Start Me Up: reviews van Anti-Flag, Mystery Jets, LPG, Walter Trout, Space Siren en meer

Start Me Up: reviews van Anti-Flag, Mystery Jets, LPG, Walter Trout, Space Siren en meer

Muziek luisteren en erover schijven, dat is zo ongeveer wat we doen. Lees hieronder weer een nieuwe lading reviews, met onder meer Anti-Flag, Space Siren, Giant Giant Sand, Lost In The Trees en Flying Colors. Tot uw dienst, graag gedaan, doei.

Advertentie

ANTI-FLAG – THE GENERAL STRIKE
(SIDEONEDUMMY) Anti-Flags achtste studio album is misschien wel hun sterkste album tot nu toe. De band protesteert als vanouds tegen misstanden in de maatschappij zoals bijvoorbeeld de verdeling tussen rijk en arm. Wat anders is dan in voorgaande albums is de afwisseling in hardcore-, punk- en reggaestructuren. The General Strike klinkt als een livealbum en daar ligt ook de kracht in vergelijking tot hun eerdere studiowerk. Pat Thatic drumt nog strakker en agressiever dan ooit tevoren, de gitaarsolo’s van Chris Head zijn vetter en duidelijker op de voorgrond. Broken Bones leent zich perfect voor meebrullen, Bullshit Opportunist neigt meer naar hardcore. Alle 12 tracks weerspiegelen de spirit en de tomeloze energie van Anti-Flag. Dit album moet je hebben! Marcel Verschoor

SPACE SIREN – MR WAGNER, PLEASE GIVE US A CALL
(SUBROUTINE) In een verbrokkelende muziekwereld waar elk sub-sub-subgenre zijn eigen niche weet te vinden is er ineens heel veel ruimte voor toffe kleine labeltjes met een eigen profiel en een kleine doch trouwe fanbase. Het Nederlandse Subroutine is er het schoolvoorbeeld van. Jarenlang met hart en ziel zwoegen begint zijn vruchten af te werpen. Onlangs brachten ze ons Rafts On Rafts en een lichting al dan niet nieuwe zweterige kraakpandproof-(noise)bands staat te trappelen om in hun voetsporen te treden. Space Siren is een beetje het gewogen gemiddelde van al die bands. Ze combineren de venijnige noise van Vox Von Braun en Wolvon met de lieflijke vocalen van Bird On A Wire en Spilt Milk. Wie me nu kwijt is: mix The Jesus and Mary Chain met Ladytron en je komt een heel eind. Het levert een sound op die zowel verleidelijk als vernietigend is. Dat verklaart het ‘siren’ uit de bandnaam. Het voelt als doodgekieteld worden door twaalf maagden, als een heilige lotus in een buitenwijk van Charleroi, als een cactus met chocoladepasta. En: als de beste noiseplaat van 2012. Met afstand. Laat je verleiden. Klaas Knooihuizen

GIANT GIANT SAND – TUCSON
(FIRE/KONKURRENT) Giant Sand, de band van Howe Gelb, heeft een lange en rijke geschiedenis van zo’n 25 jaar, al is zijn bekendheid wat overschaduwd door de populariteit van afsplitsing Calexico. Het nieuwe album, een ‘country rock opera’ heeft ook een tijdelijke uitbreiding van de bandnaam tot gevolg. De plaat ademt een ontspannen intimiteit uit: Gelb croonend in verhalende liedjes, met een begeleiding van country in rustige draf, wat slidegitaar, strijkers en af en toe een Texmex-trompet. Vergeleken met eerder werk is Tucson wat breder gearrangeerd en iets gepolijster geproduceerd. De kalme cafésfeer schuift een enkele keer op richting vroege Tom Waits; over het algemeen overheerst echter het Johnny Cash gevoel. Alleen het schetterende mariachirocknummer Carinito slaat de plank mis, de rest is aangenaam landschappelijk, en door de verhalende liedjes een basis voor een mooie musicalfilm. Lodewijk Reijs

LOST IN THE TREES – A CHURCH THAT FITS OUR NEEDS
(ANTI-/EPITAPH) Wat er gebeurt als de foto van je moeder, die drie jaar eerder zelfmoord pleegde, continu in het zicht is als je nummers schrijft voor een nieuwe plaat wordt duidelijk op A Church That Fits Our Needs, het tweede album van Lost In The Trees. Ari Picker, schrijver en muzikaal architect van de band uit North Carolina, heeft de afbeelding geen windeieren gelegd; hij liet tien pareltjes ontspruiten aan zijn brein. Picker houdt het midden tussen Jónsi en Thom Yorke. De muziek is orkestraler, grootser en warmer. Picker had een doel voor ogen toen hij al deze pracht en praal schreef: zijn moeder een plaats in de muziek geven, om haar een kans te bieden alles te worden waar ze geen kans voor kreeg toen ze nog leefde. Missie geslaagd volgens mij. Dit is namelijk een van de allermooiste platen die dit jaar zijn verschenen en nog zullen verschijnen. Daar ben ik van overtuigd. Pieter Visscher

THE WEDDING PRESENT – VALENTINA
(STICKMAN/KONKURRENT) Bij elke band, nieuw en oud, die de revue passeert zoek je onwillekeurig naar vernieuwing. Vindt een band een nieuwe weg binnen het megaweb van muzikanten of surft deze band mee op een volledig uitgekauwd genre. In het geval van The Wedding Present, opgericht in 1985, vrees ik het laatste. Met vooral The Jam uit de jaren tachtig als grote inspiratie leunt het achtste album Valentina nadrukkelijk op deze bron. En daarbij komt dan ook overschatting aan de orde. Want wil je je kunnen meten aan Paul Wellers new wave band van weleer, moet je van goeden huize komen en dat komt The Wedding Present niet. Is het dus een volledig slecht album? Nee, helemaal niet. The Girl From The DDR is goed te pruimen en Dear Caught In The Headlights kent een aanstekelijke springerigheid. Maar wanneer je zo weinig van jezelf in een album steekt en put uit een eeuwenoude bron, is je bestaansrecht minimaal. Hans van der Maas

WALTER TROUT – BLUES FOR THE MODERN DAZE
(PROVOGUE) Het omvangrijke oeuvre van Walter Trout is uitgebreid met Blues For The Modern Daze. De cover toont een stijlvol geklede muzikant die zichzelf, zittend op zijn versterker, verliest in zijn gitaarspel. Vijftien tracks variërend van clichématige bluesrockers, prima slowblues maar dan weer met tenenkrommende teksten waarin Trout zich opstelt als een oude bluesman die problemen heeft met moderne zaken als social media. Gelukkig is er ook zijn bekende, high-energy-uptempo-bluesrock waar hij aantoont nog altijd tot de betere in deze soort te behoren. Dat Trout er flink op los heeft geleefd mag inmiddels bekend zijn, maar meer dan ooit wordt nu gerefereerd aan de moeilijke tijden die de 61–jarige New Yorker heeft moeten doorstaan. Trout ‘graaft zich autobio’ op een indrukwekkende wijze. Het ingetogen maar meeslepende Recovery laat horen wat daarmee wordt bedoeld. Ruim zes minuten kippenvel is het gevolg. Trout bewijst dat de huidige situatie in de wereld een ideale inspiratiebron vormt voor een bluescomponist van deze tijd. Hij is voor dit album regelmatig teruggegaan naar de roots van de countryblues maar geeft het met ‘actuele’ thema’s als hebzucht, hypocrisie en sociaal wanbeleid een hedendaags karakter. It’s Dog Eat Dog In The Modern Daze, aldus de meester. Jeroen Bakker

LPG – THE VILLAGE
(EXCELSIOR/V2) Binnen de niet misselijke stal van Excelsior hoort LPG tot de meest eigenzinnige bands. Sinds een jaar of twee zijn ze bovendien met kunstproject DeSpeech bezig, waar literatuur, beeldende kunst, muziek (van allerlei bands) en film samenkomen. Het nieuwe album The Village is zowel afsluiting van het DeSpeech-project als het derde studioalbum van LPG; verwacht dan ook bijzonder artwork en een speciale flexidisk bij deze cd. Vergeleken met het hoekige gitaargeluid van hun vorige werk klinkt de plaat veel meer gepolijst, uitgewerkter. Een enkele keer schuift het geluid richting Zita Swoon, dan klinkt er een vleugje Yeasayer door, de meerstemmige vocalen krijgen soms zelfs iets WestCoast-achtigs. Meestal blijft het vooral een uniek eigen en dwars verhaal dat LPG vertelt. Om te koesteren. Lodewijk Reijs

FLYING COLORS – FLYING COLORS
(MUSIC THEORIES/MASCOT) Wat krijg je als je muzikanten met een verleden in bands als Dixie Dregs, Spocks Beard en Dream Theater bij elkaar zet? Een band waar andere muzikanten likkebaardend naar luisteren. Steve Morse, Casey McPherson, Neal Morse, Dave LaRue en Mike Portnoy hebben met Flying Colors een album opgenomen dat lastig te categoriseren is. In een korte periode dat zij met hun drukke agenda’s bij elkaar konden komen werden elf liedjes geschreven die uiteraard progressief zijn, maar er wordt ook teruggegrepen naar The Beatles en gerefereerd aan Muse. Het is een album met veel gezichten waar vijf topmuzikanten zich van hun beste kant laten zien. Pim Blankenstein

MYSTERY JETS – RADLANDS
(ROUGH TRADE) Kan het nog misgaan met een plaat als het eerste nummer zo pittig is en vol met lente zit als Radlands, tevens titeltrack van het vierde album van Mystery Jets? De vraag stellen is ‘m beantwoorden. De vrijwel altijd meezingbare indiepop van de band uit Londen roept nog altijd associaties op met The Kooks, terwijl The Shins op Radlands ook een naam is die voorbij komt drijven. Er zijn elf tracks te vinden op deze altijd lastige vierde en de luisteraar wordt niet één keer in de steek gelaten. Producer Dan Carey werkte eerder onder meer met Franz Ferdinand en Hot Chip. Met een beetje goede wil is dat terug te horen. Pieter Visscher

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in CD Recensies, frontpage, uitgelicht. Bookmark de permalink.