
Het is mei, maar echt lente wil het niet worden. Gelukkig zijn we allemaal ongezonde huismusjes die hun huis enkel verlaten om een concert te bezoeken, dus kunnen we deze druilerige dagen mooi gebruiken om weer een flinke lading nieuwe releases te checken. Lees hieronder wat wij vonden van Gazpacho, School Of Seven Bells, Wieb Zigtema en meer en oordeel dan vooral zelf.
GAZPACHO – MARCH OF GHOSTS
(K-SCOPE) In de wereldwijde Champions League van de progrock neemt de Noorse band Gazpacho, vernoemd naar een oude song van Marillion, sinds een paar jaar een vooraanstaande positie in. Samen met Porcupine Tree, het recente werk van Anathema en in mindere mate het huidige Marillion beheersen zij de absolute top van de progrock. Elk album van Gazpacho groeit in kracht en raakt de snaar die je zo graag geraakt hoort, met als voorlopig hoogtepunt March Of Ghosts, de tiende plaat alweer. Een meesterwerk, zonder meer. Zanger en oprichter Jan Henrik Ohme en zijn vijf kompanen verstaan de kunst van een kranig, intrigerend en goed doortimmerd progrockalbum. Dat betekent lang uitgesponnen nummers met legio tempowisselingen, onweerstaanbare melodieën, afwisselend rauw en melancholiek, maar altijd kippenvel en diep onder de huid. En zoals altijd is ook March Of Ghosts een product uit eigen keuken, want Gazpacho schrijft, produceert en arrangeert alles zelf. Je vraagt je zo langzamerhand af of het nog beter kan, want de vijf sterren zijn maximaal en zeer verdiend. Hans van der Maas
WIEB ZIGTEMA – THE WILLOWS WEEP
(EXCELSIOR/V2) Wieb Zigtema (1956) heeft een nieuwe plaat afgeleverd. Omdat een muzikant zoals hij “nou eenmaal altijd bezig moet blijven”. Zigtema maakte in het verleden furore bij diverse bands in en in de buurt van Alkmaar. Het redelijk succesvolle Shoot The Moon bijvoorbeeld. Na jaren van betrekkelijke radiostilte is Zigtema dus terug met The Willows Weep, een album dat minder mistroostig is dan de titel doet vermoeden. De singer-songwriter heeft flink de tijd genomen om aan TWW te werken en dat pakt goed uit. De vijftien folkliedjes op het innemende werk zijn opgedragen aan de onlangs overleden Cock de Jong, met wie Zigtema speelde in new waveformatie The Rousers. Onder anderen Tim Knol en Anne Soldaat werkten mee aan het album. Pieter Visscher
EVERY TIME I DIE – EX LIVES
(EPITAPH) Ex Lives is het zesde album van dit uit Buffalo afkomstige metalpunkkwartet. Het album opent bruut met Underwater Bimbos From Outer Space, hardcorepunk in zijn meest pure vorm. In I Suck Blood zijn klassieke hardrockriffs en vocalen te horen. Het zorgt voor wat lucht in het stampende en raggende tempo waarmee de band over je heen raast. De teksten zijn zoals gewoonlijk erg depressief en boos. De band brengt met dit album wat nieuwe invloeden in het genre en dat is erg welkom. Toch vind ik het nog erg voorzichtig allemaal als je dit album vergelijkt met bijvoorbeeld het laatste werk van Enter Shikari. Het geheel blijft een beetje hangen in de overbekende hardcore structuren. Marcel Verschoor
LA SERA – SEES THE LIGHT
(SUB POP/KONKURRENT) Wie herinnert zich Vivian Girls, een Amerikaans damestrio uit Brooklyn dat zich sinds 2007 zonder veel succes verlustigde aan stevige punkmuziek? Een van de drie leden, Katy Goodman, rukte zich inmiddels los, formeerde een nieuwe band en lanceert onder de naam La Sera het veelal dromerige album Sees The Light. Weg schreeuwerigheid, stampende drums, jachtige gitaren en grommende bassen, maar ruim plaats voor engelengezang, zweverige melodieën en een aantal serene rustmomenten. Hoewel de punky roots een enkele keer de kop op steken, vooral in I Can’t Keep You In My Mind en Break My Heart, valt de zachte kant van La Sera meer in de smaak, met name het gruizige, This Mortal Coil-achtige How Far We’ve Come Now. Die combinatie van roots en vernieuwing maakt het album best interessant. Geen hoogvlieger, daarvoor is de uitvoering en de productie te mager, maar Sees The Light is een plaat die gaandeweg aan kracht wint en die zeker in staat moet zijn de weg omhoog te vinden. Met het slotakkoord Don’t Stay, vanwege het intieme gitaartje, als hoogtepunt. Hans van der Maas
SCHOOL OF SEVEN BELLS – GHOSTORY
(VAGRANT/KONKURRENT) Sommige muziekgenres uit de eighties en nineties blijven ver buiten mijn comfortzone. School Of Seven Bells combineert twee van deze stromingen: synthpop en shoegaze. Het laat zich raden dat het resultaat me niet kan bekoren. Waar ‘pure’ shoegaze nog wel iets dwars, donkers, ongrijpbaars kan hebben worden hier mierzoete drielaags vocalen, drumcomputers en Mike Oldfield-synths in de galmwolken gestopt. Het resultaat is voor mij veel te plastic. De laatste twee nummers zijn steviger, rave-iger, en ook wat duisterder en ze blijven daardoor beter overeind. Het verschil is vooral relatief en redt de plaat verder niet. FFWD. Lodewijk Reijs
HUARATRON – CRYPTOCRACY
(LAST GANG) Als dj heb je van die momenten dat het even niet loopt. Iemand gooit bier over de apparatuur, je wordt afgeleid door ongevraagde verzoekjes of je wordt bezeten door de geest van David Guetta. Alles loopt in de soep en de dansvloer loopt leeg. Paniek. Daarom heeft elke dj Cryptocracy van Huaratron nodig. Zet een willekeurige track op en iedereen is meteen weer bij de les en danst als het Duracellkonijntje. Huaratron (verschrikkelijk naam trouwens) houdt het vettig met eenvoudige klap-boem, ronkende bassen en een vleugje herrie. Beste track is overigens Transcendence, lekker botte pianorave die dreigt te ontsporen. Omar Muñoz Cremers
ZICO CHAIN – THE DEVIL IN YOUR HEART
(SUBURBAN) Beluistering van Zico Chain’s tweede volwaardige schijf The Devil In Your Heart doet anders vermoeden maar deze stoere Britse rockers doen het toch echt met zijn drieën. Het is allemaal eigenhandig opgesmukt en aangezien een volledig orkest niet tot de mogelijkheden behoorde werd Audrey Riley, bekend als knoppenman van Muse en Foo Fighters, er bij gehaald. Het resultaat is een zeer stevig (stadion)rockalbum geworden met akelig pakkende melodielijntjes waarin de scherpe randjes regelmatig worden opgezocht. De titel van het album doet niet alleen het ergste vrezen, de clichés vliegen je daadwerkelijk om de oren, het dekt ook nog eens de gehele lading. En ja, wanneer een zekere Slash of Duff McKagan jou als ‘favo nieuwe rockband’ bestempelt… Grote kans dat hiermee een wel heel grote doelgroep bereikt wordt. Jeroen Bakker
TALL FIRS – OUT OF IT AND INTO IT
Achter Tall Firs gaan sinds 1990 Dave Mies en Aaron Mullen schuil. Wie niet beter weet en de plaat voor het eerst hoort, zal ongetwijfeld denken te maken te hebben met de nieuwste Thurston Moore. Vooral tijdens openingstrack Suffer So Long is het alsof Sonic Youths gitaargod ook vocaal achter dit album zit, hoewel die vergelijking op meerdere tracks overeind blijft. Mies en Mullen brachten in 2006 (toen pas) hun eerste plaat uit op Moores Ecstatic Peace!-label. Ook deelden ze geregeld het podium. En waar je mee omgaat, word je mee besmet. Zoveel is wel duidelijk. Tall Firs maakt fijne indiegitaarpop voor de huiskamer. Out Of It And Into It is de derde cd van het duo. Elf liedjes staan erop. Om bij weg te dromen. Pieter Visscher





