Positivus 2012: een festival om in je hart te sluiten

Positivus 2012: een festival om in je hart te sluiten

Positivus Festival
Keane, Manic Street Preachers, Damien Rice, The Vaccines, Friendly Fires, Fanfarlo, Wild Beats, SBTRKT, King Charles, Givers, en vele anderen
Salacgriva, Letland
20 en 22 juli

Neem een ondiepe baai, een zacht zandstrand, daarnaast een dennenbos op duinen en wat open plekken. Zie daar de perfecte festivallocatie. Zet dan op die plek fijne muzikanten neer als Damien Rice, Wild Beasts en Fanfarlo en het Lowlands van de Baltische landen is geboren. Weinig mensen zouden het Oost-Europese Letland als bestemming voor hun zomervakantie kiezen, maar het Positivus Festival is het zonder meer waard.

Tekst & Beeld: Koen Verhelst

Advertentie

De line-up lijkt niet helemaal bij elkaar te passen, maar dat is een logistieke kwestie. Feit is dat een bezoek aan Positivus eigenlijk niet mis kan gaan door de al bejubelde locatie, het heerlijke eten – hoewel er wat mensen ziek werken afgelopen weekend – en de lage prijzen. Een tweedagenticket met camping kost €52, een vliegticket niet veel meer.

Maar laten we het over muziek hebben.

Vrijdag 20 juli
Een van de jongste Franse popbands staat in Letland. In de sfeer van Phoenix met wat meer electro jast het tweetal Housse de Racket er een stel vrij overbodige liedjes doorheen. Ze proberen het ook in het Frans, maar veel meer handen krijgen ze niet op elkaar. Hoofdpodium toch iets te groot?

Dat shoegaze en noise de laatste jaren tot bloei zijn gekomen, weten we. Het Britse 2:54 vertegenwoordigd het genre op Positivus op het kleinere Nordea-podium. Met een beeldschone Katja Schuurmanlook-alike als zangeres speelt 2:54 een wat zouteloze set. Technisch klopt het allemaal wel, maar de sfeer grijpt je niet naar de strot.

Eerste hoogtepunt van het festival is Niki and the Dove. Een Zweeds trio met de wat oud uitziende Niki als hippiemoeder met een kinderstem. Lykke Li versus Fever Ray, maar dan wel lieflijk. Ook al is het nog maar vroeg in de avond, veel bezoekers deinen moeiteloos mee op de nummers. Het enthousiasme van de mensen om ons heen is minstens zo aanstekelijk als de muziek zelf.

Misschien ook wel één van de fijne kanten van Positivus: de sfeer is zo enorm pretentieloos. En de Letten, die dankzij hun geografische locatie weinig internationale bands te zien krijgen, zijn snel enthousiast. Een zegen voor de onbevangen festivalbezoeker.

Een van de optredens die het beste bij de setting in het bos past, is Vondelpark. Britten vernoemd naar een Amsterdamse park die met gitaren en synths een soort electronische tegenhanger van Beach House vormen. Loom en met diepe bassen sust de band alle twijfel over vakantie in slaap. Het strandlaken dat over de de keyboards van de frontman hangt, draagt daar ongewtijfeld aan bij.

De grootste Baltische band van deze editie, Instrumenti, treedt dan aan. Deze Letten zijn enorm ambitieus. Maar het leidt helaas tot een te volle set met te veel losse ideetjes en vooral te veel vuur en rook. De pretenties van Arcade Fire rijmen niet met de podiumtrucjes van Rammstein. Een teleurstelling, want de stem van frontman Janis Šipkevics jr. is een met flink wat bereik.

King Charles, de man met het haar, was volgens een peilig op de Letse radio de artiest waar de meeste mensen naar uitkeken. Het is ramvol op het Nordeapodium, ook de bankjes van het originele theater dat hier in het park ligt, zijn helemaal vol.
Charles is nog niet heel bekend in Nederland, maar Letland – ahum, vrouwelijk Letland – ligt sinds vorig jaar aan zijn voeten. Hij trad toen ook hier op. Met zijn witte pak en belachelijk grote kapsel lijkt hij eerder een typetje van Sacha Baron Cohen dan een zanger die je serieus moet nemen. Niettemin doet hij waar de meiden hier voor komen: iedereen laten zwijmelen. Toegegeven, de hit Love Lust is het Someone I Used to Know van King Charles: een foutloos popliedje.

Headliner van de avond, Keane, kan vervolgens weinig aanrichten. De melkmuiltjes uit Engeland maakten één album maar zakten daarna weg. De betere nummers zijn bovendien eindeloos uitgewrongen. Nog altijd hebben ze een chronisch gebrek aan ballen en zingt Chaplin alleen in clichés. Het optreden op Positivus is er een waar weinig bezieling in valt te ontdekken. Gelukkig is er nog poprockband Astro’n’out: misschien wel de meeste interessante Letse band van het festival, hoewel ze in de eigen taal zingen en ik er dus niets van versta. Hun optreden is een stuk interessanter dan Keane en de frontvrouwe bespeelt niet alleen de instrumenten, maar ook het publiek.

Zaterdag 21 juli
Monika Brodka opent onze zaterdag. Ze wordt in het programma omschreven als ‘de Poolse Björk’. Die vergelijking gaat voor een groot deel op: ze heeft een hoog stemmetje, een kek jurkje en veel bandleden. Jammer genoeg zijn de meeste liedjes in het Pools en is de show dus wat moeilijk te volgen.

Wat vervolgens een uitstekend optreden van Cashier No. 9 moet worden, wordt verpest door een regenbui die bijna drie uur duurt. Terug uit de tent zijn we net op tijd om nog twee nummers van Ewert and the Two Dragons mee te pikken. De Estse band staat zo ongeveer op elk Europees festival deze zomer maar maakt op Positivus deel uit van het meubilair. Zoals bij bijna alle concerten is het geluid uitzonderlijk helder en overal op de weide goed van kwaliteit. Na de regen liggen er wel een aantal flinke modderpoelen. Spontaan ontstaan er sirtaki’s en glijpartijen op de vrolijke rock van Ewert.

Zaterdag is qua programma de beste dag. Want na Ewert volgen Fanfarlo en Wild Beasts, die beiden een sprankelende set neerzetten. Beide bands spelen ook veel oude nummers, wat de reactie bij het publiek ten goede komt. Hier geen obscure albumtracks. Voor mij twee hoogtepuntjes van het festival.

SBTRKT valt daarna tegen op het hoofdpodium. De beats werken aardig goed en dansen lukt zonder meer. Maar als Aaron Jerome live zingt, dan zakt je broek af. Hij lijkt niet al te veel zanglessen te hebben genomen want hij komt adem te kort, schiet uit of balanceert op het randje van vals. Ook verdraait het tweetal sommige nummers op een storende manier om aan te tonen dat ze toch wel live spelen.

De bezoekende Letten, Esten, Russen, andere Oost-Europeanen en de overal onvermijdelijke Nederlanders maken zich dan al langzaam op voor hoofdact Manic Street Preachers. Maar wat doen deze toch al gedateerde rockers op een festival waar de gemiddelde leeftijd rond de 20 zal liggen? Het optreden van The Manics is alsof je kijkt naar een film van begin jaren negentig: je begrijpt het wel, maar het gaat allemaal zo langzaam en er gebeurt eigenlijk weinig in de tijd die je ervoor uittrekt. Muzikaal gaat er weinig mis, maar echt interessant wordt het nooit.

Mosterd na de maaltijd. Want diva Damien Rice heeft dan al hét optreden van het festival gegeven. Op een overvolle Nordea-stage neemt hij iedereen – niet alleen de meisjes – mee op een pure, subtiele maar soms ook smerige tocht langs zijn oeuvre. De Ier speelt veel en gebruikt enkel gitaar en wat pedalen. De rust die de man uitstraalt is om jaloers op te zijn. Als hij dan ook nog heel vanzelfsprekend Radiohead’s Creep verweeft in zijn eigen The Blowers Daughter, dan is iedereen overvoerd en tevreden. Als ik alleen voor Rice was afgereisd naar Letland, had ik het ook prima gevonden.

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in frontpage, Live Recensies, uitgelicht. Bookmark de permalink.