Locals Only: reviews van onder meer Capcap… Cap, Crappydog, Eon, Serpentarius en Stroave

Locals Only: reviews van onder meer Capcap… Cap, Crappydog, Eon, Serpentarius en Stroave

Maandelijks krijgen we bij LiveXS enkele tientallen tot soms wel honderd eigen beheerproducten opgestuurd. De maandelijkse luistersessies behoren tot de hoogtepunten van het werk. Onder het genot van chips en cola ontdekken we de helden van morgen. Zie hier weer een selectie van onze bevindingen, met onder meer Capcap… Cap, Crappydog, Eon, Serpentarius en Stroave.

Advertentie

CAPCAP… CAP – RESONANCE
Gekke bandnaam. Maar wel eentje die je niet snel vergeet, moeten de vier – drie mannen en een vrouw – van CapCap… Cap hebben gedacht. Terwijl ze muziek maken die al genoeg indruk maakt om sowieso niet vergeten te worden. Op debuut-EP Resonance serveert het kwartet een smakelijke, eclectische mix van triphop, postrock en elektronoise. Ze hebben zich laten inspireren door acts als Portishead, Joy Division en Sonic Youth. Sterk wapen van de band is de stem van Lydia Roos, die in de verte wel wat wegheeft van Florence Welch. Resonance is veel meer dan een veelbelovend voorproefje van de band uit rockcity Eindhoven. Zo is Last One Out meteen een prachttrack, die niet uit je hoofd verdwijnt. CapCap… Cap weet hoe je de spanning kunt vasthouden in een nummer. Een tip niettemin: gooi die rockkraan op een volgende geluidsdrager (heel album?) zo nu en dan eens wat verder open. Afsluiter Fawn kan wat dat betreft als blauwdruk dienen. Pieter Visscher

CRAPPYDOG – AIN’T GOT NO BONE
Met acts als Seasick Steve en The Black Keys lijkt de rootsmuziek bezig aan een inhaalslag die ook van invloed lijkt op de Nederlandse muziekscene. Ain’t Got No Bone bevat een half uur lang opzwepende ‘in your face low-fi gar(b)age-blues’ voorzien van een rauw stemgeluid. Die stem is van Erik Vandenberg, een oude bekende die solo als Local Hero nog eens indruk maakte op het podium van Paradiso. Met Crappydog heeft de eigenzinnige muzikant een koers uitgezet waarvan niemand weet waar het zal eindigen. Crappydog is een ongeleid muzikaal projectiel waar zelfs Tom Waits nerveuze gelaatstrekjes van krijgt. Het gebodene is oprecht en puur, kraakt, steunt, rammelt, beukt en kreunt en is rauw tot op het bot. Een groot publiek zal er niet mee bereikt worden maar Ain’t Got No Bone verdient het absoluut om gehoord te worden. Jeroen Bakker

SERPENTARIUS – THE END OF LAW
Tjeerd de Jong zette in 2008 een punt achter zijn carrière in de band Stone In Egypt. Het lukte niet om een hechte band in stand te houden. Na een aantal jaren van rust keert hij nu terug met het project Serpentarius. De zanger/gitarist nam met hulp van drummer Ruud Danenberg vier songs op die doom metal laten horen in de geest van bands als Black Sabbath en Count Raven. Deze vergelijking is logisch, omdat de stijl van De Jong vergelijkbaar is met Ozzy Osbourne en Dan Fondelius. De tracks zijn stuk voor stuk erg sterk en voorzien van een fijne productie waar Berthus Westerhuis verantwoordelijk voor was. Westerhuis leverde ook een muzikale bijdrage in de vorm van een spetterende gitaarsolo. Ook de van DeadHead bekende gitarist Robbie Woning heeft een Kerry King-achtige solo ingespeeld. Voor liefhebbers van klassieke doom metal is deze gelimiteerde vinylschijf absoluut de moeite waard. Pim Blankenstein

STRINGFIELD VILLAINS – EXILE
Begin 2008 veranderde de rockband Twelvebar na een jaar of zes, zeven zijn naam in Stringfield Villains. In datzelfde jaar verscheen een eerste mini-cd onder de nieuwe naam en vier jaar later is het tijd voor de opvolger, getiteld Exile. Stringfield Villains opent sterk met het door stonerrock beïnvloede Monster en lijkt daarom op deze mini-cd een iets andere weg in te slaan. Met de volgende nummers wordt echter duidelijk dat dat niet het geval is en dat het Haagse drietal hooguit zijn inspiratiebronnen heeft uitgebreid. Dit blijkt ook uit het breakbeat-achtige begin van het afsluitende Sin City. Daartussenin vallen vooral het spannende Receiving en het relatief lange Songs For The Sirens met hun sfeervolle gitaarsolo’s op als hoogtepunten van deze cd. Daan de Mooy

AUTUMN SUN – AUTUMN SUN
Martijn Kuijten, de man achter Autumn Sun, is een singer-songwriter die eigenlijk meer songwriter is dan singer. Kuijten is een beperkte zanger, die wél in staat is mooie, folky liedjes uit zijn gitaar te toveren. Zoveel wordt duidelijk op dit veertien liedjes tellende, naamloze debuutalbum. Nick Drake en Ryan Adams zijn namen die ‘m daarbij beïnvloeden. Kuijtens vocale tekortkomingen worden gecompenseerd door de inbreng van Laury Achten, die een prominentere rol in de vierkoppige formatie verdient. Ze is meestentijds tweede stem. Wanneer Achten, zoals tijdens Blue Dress en Long Way To Go, Kuijten naar de achtergrond verdringt, wordt Autumn Sun pas echt een interessante band, die het verdient een keer een minuut op te treden tijdens De Wereld Draait Door. Bijvoorbeeld. Dan komt de rest vaak vanzelf. Pieter Visscher

EON – ANALOGUE DIGITAL
De 3FM Serious Talents schieten als paddestoelen uit de grond en daarom is de kans groot dat je Eon al eens voorbij hebt horen komen met de stevige up-tempo pop van It’s Happening. Analogue Digital biedt vijf tracks waarmee de band rondom zanger/schrijver en ex-Phinx-lid Vincent Beijer zich presenteert. We horen meerstemmige vocalen en gitaarpartijen waarbij niet altijd voor de gemakkelijkste weg is gekozen, maar die na meerdere luisterbeurten toch prima in elkaar blijken te steken. Wanneer er ook nog eens een orkestrale begeleiding wordt toegevoegd zoals in Lens Flar, mag toch echt worden gesproken van kwalitatief hoogstaande popmuziek. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat de muzikanten hun sporen reeds verdiend hebben bij acts als New Shining, Waylon en Postman. Aan zelfvertrouwen hebben de Utrechtenaren ook geen gebrek. In de bio wordt zonder blikken of blozen gesproken over de wereldwijde aansluiting met bands als The Killers en Elbow. Die vergelijking is begrijpelijk, maar dan zal toch echt een volledig album moeten verschijnen waarop minimaal vijf maal het niveau van It’s Happening wordt gehaald. Wij kijken er alvast naar uit. Jeroen Bakker

LENYA – BACKWOODS
De in Rotterdam woonachtige Amsterdamse Julia Reinholt is de spil van de band Lenya. Na het winnen van de publieksprijs bij de Grote Prijs van Zuid-Holland in 2007 en haar afstuderen aan Codarts, houdt ze zich, naast diverse gastrollen op cd’s van o.m. Feaver (ex-NRA’s Tjeerd Broere), Goslink, Marty Graveyard (ex-The Kik) en de muzikale omlijsting van animatiefilms van Braams, bezig met het bouwen van haar thuisstudio en het werken aan een eigen repertoire. Haar muziek laat een mengeling horen van alternative pop met folkinvloeden. Setting Clocks is een dynamisch rockend werkje, terwijl The Collector sfeervolle piano en melodica bevat. De zonnige afsluiter This Time doet wat country-achtig aan en heeft een lekkere tingel-tangelpiano onder een drijvende akoestische gitaar. Een leuk plaatje vol originele ideëen die flinke groeipotentie verraden. Leo Hoek van Dijke

STROAVE – LONG WAY FROM HOME
Stroave uit Venlo werd in 2005 opgericht door broers Tim en Joë Seegers. Dat zijn dus zeven jaren waarin de band een eigen geluid heeft kunnen vormen en speelervaring heeft kunnen opdoen. Op de EP Long Way From Home staan vijf nummers die in ieder geval verraden dat het op die punten ook daadwerkelijk goed zit: Stroave heeft een herkenbaar, toegankelijk rockgeluid gevonden en de verschillende disciplines in de band worden goed samengebracht. Van een echt hoogtepunt is echter geen sprake, alle liedjes luisteren goed weg maar missen enige spanning. Met een braaf imago is natuurlijk niets mis, maar het moet niet ten koste gaan van de muziek. Een vleugje meer pit, en dan zouden nummers als Take Your Ride en Like You’ve Always Done veel beter uit de verf komen. Lisa de Jongh

NACHTPOST – LICHT
Al 30(!) jaar actief, mengt het Amsterdamse Nachtpost (voorheen het Haagse Nanacht) tegendraadse ritmes en gitaarriffs met voornamelijk Nederlandstalige teksten. Geïnspireerd door ietwat gruizige alternatieve bands als PJ Harvey, The Ex, De Kift, Nick Cave, Sixteen Horsepower en The Gun Club is de sfeer een beetje donker, zonder daarbij naargeestig te zijn. De muziek is intens, soms minimalistisch, maar altijd melodieus en toegankelijk. De zang, in combinatie met de Nederlandse teksten, doen in de verte wat aan de Dijk en Frank Boeijen denken, zonder dat ze daar direct stilistisch van afgeleid zijn. Het uitgesponnen karakter en de voornamelijk laag- en mid-tempo nummers zorgen op den duur wel voor wat verveling, maar de plaat biedt genoeg om te ontdekken, zodat hij uitnodigt om meerdere keren, liefst in delen, beluisterd te worden. Leo Hoek van Dijke

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in CD Recensies, frontpage. Bookmark de permalink.