Zulu Winter: “We hebben een gezonde afkeer van de muziekindustrie”

Zulu Winter: “We hebben een gezonde afkeer van de muziekindustrie”

Een paar maanden geleden plaatsten ze twee songs op hun blog en prompt werden ze belaagd door platenlabels en managers. Inmiddels is Zulu Winter door de Britse muziekpers gebombardeerd tot dé ontdekking van het jaar. Hun debuutalbum Language verscheen onlangs ook in ons land. Tijd voor een kennismaking met de heren. “Sommige figuren ruïneren de magie van muziek.”

Tekst: Annelie Verhagen Beeld: Tom Oxley

Advertentie

Tegenover me zitten twee opvallend frisse en welbespraakte jongens. Will Daunt en Henry Walton, respectievelijk zanger en gitarist van Zulu Winter, de band die in Engeland het laatste half jaar ogenschijnlijk vanuit het niets uitgroeide tot een ware hype. Toch is niets minder waar, want navraag leert dat het vijftal al ruim twaalf jaar samen is. Van enig succes was tot voor kort echter nooit sprake. “Nogal logisch,” verklaart Will lachend. “We speelden covers van Nirvana en klonken helemaal nergens naar.” Anderhalf jaar geleden namen ze daarom een drastisch besluit. Henry: “We waren allemaal gefrustreerd door elkaar en de muziek die we maakten. We konden er een punt achter zetten of helemaal opnieuw beginnen, andere opties waren er niet. We kozen voor het laatste. Dat betekende geen shows meer en een volledige focus op het schrijven van nieuw materiaal. En dat voelde vrij snel goed. De eerste maand waren we nog zoekende. Naar een eigen sound, een andere benadering van muziek. Maar toen we de single Let’s Move Back To Frontschreven, wisten we dat we op de juiste weg waren. Eindelijk hadden we iets om voor te vechten.” Will: “Soms vraag ik me af of het ook zo was gelopen als we dat nummer niet hadden geschreven. Was er dan een ander liedje geweest dat die omslag had kunnen bewerkstelligen?”

Afkeer van muziekindustrie
Nadat ze een jaar opgesloten hadden gezeten in een stoffige oefenruimte besloten ze in oktober twee nummers op internet te plaatsen. Ze hadden nooit kunnen vermoeden wat dat teweeg zou brengen. Will: “Binnen enkele dagen werden we bestormd door managers, platenlabels en agenten, die allemaal iets van ons wilden. We wisten niet wat ons overkwam.” Desondanks waren de bandleden volgens Henry niet bepaald onder de indruk van de overweldigende aandacht: “We hebben allemaal een gezonde afkeer van de muziekindustrie en zijn realistisch genoeg om te beseffen dat deze mensen waarschijnlijk nog nooit naar onze muziek hadden geluisterd toen ze ons benaderden. Ze wisten alleen dat er over ons werd gepraat en ze wilden hoe dan ook geld verdienen aan de zogenaamde hype. Weet je, dit soort figuren ruïneren de magie van muziek. Ze voeden de machine van middelmatigheid en dat irriteert me mateloos.” Will: “Onze vermoedens werden bevestigd toen we met de managers van enkele grote labels aan tafel zaten. De beloftes die ze ons deden waren echt te gek voor woorden. Eentje van hen beweerde zelfs dat hij ervoor kon zorgen dat we volgend jaar een Oscar gaan winnen. Hij wilde inspelen op de droom van een jonge band om beroemd te worden. Wat hij alleen niet besefte was dat wij dat helemaal niet ambiëren. Die kerel hebben we uiteraard heel hard uitgelachen. Ik bedoel: hoe moeten wij nou een Oscar winnen? We zijn muzikanten, geen acteurs.”

Distantiëren van muziek
Van twee Londenaren als Will en Henry zou je verwachten dat ze regelmatig met een pint in de pub te vinden zijn, maar ze beweren veel liever thuis op de bank naar een oude Hitchcock te kijken. Henry: “We hebben allemaal een voorliefde voor kunst, en dan met name voor literatuur en film. Je moet jezelf soms even distantiëren van muziek, je genot halen uit andere dingen, omdat het leven anders wel heel eendimensionaal wordt. Tegelijkertijd levert het ons nieuwe inspiratie op. Voor videoclips halen we met name ideeën uit rare, oude films. Die zijn grappig, hebben een attitude.” Hun liefde voor kunst, heeft ook zijn uitwerking gehad op het album. Veel van de songs zijn geïnspireerd door de beroemde dichtbundel The Waste Land van Nobelprijswinnaar T.S. Eliot. “Ik las het voor het eerst toen ik achttien jaar was en sindsdien speelt het een vaste rol in mijn leven,” aldus Will. “Het fascineert me dat je dit boek op talrijke manieren kunt interpreteren, maar dat het nergens een verklaring voor geeft. Als lezer word je gedwongen om erover na te denken en het binnen je eigen referentiekader te plaatsen. Ik hoop dat we met onze teksten hetzelfde kunnen bewerkstelligen. Dat iemand vijf keer naar een liedje luistert en er telkens een nieuwe betekenis aan geeft.” Het gesprek is bijna ten einde als Henry besluit dat het tijd is voor een happy hour. Hij schuift zijn koffiekopje en bananenschil opzij en gebaart de barman welk formaat glas hij wil. Een paar minuten later zitten ze beiden met een tevreden glimlach achter een gigantische pul bier. Precies zoals het echte Britten betaamt.

LIVEDATA 30 juni De Beschaving, Utrecht 19 augustus Lowlands, Biddinghuizen

 

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in frontpage, interviews, uitgelicht. Bookmark de permalink.