
Pinkpop, je was weer goed voor ons. Niet in de laatste plaats vanwege de zon en de lieve mensen, maar uiteraard deed de muziek een belangrijke duit in ons gelukszakje. Lees hier alle recensies, van A(fghan Whigs) tot W(ombats).
THE AFGHAN WHIGS
Achter in de tent sta je als God in Frankrijk bij het zeskoppige (inclusief toetsenist/violist) The Afghan Whigs. Opvallend veel ruimte om je heen en geen verzengende hitte. Nee, een frisse bries in de rug. In 1994 staat The Afghan Whigs voor het eerst en meteen voor het laatst op Pinkpop. Dat was vlak na het verschijnen van meesterwerk Gentlemen, een album dat de band rond Greg Dulli na drie wat mindere voorgangers op de rockkaart zet. In 2001 gaat de stekker eruit, door allerhande oorzaken. Drugs bijvoorbeeld. Veel drugs. Dulli maakt in de tussentijd wel muziek (Soulsavers en Twilight Singers). In 2012 is The Afghan Whigs hergegroepeerd, omdat Dulli en consorten daar heel veel lol uit denken te putten. Dat klopt ook. Het lijkt in Landgraaf alsof de band nooit is weggeweest. Dulli’s stembanden zijn zelfs geheel ongeschonden uit de drugsstrijd gekomen. De band speelt met ouderwetse bravoure en is eigenlijk niets van de oude glans verloren. Debonair is een van de nummers die voor kippenvel zorgen. Is Gentlemen ooit met zó veel kracht en hartverwarmende passie gespeeld? Over speelplezier gesproken: de band permitteert zich een olijk uitstapje naar Prince’ Purple Rain. De wegblijvers krijgen ongelijk. Hoogtepunt van de dag. (PV)
ANOUK
Als er iemand is die een goede rock/soul-show op het hoofdpodium van Pinkpop kan neerzetten dan is het Anouk wel. Hoewel in het verleden wispelturig is ze uitgegroeid tot een ware vakvrouw die zonder enige vorm van zenuwen lijkt te spelen, geintjes maakt met het publiek, emoties weet los te maken met gevoelige momenten en inmiddels over zo’n oeuvre beschikt dat ze zo’n uur met gemak vult. Je zou hooguit kunnen zeggen dat ze momenteel iets minder impact heeft op de popwereld van het moment dan toen ze grote hits als Girl en Nobody’s Wife uitbracht, maar dat geldt gek genoeg voor bijna alle grote namen uit de hedendaagse popmuziek. Geen kippevel krijgen als ze Lost speelt is vandaag vrijwel onmogelijk. Rillingen (ArS)
THE ASTEROIDS GALAXY TOUR
De Deens Mette Lindberg en haar Asteroids Galaxy Tour kunnen een heel fijne soulvolle show neerzetten die volledig tot zijn recht komt bij volvette publieksparticipatie (zie onlangs in Paradiso), maar relatief vroeg op de dag op Pinkpop ontbreekt het daar een klein beetje aan. Er wordt wel gedeind, maar de echte vlam blijft uit en vervolgens wordt de show daardoor ook weer iets minder bezield lijkt het. Begrijp me goed: tunes als Heart-attack, The Golden Age en The Sun Ain’t Shining No More (een beetje een rare op een zon-o-ver-go-ten moment als dit) zitten geramd, maar onze blonde stoeipoes had net iets meer van zichzelf kunnen geven om ons echt te wowen. Then again: deze sound gedijt natuurlijk ook razendgoed bij op je rug in het gras liggen, zonnetje op je smoelwerk en biertje in de hand. (ArS)
BABYLON CIRCUS
Feestmuziek doet het altijd goed op Pinkpop, en zeker op de vroege middag als we allemaal een beetje wakker staan te worden. Het stevige collectief Babylon Circus verrast ons natuurlijk niet meer, daarvoor hebben we ze te vaak in Nederland gezien, maar aangenaam is het wel om dit gruwelijk lekkere weer zo’n werelds collectief aan het werk te zien. Het is een bonte boel in het Frans en Engels, een mix van ska, volksliedjes en meezingers dat gemaakt lijkt voor dit weer en voor Pinkpop. (AnS)
BEN HOWARD
De eerste festivaldag is bijna ten einde als Ben Howard vanaf het Conversepodium zijn nog bescheiden oeuvre de tent in slingert. Buiten de tent vangen mensen de laatste zonnestralen, zich ondertussen vermakend met het spotten van de onmiskenbare The Cure-fans, die rusteloos op hun horloges turend niet kunnen wachten op wat hún hoogtepunt moet gaan worden. In de tent zijn het vooral meisjes die zich vermaken. Dat Howard een begenadigd gitarist is die zijn hele trukendoos opentrekt valt bijna niemand op. Dat hij een prachtige fragiele stem heeft en een handvol goed verzorgde meezingfolkliedjes in zijn kontzak heeft des te meer. Tijdens intieme momenten is het bijna niet droog te houden, maar op Pinkpop is Howard op zijn populairst als er gedanst kan worden. Tijdens die uptempostukken is Mumford & Sons nooit ver weg. En je weet waar die dit jaar zijn terechtgekomen. (KK)
BLOOD RED SHOES
Laura-Mary Carter en Steven Ansell, het duo dat samen het uit Brighton, Engeland afkomstige duo Blood Red Shoes vormt kun je om een boodschap sturen. Waar veel bands verzanden in slome momenten en eindeloze stiltes tussen songs door ramt dit tweetal steady door. Derde cd In Time To Voices is iets meer midtempo dan de punkrocky voorgangers maar het duo weet wat zijn sterke punten zijn en hoewel ze te ironisch zijn om aan publieksslijmerij te doen, weten de vroege vogels van dag drie hun no-nonsense benadering zeker te waarderen. De setlist bestaat uit een bonte mix van de drie cd’s die ze tot nu toe maakten, waarbij opvalt dat het debuut en de nieuwe de grootste nadruk krijgen. Qua reactie van het publiek maakt wat ze exact spelen niet zo heel veel uit, want echte radiohits schrijft het duo niet, dus ze moeten het meer hebben van energie en vurigheid qua spel dan van herkenning. Maar Laura-Mary is een coole chick, Steven een geinige beetje venijnige dude en hoewel de songs soms stevig ronken staat de melodie voorop. Erg lekker! (ArS)
BOMBAY BICYCLE CLUB
Bombay Bicycle Club is het soort band waarvoor niemand speciaal naar Pinkpop komt, maar waarvan het wel errug fijn is dat ze er staan. Het zijn absoluut geen crowdpleasers, maar in de afgelopen jaren zijn ze wel enorm gegroeid waardoor ze nu in staat zijn een menigte mee te nemen op een muzikale trip langs vele luchtige, tight groovende wegen. Aan echte uitbarstingen doen ze ook al niet, ze schrijven vooral incrowd hitjes en zijn in de basis zo Brits als het maar kan, maar toch weten songs als Shuffle en het frivole Always Like This het publiek vandaag stukje bij beetje in te pakken. Op ieder ingehouden ritmetje kun je meeklappen dus dat is een flinke plus en gek genoeg nodigen de liedjes ook uit tot kleine, springerige danspasjes, dus zien we mooie meisjes bloedserieus en kale, stoere Limburgse mannen tongue in cheek charmante poses aannemen op de eerste rijen. Een sfeermomentje. (ArS)
THE BOSSHOSS
Omdat onze redactiestagiair me naar het verkeerde podium stuurde mis ik de eerste vijf minuten van The BossHoss, maar ik geloof niet dat ik ook werkelijk iets gemíst heb. Om het trucje van de Duitsers te kunnen doorgronden heb je aan drie seconden en veertien honderdsten genoeg. Het recept: pak een random hit, haal hem door de country-o-matic en there you go. De clichés zijn tot in de puntjes uitgedacht: de yeeha’s zijn niet van de lucht en het duo heeft zichzelf zelfs een southern accent aangemeten (toen ik ze een jaar of vier geleden eens interviewde klonken ze nog als Herr Flick). Dat The BossHoss op Pinkpop staat heeft er ongetwijfeld mee te maken dat het festival hoopte wat kaarten aan onze Duitse medemens te slijten (zie ook Herbert Grönemeyer), maar behalve die gasten op het podium heb ik vandaag geen Duitsers gezien. En dus zitten wij Nederlanders opgescheept met deze slechtste Duitse grap sinds de WK-finale van 1974. Het vreemde is: het boeit niemand. Mensen zingen, dansen en klappen vrolijk mee alsof er niets aan de hand is. Met zo’n mak publiek kan je het als programmeur bijna niet fout doen. Daar kun je je heel druk over maken, maar eigenlijk is dat juist de charme van Pinkpop. (KK)
BRUCE SPRINGSTEEN & THE E-STREET BAND
Als het gezellig is, moet je uren maken. Ook daarom staat Bruce Springsteen waarschijnlijk tezamen met zijn E-Street Band weer als afsluiter op Pinkpop. En gezien de in no time uitverkochte kaartjes voor de maandag is vooral Jan Smeets – fan van het allereerste uur – een uiterst content man. In 2009 stal The Boss al de show in Landgraaf. Drie jaar verder, en met drie lentes meer op de teller (62), is het nog altijd een genot om van zo dichtbij een muzikale mastodont van deze omvang aan het werk te zien. Hij is opnieuw goed voor talrijke onbetaalbare momenten. En daar leven we voor. Hebben we bijvoorbeeld eerder een bijna pensioengerechtigde rocker zien crowdsurfen? Nee toch? Bruce doet het. Hij speelt veel van zijn grote hits aan het eind van de set. Mumford and Sons komen dan een moppie meezingen, tijdens Hungry Heart. Dat is smullen. Een ietwat oudere, hoogblonde ‘Courtney Cox’ wordt door The Boss op het podium getrokken tijdens Dancing In The Dark. Ze beleeft het mooiste moment uit haar leven. Enige dissonant tijdens de rockshow vanjewelste is de afwezigheid van de in 2011 overleden saxofonist Clarence Clemons, die er in 2009 nog gewoon bij was. Springsteen heeft een passend, gemeend en aangrijpend eerbetoon voor hem in petto. Clarence heeft vast vanaf een wolk gezien dat zijn vrienden nog in een dusdanige bloedvorm verkeren dat ze ook Pinkpop 2015 weer moeiteloos kunnen afsluiten. (PV)
CHASE & STATUS
In het goudgeel schijnen de letters CS ons toe vanaf het podium in de Converse-tent. Dit is Centraal Station Pinkpop, en Chase & Status loopt een klein jaar achter op de dienstregeling. Want laten we eerlijk zijn, dit is wel heel erg Lowlands 2011. Wie zit er nu nog te wachten op deze Pendulum van de dubstep? Antwoord: een overvolle Converse Stage. Man, wat gaat het los vanavond. Alles wat MC Rage (niet die van Fuck The Macarena overigens) het publiek opdraagt wordt netjes opgevolgd, alsof je een Noord-Koreaanse legeroefening bijwoont. Muzikaal heeft het weinig om het lijf en qua show kan Chase & Status zich bij lange na niet meten met een Prodigy of Bloody Beetroots, maar hun livebenadering van dubstep zorgt voor het uitbundigste feestje van het weekend. Dat ze er remixen van RATM en RHCP ingooien gaat misschien wat ver en op die manier maak je het zure journalisten wel erg makkelijk om de definitieve doodsteek te geven, maar ik ben gelukkig zo zoet als een overrijpe bosaardbei dus het was gewoon fucking gezellig. En: een uitstekende boeking, want dit had het publiek echt even nodig. (KK)
CHEF’SPECIAL
Chef’Special heeft de afgelopen jaren enorm veel gespeeld en heeft zich snel, doch niet té snel, zo in de kijker gespeeld dat ze nu al op het grote Pinkpop mogen staan. Het vele spelen blijkt zijn vruchten te hebben afgeworpen: Joshua is een ontspannen frontman die het publiek goed weet te bespelen. Hij weet zich daarbij geruggensteund door een groep uitstekende zomers geklede muzikanten, die de dag een extra boost zon meegeven. Juist wanneer halverwege de set de eentonigheid op de loer ligt en een deel van de tent leegstroomt om zich naar Munford & Sons te begeven, gooien de Haarlemmers er een potje dubstep in. Makkelijk scoren natuurlijk, maar het is wel precies wat de show op dat moment nodig heeft. Daarna blijft het tempo hoog en vooral de jonge meisjes – en die zijn er in overvloed – vinden het geweldig. En als er blije jonge meisjes zijn is iedereen gelukkig. (KK)
THE CURE
Het is 26 jaar later en toch is het net alsof de tijd heeft stilgestaan. Natuurlijk, good old Robert Smith heeft er een paar kilootjes bij. Hij is nog wat minder beweeglijk en de tube met zwarte verf moet er heden ten dage simpelweg wat eerder aan te pas komen om het grijze haar te maskeren. Dat kapsel heeft nog altijd de bekende ontploft-look en de eyeliner is bovendien nog lekker vet uitgesmeerd rond de ogen. Maar eigenlijk zijn dat geen vragen vooraf. We worden in Landgraaf wat dat betreft op onze wenken bediend. Dit is domweg The Cure zoals we de band het liefst aan het werk zien. Mét toetsenist! Die in 2008 tijdens het ruim drie uur durende concert in Ahoy’ nog schitterde door afwezigheid. De synthesizer geeft het geluid van The Cure een ronduit onmisbaar extra stuk sfeer en emotie. Zeker voor een festivalweide met tienduizenden muziekliefhebbers. De diehardfans van begin jaren tachtig zijn natuurlijk voor aan het podium te vinden. Luid meezingend. Nog altijd. Tijdens de eerste nummers nog niet overigens, wanneer de laatste restjes zonnebrand worden uitgesmeerd over diverse lichamen. Het is eigenlijk wat te vroeg voor The Cure. De band gedijt het best in de duisternis. Is het toeval dat Smith en consorten met het alsmaar donkerder wordende Landgraaf beter in vorm raken? De roodverbrande massa neemt de stroeve start dan al lang oor lief en beweegt nadrukkelijk tijdens dansbare nummers als In Between Days en Why Can’t I Be You? Smith geniet ervan, verraadt een enkele glimlach. (PV)
GERS PARDOEL
Het gonst al dagen van de geruchten. Guus komt! Iedere studentikoze krullenbol met bril wordt van een afstand blij toegewuifd, totdat telkens blijkt dat we alweer met een look-a-like te maken hebben. Maar nu is het zover: tijdens de show van Gers Pardoel gaat Guus werkelijk komen. Gers zelf lijkt totaal niet zenuwachtig. Met speels gemak windt hij het publiek om zijn vingers, daarbij geholpen met zijn vriendelijke uitstraling en nog veel vriendelijkere hitrefreinen. Ik sta ergens halverwege het veld, op een plek waar je doorgaans niet de grootste fans aantreft, maar om mij heen rapt menigeen alle teksten mee, ook die van de albumtracks die nog nooit de radio haalden. Dat heeft Gers toch goed gedaan, een klein jaar geleden was hij enkel nog die jongen die een keertje met The Opposites mee mocht rappen. In die hoedanigheid stond hij twee jaar geleden al op Pinkpop, en deze keer vergezellen Willy en Big2 Gers tijdens hun gezamenlijke hit Broodje Bakpao. Ook Sef komt opdraven voor Bagagedrager. Tot slot krijgt Gers Pardoel uit handen van een of andere radio-dj een platina plaat voor zijn album Deze Wereld Is Van Jou. Van harte, Gersje! En Guus? Guus kwam niet. (KK)
HERBERT GRÖNEMEYER
De grootste artiest van Duitsland op een ander podium dan het hoofdpodium? Het zou ondenkbaar zijn bij onze Oosterburen. Daar waar hij voetbalstadions net zo snel uitverkoopt als Depeche Mode en U2. Herbert Grönemeyer, de 56-jarige Duitser, is sinds eind jaren zeventig actief en doet ons land mondjesmaat aan. Vijf jaar geleden was hij er voor het laatst. In een voor vijftig procent met Duitsers gevulde Heineken Music Hall. Dat was een concert van de buitencategorie. In Landgraaf minder toeters en bellen, maar Grönemeyer laat wel zien op het hoofdpodium thuis te horen. Hij zorgt voor het eerste kippenvelmomentje van de dag tijdens Halt Mich. Stelletjes omhelzen elkaar. Herbert Grönemeyer spreekt zijn publiek in het Nederlands toe en dat zijn we niet gewend van Duitsers. Hij verstopt tranentrekkers tussen liedjes over bier en alcohol. Het is feest, met ruimte voor emoties. Met Der Weg, over zijn veel te vroeg gestorven vrouw Anna, zijn de tissues niet aan te slepen. (PV)
THE HIVES
Zonder Howlin’ Pelle Almqvist waren The Hives een vrij inwisselbare punkrockband. En zonder zijn begeleidingsband was Pelle waarschijnlijk een raar soort harlekijn, maar samen staan ze altijd garant voor een lekker smeuïge, grappige, vlammende pure rock’n’rollshow. The Hives passen ultiem goed bij de derde dag van een festival. Je bent gaar, je brein functioneert niet meer zo goed, je wilt rocken… enter The Hives. Of ze met gloednieuwe cd Lex Hives evenveel potten gaan breken als met sommige van de voorgangers is nog even afwachten, maar live op Pinkpop zijn er veel liefhebbers en werkt de band eigenlijk goed voor vrijwel iedereen. Meezingen, meedansen, lachen om de grollen van Pelle, The Hives zijn altijd heel erg ontwapenend en dat is ideaal voor festivals. ‘Kom iets dichterbij, ik wil jullie kunnen ruiken!’ doet het altijd erg goed als de zon op je brandt en biertje nummer vierentwintig (in drie dagen wel te verstaan) de revu passeert. Hate To Say I Told You So blijft de ultieme hit van de band maar er is nog een handvol songs dat er net zo soepeltjes inglijdt. Viva The Hives! (ArS)
HUNGRY KIDS OF HUNGARY
Een hongerig publiek bij de Hungry Kids Of Hungary. En dat blijkt ook snel waarom, de 3FM-factor stroomt bij deze band door de aderen. We horen een beetje Vampire Weekend, een vleugje Jimmy Eats World en zelfs een beetje Shins. Stuk voor stuk leuke festivalbands, vandaar dat deze band het ook prima doet op Pinkpop. Muzikaal zit het goed in elkaar, hoewel de nummers zo achter elkaar toch eentonig wat klinken. Op een gegeven moment weet je het wel. Dat merkt het publiek ook, en al ruim voor tijd begeven velen zich naar het hoofdpodium, waar Racoon op het punt staat te beginnen. Voor één of twee nummers airplay werkt dit zeker, maar voor een heel concert zou deze band best wat meer uitdaging mogen creëren. (MM)
JAMES MORRISSON
Het programma van Pinkpop 2012 schiet alle kanten op. Op hetzelfde podium als Mastodon staat James Morrisson en dat is water en vuur, je zou bijna hopen dat ze elkaar backstage niet tegen in komen en de hersens inslaan. Maar Morrison blijkt helemaal geen braaf ventje. Sterker nog, James weet de harten te winnen van duizenden toeschouwers door nonchalant en zonder enige zenuwen op de planken te staan. Hij is vandaag geen grote ster die bezig is met een klusje voor Sky Radio, maar een festivalganger als jij en ik die op het podium is beland en daar met volle teugen van geniet. Met een bloedmooie stem, dat wel. Want James zingt als Ray LaMontagne. Jammer dat hij zo binnen de lijntjes kleurt en brave liedjes maakt, want als James de commerciële gedachte ooit loslaat ligt er heel wat moois in het verschiet. (AnS)
JONATHAN JEREMIAH
De Converse Stage is packed tot ver na de scheerlijnen. En niet alleen door Springsteen-fans die tijddodend muzikaal plezier zoeken. Jeremiah brengt al snel zijn hitje Lost ten gehore, dat het publiek natuurlijk binnenstebuiten kent. De man zelf is geheel in het wit gekleed en brengt aangevuld door een volledige live band, inclusief schuiftrompet en contrabassist, zijn muzikale psalmen ten gehore. Naast zijn eigen nummers brengt Jeremiah ons nog zijn eigen versie van Massive Attacks Protection, en dat gaat hem goed af. Deze man kan live zingen, en weet wie hij daarvoor moet meenemen. Een nummertje alleen, een nummertje met zijn muzikale vrienden, al met al is het ondanks de warme drukte toch hartstikke gezellig in die Converse tent. (MM)
KEANE
Tijd voor een betekenis. Van Keane verwachten we niets meer. De nieuwe plaat lijkt op het eerste gehoor wat vlak en een interview met de band liep onlangs uit op een tergend saai gesprek. Serieus, hoe braaf kun je zijn? Hoe mis konden we het hebben. Hier staat een herboren band op het podium, een groep die het plezier helemaal heeft teruggevonden en bovendien bereid is te knokken om verloren terrein terug te winnen. Dat lukt op imposante wijze, het lijkt zelfs wel of Keane vooraf stevig aan de Red Bull heeft gezeten en nu opeens op springen staat. De energie spat van het podium af en tot op het bot uitgekauwde hits als Crystal Ball krijgen alsnog, vooral dankzij de grijnzend rondrennende zanger Tom Chaplin, nieuw leven ingeblazen. Toch knap, misschien ligt het vullen van Ahoy toch weer in het verschiet. (AnS)
THE KYTEMAN ORCHESTRA
De gemengde reacties zijn de afgelopen maanden ook bij LiveXS niet onopgemerkt gebleven. De een vindt het geweldig wat deze jongen uit Utrecht doet, de ander verschrikkelijk. Hoe dan ook: wat Kyteman op Pinkpop vertoont is in ieder geval zeldzaam. Het podium staat vol met tientallen muzikanten, ongetwijfeld een record, en Kyteman zelf staat als dirigent (met een shirtje met de tekst Quit Your Job erop aan) te zweten voor zijn troepen. De bombast van zijn nieuwe plaat slaat ons ook live om de horen, terwijl de sterk gebrachte rustpunten, waarbij koor en orkest allebei haast stilvallen zonder aarzeling, behoorlijk intiem zijn. Nee, dit is geen pop, maar modern-klassiek, alleen nog tegengehouden door het feit dat hij toch met rappers wil blijven werken. Als hij die thuis laat wordt het helemaal spannend, maar of Pinkpop en vooral het hoofdpodium voor zoveel experiment geschikt zijn? (AnS)
KYUSS LIVES
Kyuss was kneiterhard. Kyuss Lives ook. Ondanks het relletje met QOTSA-frontman Josh Homme staan ze er gelukkig toch. Zonder een woord met het publiek te wisselen beuken deze mannen zich door het repertoire heen. Albumklassieker Welcome To Sky Valley wordt grotendeels ten gehore gebracht, en daar worden de Kyussfans, ook al zijn dat er niet veel, blij van. Het grote deel van het publiek dat onbekend is met de band kijkt af en toe vertwijfeld om zich heen. De bas dendert als een beest over het veld heen, waarbij de gitaar en zang soms met de wind mee richting uitgang waaien. Dat is jammer, want van de visuele show moeten de stoners het niet hebben. Toch geeft Kyuss Lives haar visitekaartje af. Alle reden om later nog eens clubshow te checken. Maar dan moet je wel van stoner houden. (MM)
LINKIN PARK
In de Randstad was Linkin Park toch vooral een band voor emo/nu-metal-kids, maar onder de rivieren is de groep ook tien jaar na hun creatieve piek nog steeds huge. Dat blijkt wel weer als je op Pinkpop het aantal shirtjes van de band telt. Waarschijnlijk waren ze geen headliner geweest als Metallica zich tussen The Cure en Bruce Springsteen had genesteld, maar een voorste vak met wat jonger volk zien is ook niet verkeerd. Worden veel bands vooral bekeken en ter plekke beoordeeld, Linkin Park weet de nodige voorpret in het voorste vak (en waarschijnlijk ook elders op het veld) los te maken. Er heerst spanning vooraf en tienerjongens achter me vragen zich af hoe hard de show zal worden. Niet heel hard blijkt eigenlijk al na drie nummers. Want daar waar je op voorhand bang bent voor een reusachtige pogopit blijkt dat 100% mee (tegen?) te vallen. Linkin Park anno 2012 is een band die over flink veel pakkende tunes beschikt, maar omdat de hoge schreeuwzang van Chester Bennington continu wordt afgewisseld met de boyband-fluisterraps van Mike Shinoda worden uitbarstingen snel weer gesmoord door melodieuzere, zoetgevooisdere momenten. Ik weet het, menig underage fan zal flink gaan steigeren bij het woord boyband, maar Linkin Park is groot omdat het mooie jongens zijn die pakkende liedjes schrijven met catchy refreintjes en daar vervolgens luide gitaren en wat intense oerkreten overheen plaatsen. Een gouden formule, want zelfs de stoerste truckers lijken onder de indruk als Shinoda voordat de band begint kort vervaarlijk de menigte intuurt. Songs als In the End en Numb gaan er in als zoete koek, de ehbo heeft minder werk dan je zou verwachten en de sfeer is top, oftewel: een geslaagde headliner! (ArS)
MAJOR TOM
Een grote eer voor Major Tom om de 3FM stage te openen. De Pinkpop-persconferentie was een opwarmertje, en de heren leken zenuwachtiger voor dat optreden dan voor deze. De mannen hebben er zin in, hoewel de opkomst nog niet heel erg groot is. Maar voor een onbekende op Pinkpop is dit aantal toeschouwers lang niet slecht. Op een schoonheidsfoutje na doen de jongens het keurig, terwijl de muziek hier en daar een beetje smerig klinkt, wat natuurlijk best wel mag. En over die schoonheidsfoutjes gesproken, het hoge knuffelgehalte van de frontman doet dat je wel weer vergeten. Laat er nog wat jaren overheen gaan en wie weet zien we Major Tom nog eens terug op Pinkpop. (MM)
MASTODON
Mastodon is met afstand de moeilijkste act voor de nietsvermoedende Pinkpopganger. Ze hebben geen hits (alleen Curl Of The Burl heeft op dat vlak enige potentie) en om nou te zeggen dat ze zo lekker toegankelijk zijn… Ooit begonnen als goede doch niet bijster originele metalband zijn ze via een psychedelisch uitstapje op hun voorlaatste album Crack The Skye uitgegroeid tot een bijna stadionfähige rockact op hun laatste cd The Hunter. Die plaat komt vandaag ruimschoots aan bod, zoals de backdrop met een afbeelding van de albumhoes al doet vermoeden. Naast me staan twee jochies, ik schat ze dertien en elf. Ze zien eruit alsof ze uit Amsterdam Oud-Zuid komen, maar vol overgave bangen ze hun koppies op de beat en zingen ze af en toe wat flarden tekst mee. Het zijn atypische bezoekers hier. Het merendeel bestaat uit ouderwetse verstokte rockers die vandaag verder alleen Soundgarden op het programma hebben omcirkeld. Er zullen er weinig zijn die de show van Cornell en co uiteindelijk als meest overtuigend zullen classificeren. Mastodon doet het namelijk gewoon veel beter. Goudeerlijk en recht door zee, zonder lullige ‘hello, how’re you doings’ tussendoor. Dat zou de vaart er alleen maar uithalen. Zo hoort een (metal)rockshow te zijn. (KK)
MIIKE SNOW
Laten we gelijk maar met de deur in huis vallen: dit Zweedse trio is halfgoed. Als ze kiezen voor quirky, poppy, electro-y deunen schieten ze helemaal raak, als ze op zoek gaan naar epische, wat meer rockende gletscherpopmomenten ben ik minder onder de indruk van het gebodene. Misschien komt dat wel doordat de heren geen echte persoonlijkheden zijn. Enerzijds komt dat door de bandnaam (waarbij je aan een persoon in plaats van een drietal denkt), anderszijds zou ik ze onmogelijk uit een line-up van pak hem beet tien mannen kunnen pikken. Zelfs na het concert niet. Bij Miike snow gaat het dan ook niet om de sterrenstatus van de heren, maar om de eclectische pophits die je doen dansen en springen in de nachtelijke uurtjes in de nodige concertzalen. Animal was een joekel van een hit en nieuwe single Paddling Out zit daar al dik in de buurt. Live kun je zien dat zo’n nummer op zijn best werkt als er wat olijkheid in de sound komt, als er een bijna trancy pianootje doorheen gegooid wordt of er een lome reggae-beat wordt toegevoegd aan het nummer. Pinkpop kan zo nu en dan een licht dancemomentje ook best gebruiken! Het wordt boeiend om te zien hoe goed bezocht een nieuwe clubtour van de heren gaat worden. Vanuit dit punt kunnen ze wegebben of doorgroeien. Als ze weten waar ze goed in zijn gok ik op het laatste. (ArS)
MOSS
Het festival is nog maar net op gang als Moss het hoofdpodium betreedt en daardoor is het veld nog lang niet helemaal vol, maar dat Moss schijnbaar moeiteloos weet te overtuigen op de mainstage is toch een verdienste op zich. Na de release van nieuwe cd Ornaments lijken de heren een zekere rust uit te stralen, een ‘we kunnen dit echt wel aan’ gevoel bij alles wat ze doen en die zelfverzekerde uitstraling staat ze goed. Hun rootsy ondertonen passen stiekem ook goed bij Pinkpop waar dit jaar sinds lange tijd een bijna retro-achtig gevoel lijkt te overheersen. Als Moss een beetje hypnotisch te werk gaat waan je je al snel in een ander tijdperk ( 60’s? 70’s?) en het stem geluid van Marien Dorleijn creëert in deze contreien een waar On The Road-gevoel. (ArS)
MUMFORD & SONS
Een paar uur later staan ze opeens met hun held Bruce Springsteen op het podium. Maar eerst is er een van de weinige optredens van hun eigen band deze zomer, een dag na het afronden van een nieuwe plaat: een nieuwtje dat op Pinkpop wordt verteld en zo de wereld overgaat. Met dat tweede album zit het wel goed, want de liedjes die gespeeld worden verraden op Pinkpop dat ze precies het recept volgen dat we van deze band zo gewend zijn geraakt: de intieme stukken en de explosieve refreinen keren allemaal terug. Een groot deel van Pinkpop gebruikt de bekende liedjes van het debuut om eens lekker te hossen, een gek contrast met wat ooit toch echt intense nummers waren. Maar het werkt, en de band en Pinkpop vinden elkaar op deze zonovergoten festivaldag helemaal. (AnS)
PAUL KALKBRENNER
Met techno heb ik ongeveer hetzelfde als met vrouwen en de relativiteitstheorie: ik snap er vrij weinig van. Volgens mij had je op de spot van Kalkbrenner elke willekeurige DJ Mag Top 100-dj neer kunnen zetten. Mensen doen toch wel massaal hun vollybaldansjes op die eentonige beats. Ondanks mijn gebrek aan kennis (ik neem deze recensie van een collega over) durf ik wel te stellen dat Kalkbrenner er weinig aan doet om er iets van te maken. Zelden zag ik iemand zo ongeïnspireerd achter zijn draaitafels staan. Zijn publiek verachtend rookt Kalkbrenner arrogant een sigaretje, terwijl hij voor de vorm af en toe aan een knopje draait dat waarschijnlijk niet eens is aangesloten. Tel daarbij op de laffe visuals die nog het meest doen denken aan de screensaver op mijn 486 uit 1996 en je kunt niet anders concluderen dan dat hier iemand heel makkelijk geld staat te verdienen. Dat deed Deadmau5 vorig jaar toch nét even beter. Het publiek volleybaldanst ondertussen rustig verder. (KK)
RACOON
Al bij het betreden van het podium is het duidelijk: deze Zeeuwen gaan dit klusje klaren. Met zijn verzameling aan hits is Racoon misschien wel de ideale band om de menigte bij de Main Stage te vermaken. De aanwezige blazers- en strijkersensembles geven intieme ballads als Love You More bovendien nog net even de extra laag die ze op een festival nodig hebben. Verrassen doet Racoon niet. Ze spelen alles precies zoals de Pinkpopganger het van de radio kent. Het knappe van Racoon is dat het toch nergens routineus overkomt. Dat is te danken aan zanger Bart van der Weide; die weet heel goed hoe hij het publiek moet bereiken. Zijn geslaagde pogingen tot interactie met het publiek komen nergens geforceerd over en de ballads zingt hij overtuigend. Racoon geeft zondag wat je van ze verwacht, maar dat is dan ook precies dat wat het grote publiek het liefst ziet. (ML)
RIVAL SONS
Arme jongens. Gooi je je ziel en zaligheid in een optreden, word je vervolgens snoeihard gekraakt door onze collega’s van 3voor12. En genadeloos ook, want de band scoort een 3. Het cijfer zorgt eventjes voor rumoer onder journalisten en publiek, want is deze band in Landgraaf dan echt zo wanstaltig? De kersverse trauma’s kunnen door ons op deze plek worden verzacht, want zo matig is het optreden van deze Amerikaanse rockers natuurlijk niet. De jaren zeventig herleven en daar is niets mis mee, op Pinkpop staan nauwelijks artiesten die wel volstrekt origineel bezig zijn. Dus beleven we de tijden van Led Zeppelin en horen we blues en soul in dezelfde mix terug. Heel eerlijk: wij hebben wel eens erger gehoord op dit festival. Ook dit jaar. (AnS)
SEASICK STEVE
Seasick Steve is alles wat de jongens van The BossHoss willen zijn: een oude man met een hart dat blues klopt, ogen die blues zien, vingertoppen die blues voelen en een lange grijze baard. De bejaarde bluesrocker is een laatbloeier. Pas vorig jaar op Lowlands brak hij definitief door in Nederland. Samen met generatiegenoot Dan Magnusson op drums en, jawel, bezem, haalt hij de gemiddelde leeftijd flink omhoog. Maar we luisteren allemaal naar opa Steve, zoals we vroeger op schoot van onze eigen opa’s luisterden, naar zijn spannende verhalen over vroeger, totdat we tevreden in slaap dommelden. Dat laatste is er vandaag niet bij, Steve rockt daarvoor te hard. Het wil op die momenten niet echt los gaan, het is te warm om te bewegen. Maar als Steve gas terugneemt en Dan de bezem beroert zingen we allemaal vredig mee. ‘You sound like a baptist choir’, zegt Steve. Wat wil je, met zo’n priester voor je neus. (KK)
SERENA PRYNE & THE MANDEVILLES
Je zou kunnen zeggen dat de Canadese Serena Pryne, ook al gezien haar Nederlandse wortels, een soort Ilse Delange is. Muzikaal gaat die vlieger zeker op. Qua stem is ze wat rauwer en kan ze zich geregeld meten met een Melissa Etheridge. De niet afgeladen tent kan de bluesy countrypoprock van Pryne en haar begeleidingsband na een aarzelende start goed waarderen en sluit de zangeres en haar gevolg in de armen. Grappig: Pryne heeft een begeleidingsband die wat te stoer oogt voor dit soort countryrock. “Eigenlijk moet je hier op countrylinedancen”, zegt een toeschouwer naast me. Gedanst wordt er wel. Zeker. Vooral tijdens de laatste paar nummers. Het venijn zit ‘m in de staart. (PV)
SHARON JONES & THE DAP KINGS
Binnen enkele seconden weten Sharon Jones en haar Dap Kings eigenlijk al dat ze een gewonnen wedstrijd gaan spelen op Pinkpop. Dit is muziek die bij een stralende hemel past. Anders trekt de funky soul van het New Yorkse gezelschap de hemel zélf wel open. Dwars door het tentdoek van de Converse Stage. Jones, in haar prachtige roze glitterjurkje, wiegt haar heupen, zingt, krijst, schreeuwt en dwingt haar gehoor tot bewegen. Zelfs de meest verstokte antidanser gaat voor de bijl. Wat wil je ook met zo’n blazerssectie om van te watertanden, heerlijke achtergrondzangeressen en een stuk percussie om U tegen te zeggen. Het is kermis op het podium en Sharon zit in de zweef. Ze tolt, blijft het zweet van haar voorhoofd vegen en stijgt naar eenzame hoogte. Dit is de vrouwelijke reïncarnatie van James Brown. Dit is de hardest working woman in showbusiness. Volgend jaar weer, Jan? Ja, volgend jaar weer! (PV)
SOUNDGARDEN
Precies twintig jaar na het Pinkpopdebuut staat Soundgarden er weer. Het contrast met dat legendarische concert is zondag groot. Heel groot. Waar de bandleden destijds als beesten over het podium kropen, staan ze nu als bevroren. Geen moment wekken de heren indruk iets te willen bewezen. Toch is Soundgarden nog steeds een klasse band. Met bevlogen uitvoeringen van intelligente rocksongs als Spoonman en Jesus Christ Pose krijgen ze de festivalweide wel plat. Bovendien lijkt Chris Cornell zichzelf na de door bijna niemand begrepen samenwerking met hiphopproducer Timbaland helemaal te hebben hervonden. Zijn bandleden stuwen hem naar vocale prestaties die hij zowel bij Audioslave als solo nooit heeft gehaald. Echt memorabel wordt het zondag niet. Het is allemaal net iets te degelijk. Zelfs in de lang uitgesponnen afsluiter Slaves And Bulldozers gaat men niet over de scheef. Een overbodige reünie dus? Nee, dat nog net niet. Want als Cornell in de studio net zo goed op dreef is, kan die aankomende studioplaat wel eens aangenaam verrassen. (ML)
THE SPECIALS
Sinds enkele jaren is het legendarische The Specials weer samen en dat resulteerde al in geweldige optredens op onder meer Lowlands en Rock Werchter. Ook Pinkpop heeft wel zin in een potje nostalgie. Ondanks de hitte wordt er bewogen. Kalmpjes aan natuurlijk. Het is natuurlijk véél te heet om voluit te swingen. Het gaat ondanks die verzachtende omstandigheden opvallend genoeg lang niet zo los als vorig jaar in de tenten van Rock Werchter en Lowlands. Ghost Town, Gangsters en A Message To You Rudy zorgen wel voor wat extra beweging. Ook die ene crowdsurfer – op een heuse surfplank! – heeft de smaak helemaal te pakken. Niettemin, The Specials? Band voor een tent. (PV)
THE TING TINGS
The Ting Tings ogen erg lekker. Een blonde meid met lange benen, stoer en toch in een speelpakje, cap schuin op het hoofd, vlasblond haar met zwarte strepen en een drummer die zo van de set van een coole hipsterfilm gelopen lijkt. Een duo dat oogt zoals popsterren moeten ogen. Dus is het wellicht wat raar dat Katie White en Jules de Martino op hun tweede cd Sounds From Nowheresville hebben getracht credibility te vergaren door aan rockende en elektronische uitstapjes te doen. Een dappere keuze is het zeker, want het was makkelijker geweest om springerig puur popdebuut We Started Nothing van een sequel te voorzien, maar misschien moet het duo zich realiseren dat ze op hun sterkst zijn als ze licht niemendallerige, fijn in het gehoor liggende, een beetje bijtende poptunes schrijven à la Shut Up And Let Me Go. Toch: Hang It Up is een nieuw hitje en live kunnen ze nu nog goed uit de voeten met een combi van oud en bekend versus nieuw en wat experimenteler, maar album nummer drie moet weer mikken op de charts. (ArS)
WILL AND THE PEOPLE
De vermaledijde wietpas gooit op Pinkpop plotseling bijna roet in het eten. De Britse hippies van Will And The People kwamen aan in Nederland, doken een koffieshop in en werden tot hun eigen verbazing weggestuurd. Streep door de rekening, maar op magische wijze zijn ze te aardig om boos te worden en weten ze voor de show zelfs toch wiet te scoren. Dat komt hun zeer enthousiast ontvangen reggaepop zeker ten goede. Uitschieter is de zomerhit van het moment, Lion In The Morning Sun, een nummer met de potentie om deze zomer echt te beklijven. (AnS)
THE WOMBATS
Bij The Wombats weet je eigenlijk vooraf precies wat je krijgt. De heren uit Liverpool grossieren in springerige indiepopsongs die gaandeweg voorzien zijn van iets meer elektronische toefjes terwijl het tempo iets naar beneden is gegaan als je debuut A Guide To Love, Loss & Desperation vergelijkt met opvolger This Modern Glitch. Vandaag houden ze de aandacht van het publiek vast tot de finale, want de set wordt afgesloten met grote hits Tokyo en Let’s Dance To Joy Division. Voor die tijd zijn er een paar momenten waarop de aandacht een beetje verslapt, want wie zit er te wachten op een song over anti-depressants als de thermometer de 30 graden bereikt, maar als The Wombats losjes spelen en snel doorrammen weten ze iedereen bij de kladden te grijpen en wordt er gretig gesprongen en gedanst. Die uitsmijter heeft ook wel wat: gewoon je grootste twee tunes back to back spelen en aftaaien. Leave them wanting more! (ArS)
Teksten: Anton Slotboom, Arnold Scheepmaker, Pieter Visscher, Melanie Marsman, Milo Lambers en Klaas Knooihuizen; Foto’s: Hub Dautzenberg
Gerelateerde berichten:
- The Cure zorgt voor kippenvel op zonovergoten eerste dag Pinkpop 2012
- Line-up Pinkpop 2012 bekend gemaakt in Paradiso Amsterdam
- Op de gastenlijst van Pinkpop Perspresentatie 2012? Volg, lees, like en kijk LiveXS Popmagazine! – AFGELOPEN –
- Jan Smeets over Pinkpop 2012: “De zenuwen overheersen, dat verandert nooit”
- The Cure nu officieel bevestigd voor Pinkpop 2012





