Superunknown op. Bands moeten niet voort blijven bouwen op de stijl en glorie van vroeger.

Nostalgie is een slechte basis. Er zijn maar een paar bands die daar mee wegkomen en dat zijn Ramones en AC/DC. Bij de meeste bands ligt het er te dik bovenop, die doen er alles aan om het publiek tevreden te houden.” Waar zijn meeste collega-rocksterren in zo’n geval politiek correct melden dat ze geen namen noemen, neemt Cornell geen blad voor de mond: “Nickelback is zo’n band. Ik hoorde laatst twee verschillende nummers van ze die echt bijna hetzelfde waren, zelfs de toonsoort was identiek. Absurd.”

Het wil niet zeggen dat Soundgarden op het nieuwe album volledig breekt met het verleden. “Bij goede bands is er sprake van een chemie waardoor je ze direct herkent. Dat zie je bij The Beatles, Pink Floyd en Led Zeppelin. Je kunt een nummer van Pink Floyd coveren, maar het zal nooit zo spookachtig klinken als het origineel. Hetzelfde geldt voor Led Zeppelin. Zet die muzikanten na jaren waar dan ook op de wereld bij elkaar en direct zullen ze klinken als Led Zeppelin. Wij willen een eigen band zijn. De muziek moet voor zichzelf spreken.”

Aan zelfvertrouwen ontbreekt het Cornell niet. Hij is de hongerige wolf die gelooft dat hij met zijn nieuwe plaat elke criticus tot prooi kan maken. “Tussen de tours door hebben we in alle rust gewerkt aan een product dat echt een toevoeging is aan onze erfenis. Vroeger werkten we in de studio onder enorme druk. De platenmaatschappij was bang dat we uit de radar van onze fans zouden verdwijnen als we niet snel iets uit zouden brengen. Nu blijkt dat mensen ons nog steeds kennen. We’re a classic band.”



LIVEDATA 27 mei Pinkpop, Landgraaf 28 mei Werchter Boutique, Werchter

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in frontpage, interviews, uitgelicht. Bookmark de permalink.