
Zo, de zomer is weer voorbij, dus hier zijn weer wat nieuwe en soms iets minder nieuwe releases. Lees maar fijn en doe er je voordeel mee. Met onder meer Shearwater, Bowerbirds, Husky, Hummingville en Maps & Atlases.
MAPS & ATLASES – BEWARE AND BE GRATEFUL
(FATCAT/KONKURRENT) De Amerikaanse indieband Maps & Atlases bestaat al sinds 2005, treedt wereldwijd met succes op, maar is desondanks in de marge van de bekendheid blijven hangen. Met Beware And Be Grateful bewijzen ze het onrecht dat de band hiermee wordt aangedaan, want we hebben te maken met een heel fijne plaat. Een album waar hokjeszoekers het zwaar mee krijgen, want een overkoepelend genre valt lastig te plakken op de muziek van Maps & Atlases. Soms gruist het onstuimig (Be Three Years Old), hier en daar gaat de handrem er voorzichtig op (opener Old & Gray, Remote And Dark Years), Important wiegt vrolijk weg en op Bugs kijkt Afrika om de hoek mee. Maar altijd is het rockgefundeerd met een vleugje soul, vooral aan de oppervlakte te horen vanwege de warme stem van Dave Davison. Het is tijd voor een openbaar pleidooi voor Maps & Atlases. Hans van der Maas
FLATS – BETTER LIVING
(ONE LITTLE INDIAN/KONKURRENT) Krijg ernstig het vermoeden dat deze plaat in het verkeerde postvak is beland: de debuutplaat van Flats begeeft zich vooral in metal-contreien, waar ik me zelden ophoudt. De opname-kwaliteit doet overigens wel aan garagerock denken. De zang is ingeschreeuwd op min of meer één toonhoogte, de drummer mitrailleert graag op dubbele bassdrum, de gitaar rifft weinig avontuurlijke metalriffs. Flats beschouwt o.a. Crass en Anthrax als invloeden: ze missen echter de punkrockpower van de eerste, de virtuositeit van de tweede en het melodiegevoel van allebei. Ze schijnen een live-reputatie te hebben opgebouwd met ultrakorte explosieve optredens van een kwartier; deze plaat duurt jammer genoeg ruim twee keer zo lang. Lodewijk Reijs
THE FRAY – SCARS & STORIES
(SONY) Het Amerikaanse The Fray bewijst al twee albums lang dondersgoed te begrijpen hoe de markt bespeeld dient te worden. Scars & Stories is het logische vervolg op How To Save A Life en de gelijknamige tweede plaat waarvan er moeiteloos miljoenen verkocht werden. Het succes is de heren niet in de koude kleren gaan zitten, ‘chaos of fame’ en daarmee gepaard gaande ‘personal struggles’ betekenden bijna het einde van de band, aldus het begeleidende schrijven. We hebben dus ongelovelijk veel geluk gehad. Nou bedankt, op S&S is het wederom gelukt om de luisteraar te belazeren met een grote lading meezingbare refreintjes in de categorie 4 P’s: pretentieus, pathetisch en pompeus met piano. Wederom niets nieuws dus en daar kan zelfs de overigens uitstekende productie van Brendan O’Brien niets aan veranderen. Jeroen Bakker
HUSKY – FOREVER SO
(SUBPOP/KONKURRENT) Forever So is in thuisland Australië al een tijdje uit. En gelukkig nu ook in Nederland. Liefhebbers van Angus & Julia Stone of José Gonzalez zullen zich geen buil vallen aan de tweede plaat van dit indiefolkkwartet. Mooie akoestische pop- en folksongs met meerstemmige koortjes. Bovendien beheerst frontman Husky Gawenda de kunst van het schrijven van sterke liedjes. Bewijs daarvan is het prachtige The Woods. Naar het eind van de plaat verslapt de aandacht een beetje, dertien nummers is misschien iets teveel van het goede. Maar zeker een bezoek aan je platenboer waard. Leon Weterings
BLACKMAIL – ANIMA NOW
(45RECORDS/SUBURBAN) Het zevende album van dit Duitse viertal biedt vlees nog vis. Er is een nieuwe zanger aangetrokken, maar dat mag niet baten. De nummers klinken als ieder ander pop/rock nummer en is daarmee een middle of the road werkje geworden. De eerste single van dit album Deborah heeft wel de energie maar mist overtuigingskracht en dat is eigenlijk met de andere nummers net zo. Het grote gemis is een eigen sound, Anima Now zou door heel veel andere bands ook gemaakt kunnen zijn. Jammer, want de band heeft in het verleden echt wel goeie albums afgeleverd, maar deze release moeten we maar snel weer vergeten. Marcel Verschoor
ITAL – HIVEMINDS
(PLANET MU) Vreemde plaat dit Hiveminds. Met vijf tracks weet je van te voren al dat hier niet de grootste hits van The Ramones zullen worden nagespeeld. Ital maakt lang uitgesponnen dansmuziek die neigt naar het lome, soms uitgesproken ambient, spectrum. En het moet gezegd, Hiveminds luistert lekker weg, het klinkt op paradoxale wijze nieuw en vertrouwd, alsof de klassieke techno van Warp circa 1994 een update heeft gedownload met de laatste snufjes op kosmische disco en dubstep gebied. Gevuld met huilende wolven, majestueuze disco, onpeilbare techno, fluisterstemmen is dit een leukere plaat dan je op het eerste gehoor verwacht. Omar Muñoz Cremers
BOWERBIRDS – THE CLEARING
(DEAD OCEANS/KONKURRENT) Wat een gedoe in indiefolk-land. Sinds het verschijnen van Upper Air (2009) ging het uit, en toch weer aan tussen Bowerbirds Philip Moore en Beth Tacular en lag Beth in het ziekenhuis met een mysterieus virus waar ze bijna aan onderdoor ging. Als dat geen bandmateriaal is. The Clearing klinkt echter niet pikdonker, het is meer de zon die langzaam weer doorbreekt na een zware periode. Plaatopener Tuck The Darkness In is representatief: reflectief, maar zelfverzekerd en muzikaal grootser opgezet dan we van Bowerbirds gewend zijn. Orkestratie, elektronica en exotische ritmes doen hun intrede en de focus verschuift steeds meer van folk naar pop. Het resultaat is even doordacht als doeltreffend. John Denekamp
SHEARWATER – ANIMAL JOY
(SUB POP/KONKURRENT) Shearwater was tien jaar lang een uitlaatklep voor het rustigere, folky werk van Okkervil River-bandleden Will Sheff en Jonathan Meiburg. Inmiddels heeft Meiburg Okkervil River verlaten, Sheff Shearwater en is er van ‘rustig’ werk in beide bands nauwelijks meer sprake. Sheff maakt vooral opgepompte barokke folkrock, Meiburg zoekt het nu meer in atmosferische pop met een geluidsbeeld dat refereert aan de jaren tachtig. Peter Gabriel is de duidelijkste referentie: Animal Joy bevat groots opgezette songs die druipen van de melancholie, maar doorgaans strak ingesnoerd zitten in het eighties liedjes-format. Sheff wint op punten, maar vlak Meiburg niet uit. Okkervil River en Shearwater zijn als broers: anders, maar de gelijkenis is onmiskenbaar. John Denekamp
HUMMINGVILLE – WITH AN ELEPHANT IN THE ROOM
(ROUGH TRADE) Soms heb je plotseling een klein pareltje tussen al het gruis dat heden ten dage uitkomt. En dat geheel en al zonder cynisme. Een lieve meisjesstem, soms een fijne jongensstem, veel piano, hier en daar een watervalletje, een koortje, electronica, blazers… het hele pakket is in prettige saamhorigheid aanwezig. Hummingville is een Rotterdams knap staaltje werk met Mink Quispel als drijvende kracht. Het is te horen dat Quispel al een aantal jaren zingt: haar stem kan vele facetten van het muziekspectrum aan, maar blijft een karakteristiek donker timbre houden. Soms zijn haar liedjes zo vrolijk, dat je haar per direct in een variété-theater kunt neerzetten, soms zo breekbaar dat je het liefste wilt komen aanrennen met een warme deken en een kopje thee. Het enige minpunt is dat het soms wat onaf lijkt. Als een tafel die prachtig glanst en een schitterende vorm heeft, maar dat het schuren vergeten is. Er is niet echt een vinger op te leggen, en hoogstwaarschijnlijk zal dat met een (hopelijk) tweede album vlak gestreken zijn. Zonder twijfel een topplaat en een grote belofte voor dit jaar. Annelies Omvlee





