
(THIRD MAN RECORDS/XL/COLUMBIA) Na de leider van talloze bands te zijn geweest is dit dan toch echt het solodebuut van Jack White. Een cd die in gelijke mate uiterst herkenbaar en toch flink vernieuwend is. Herkenbaar omdat Whites stemgeluid vrij uniek is. Een hoge, licht geagiteerde toon, waardoor je direct bij de les bent, maar waaraan je je na een half uur ook kunt gaan irriteren. Geweldig voor singles, mijns inziens wat minder geschikt voor hele albums.
Tekst: Arnold Scheepmaker
But that’s just me, want vooral de band waarmee Jack bekend werd, The White Stripes, kende natuurlijk een enorme fanschare. Waren zijn zijprojectbands The Raconteurs en The Dead Weather daar aanvankelijk succesvolle varianten op, nadat The Stripes ophielden te bestaan had Jack dus ook nadrukkelijke soloaspiraties.
Blunderbuss (vertaald Donderbus, ook daadwerkelijk een woord van Nederlandse origine, een soort windbuks als ik de wikipedia plaatjes mag geloven) is een razendambitieus album. Zowel volwassen als vurig komt er tijdens de eerste vijf songs al een waar arsenaal aan sferen voorbij. Alsof White je lijf letterlijk aanvalt met talloze, priemende kleine kogeltjes.
Opener Missing Pieces heeft nog wel wat weg van de band die hij vormde met Meg White, nieuwe single Sixteen Saltines is een fel, dansbaar, poppy en toch messcherp nummer, op het kruisvlak tussen de Crossroads en de Hitlijsten. Dit moet de My Doorbell of Steady As She Goes van Blunderbuss worden! Freedom At 21 is veel indirecter, een groove waarover White eerder rapt dan zingt, een combi die op papier niet, maar in het eggie wel werkt. Eerste single Love Interruption is een heartfelt ballad ergens in het schemergebied tussen blues en country waarbij je de prairie bijna kunt ruiken, terwijl de titeltrack echt ranch-fähig is en aantoont dat Jack een soort ultieme vrijheid nastreeft en misschien wel liever een folkheld dan een popster wil zijn.
Dat hij precies doet wat hem goed dunkt blijkt ook wel uit het feit dat hij onlangs bij het Amerikaanse tv-programma Saturday Night Live twee nummers ten gehore bracht met twee begeleidingsbands, waarvan er een uit louter mannelijke en een uit louter vrouwelijke muzikanten bestond.
Ook op de tweede helft van Blunderbuss worden pathetische opera-composities (Dresden Dolls stuff) afgewisseld met vunzige Delta Blues melodieën, waarbij en passant ook Bo Diddley wordt genamechecked.
In totaal spelen er een mannetje of twintig mee op de dertien tracks op Blunderbuss, maar wie je ook laat meedoen, dit is, logischerwijs, volstrekt de Jack White-show. Hij zei zelf al dat dit album altijd in zijn genen zat, maar dat het nu pas logisch voelde om het uit te brengen. Geen idee of dat momentumverhogende promopraat is of op waarheid berust, maar zo lang het vrijzinnige swingers als Hip (Eponymous) Poor Boy oplevert hoor je ondergetekende niet klagen.
Enige rare is dat zo nu en dan ook echt foute rockinvloeden rondwaren. Bij sommige songs voel je opeens de aanwezigheid van de Axl Rose van de GnR-ballads, terwijl afsluiter Take Me With You When You Go gewoon puur Meatloaf is. Ik zei het al: een uiterst veelzijdig geval deze Donderbus.





