
Daar zijn we weer met je periodieke portie luistervoer. Doe er je voordeel mee! Deze keer met recensies van nieuwe albums van I Like Trains, The Kik, Drive Like Maria, Calexio, Ganashake en meer.
GLEN HANSARD – RHYTHM AND REPOSE ***
(ANTI) En dan denk ik: zo erg kan het toch allemaal niet zijn jongen. Glen Hansard schreeuwt in de finale van Bird Of Sorrow zijn stembanden bijna op straat. Het zijn spaarzame momenten wanneer de zanger van de Ierse band The Frames het achterste van zijn tong laat zien. De soulvolle singer-songwriterliedjes van Hansard gaan erin als broodjes gerookte zalm tijdens een high tea. Ze zijn smaakvol, sterk gearrangeerd en vervelen geen moment. Op Rhythm And Repose, Hansards solodebuut, staat veel lome muziek en daarin schuilt het gevaar. Want: mooie stem en aardige liedjes? Zeker! Baanbrekend materiaal? Dat niet. Hoogtepunt op het album is met afstand Talking With The Wolves, dat een ravissante dosis elektronica kreeg toegediend. Pieter Visscher
NOSOYO – JUST BEFORE THE FAINT ***
(EIGEN BEHEER) Lang geleden dat ik een eigen beheeralbum besprak hier; maar qua productie doet deze plaat niet onder voor menige majorrelease. Nosoyo is een Amsterdamse groep rondom de van oorsprong Duitse zangeres Donata Kramarz. De cd klinkt als een opgefriste versie van Heather Nova, zowel door het stemgeluid van de zangeres als door het enigszins dromerige karakter van de meeste liedjes. De avontuurlijke en ruimtelijke popsongs zitten goed in elkaar, met vaak een sterk dynamische opbouw. Al blijft het voor mij, net als destijds bij Heather Nova, een beetje te lief en gepolijst. Lodewijk Reijs
I LIKE TRAINS – THE SHALLOWS ****
(ILR RECORDS) Het derde album van I Like Trains uit Leeds is in vergelijking met hun voorgaande werk wat lichtvoetiger wat betreft sound. De nummers zijn voor een groot deel geïnspireerd op het boek The Shallows dat gaat over hoe wij als moderne mens onze informatie verkrijgen en met name de hoeveelheid daarvan. Van een overload aan muziek is hier geen sprake, de nummers zijn mede door de stem van David Martin ingetogen en melancholiek. Het album opent met Beacons. Wat meteen opvalt is dat de synths meer ruimte hebben gekregen zonder afbreuk te doen aan het eigen geluid van deze band. De gitaren hebben een meer invullend karakter gekregen en de drums zijn even sterk als altijd. Uitermate somber is We Used To Talk. Voor wie deze band nog niet kent; denk aan Interpol, Tindersticks en Editors. Misschien wat minder post-rock en wave dan voorheen en meer pop, maar subliem als nooit tevoren! Marcel Verschoor
CHEEK MOUNTAIN THIEF – CHEEK MOUNTAIN THIEF ***
(FULL TIME HOBBY/KONKURRENT) Tunng-frontman Mike Lindsay trok zich enkele maanden terug in een hoekje van IJsland, en nam samen met lokale bewoners en enkele kopstukken van de IJslandse popscene dit album op. Qua instrumentatie is het een zeer folky album, vol violen, trompetten, gitaargetokkel en koortjes. De warme akoestische sfeer en haast gefluisterde zang geeft soms het gevoel alsof we zijn uitgenodigd in een intieme huiskamer met haardvuur en veel vrienden. Op andere momenten klinkt het album door de gevarieerde productie als een ingetogen kruising tussen The Polyphonic Spree en Mumford & Sons. In september speelt Cheek Mountain Thief onder meer op Incubate. Lodewijk Reijs
THE KIK – SPRINGLEVEND *****
(TOPNOTCH/UNIVERSAL EN EXCELSIOR/V2) The Kik wordt nog wel eens omschreven als “de Nederlandstalige opvolger van The Madd”: net als die voorganger heeft The Kik de media-vriendelijke Dave von Raven als frontman en speelt neo-sixties. De sound is echter behoorlijk anders: waar The Madd garagerock speelde staat The Kik vooral in de merseybeat-traditie, met nadruk op mooi mengende meerstemmige zang. Bovendien is veel van het huidige repertoire dit keer van eigen hand (ik vermoed van mede-frontman Arjan Spies). Dat levert prachtige liedjes op, zoals de instantmeezinger Simone en de mooie ode aan wielrenner Willem Koopman. Regelmatig klinken de liefdesliedjes authentiek naïef (de tekst van Verliefd Op Een Plaatje zou van de Fouryo’s afkomstig kunnen zijn). Aangevuld met enkele covers (Ernie Bender’s Cleopatra, een vertaalde versie van Pleasant Valley Sunday) is Springlevend een heerlijke zomerplaat, die enorm vrolijk maakt en uitnodigt tot luidkeels meezingen. Lodewijk Reijs
KILL DEVIL HILL – KILL DEVIL HILL ***
(SPV/SUBURBAN) Kill Devil Hill kun je met recht een supergroep noemen. Enige onbekende is zanger Dewey Bragg. Drummer Vinny Appice, bassist Rex Brown en gitarist Mark Savon hebben hun sporen verdiend in bands als Black Sabbath, Dio, Pantera, Down en WASP. Met Kill Devil Hill zijn de heren wel een andere weg ingeslagen, want wat ze hier laten horen ligt veel meer in het verlengde van bands als Alice In Chains en Stone Temple Pilots. Op de productie valt niets aan te merken. Op de muzikale skills van de heren evenmin. Qua songs is er echter wel wat aan te merken want heel bijzonder is het allemaal niet meer. Wat dat betreft klinkt Alice In Chains een stuk interessanter. Pim Blankenstein
GANASHAKE – FLIRTY FISHING ****
De drie jonge gasten van het Belgische Ganashake lieten met het gelijknamige debuut horen over het nodige talent te beschikken. Hoewel nog zoekende naar een bepaalde stijl was het niet moeilijk te moeten constateren dat het trio tot iets onder de knieën in de bluesmodder was gezakt, ook al bevatte de vette sound hevige scheuten rock en funk. Zoals gebruikelijk in gelijksoortige situaties werd de hoop uitgesproken dat die snelle ontwikkeling zich in positieve zin zou voortzetten op een eventueel vervolgalbum. Met het uitbrengen van Flirty Fishing voldoet Ganashake aan alle verwachtingen. Weliswaar wordt er iets meer van het bluespad afgeweken, maar in Dancing Dose You Trust worden toch echt de grote broers van Triggerfinger naar de kroon gestoken. Onbedoeld geeft Ganashake het antwoord op All This Dancin’ Around en switchen ze moeiteloos van zware, logge en zwarte rock naar subtiele en inventieve indiepop. Wat er in de studio is gebeurd zullen we nooit weten, maar tijdens de opnamen van Flirty Fishing heeft Ganashake zijn onschuld verloren en is het plotsklaps wel heel erg volwassen geworden. Jeroen Bakker
CALEXICO – ALGIERS ***
(KONKURRENT) Wat een ronduit zalig nummer is Epic, de openingstrack op het achtste album van de Amerikaanse band Calexico. Een meeslepende melodie en een akoestische en elektrische gitaar die om voorrang stoeien en Joey Burns fraaie stem. De americana van Calexico klinkt vertrouwd op Algiers. Het is de kwaliteit die we gewend zijn van de heren. De mannen zijn ditmaal niet gewoontjes de studio ingedoken; ze namen Algiers op in een kerk in New Orleans, opnieuw samen met co-producer Craig Schumacher, die ook geen onbekende is van The Jayhawks en DeVotchKa. Algiers is een plaat waarop vrolijkheid en overpeinzing elkaar vinden. Een enkele te zoetsappige song daargelaten, scoort Calexico een dikke voldoende. Pieter Visscher
MAGIC TRICK – RULER OF THE NIGHT **
(HARDLY ART) Tim Cohen maakt onder de naam Magic Trick andere muziek dan die van The Fresh & Onlys. Wees eerlijk: dan had hij de nummers die hij met Magic Trick maakt ook net zo goed als The Fresh & Onlys (blijft een hilarische bandnaam) kunnen uitbrengen. Van garagerock naar licht psychedelische, rijk geïnstrumenteerde luisterliedjes; Cohen draait er zijn hand niet voor om. Hij heeft wat desperaats in zijn stem en dan komen teksten als “I don’t want for you to cry, Ruby” (krom Engels) en “My strenghth is failing, and so is my health. Lord, please forgive me, cuz I cannot help myself” aardig geloofwaardig over. Het licht zomerse Weird Memory, met subtiele tweede stem van Alicia Vanden Heuvel, zou niet misstaan in een uitzending van Radio Tour de France. Was Herman van der Velde er nog maar. Pieter Visscher
DRIVE LIKE MARIA – DRIVE LIKE MARIA ***
Je moet het maar durven. Een verpletterend debuut uitbrengen. Vervolgens diepe indruk achterlaten door werkelijk ieder podium plat te spelen en dan ruim twee jaar laten wachten op het tweede album. Drive Like Maria komt er mee weg maar heeft bij de totstandkoming ervan dan ook niets aan het toeval overgelaten. Het driekoppige rockvehikel verwelkomde niet alleen een nieuw bandlid in de persoon van oud-Krezip-drummer Bram van den Berg, maar liet ook nog eens nieuwe studio bouwen in Italië. Niet verwonderlijk dat dit album in het teken staat van reizen, vooruitkijken en de drang om telkens maar te vernieuwen. Wat te denken van een muzikale vrijpartij met Lara ‘Intergalactic Lover’ Chedraoui of de prachtige ballad On The Road, waarin toch echt vioolklanken zijn waar te nemen. De liefhebbers van het eerste uur kunnen echter gerust zijn. De woeste Drive Like Maria-sound zoals die op Elmwood te vinden was, vinden we ook hier in grote mate terug. Jeroen Bakker





