Interview Bloc Party: “Wij zijn altijd tegendraads”

Interview Bloc Party: “Wij zijn altijd tegendraads”

Het lijkt misschien iets korter doordat Kele Okereke in de tussentijd nog zijn solo-cd The Boxer uitbracht, maar tussen augustus 2009 en nu hebben we gedurende drie jaar vrijwel niets van Bloc Party gehoord. Meer dan eens kwam in de pers zelfs de vraag naar voren of de band niet voltooid verleden tijd was. De boel lag stil en vooral zanger Kele leek onwillig te zijn om weer aansluiting te zoeken met het moederschip. Maar nu, een beetje out of nowhere, is er dan toch Four, het, juist ja, vierde album van het uit duizenden herkenbare Bloc Party. “Dit viertal heeft altijd iets speciaals gehad.”

Tekst: Arnold Scheepmaker Beeld: Christopher Haering

Advertentie

Four kan misschien onmogelijk de impact hebben van het klassieke debuut Silent Alarm, maar over de gehele lijn is het album sterker en veelzijdiger is dan de tweede en derde cd van de band (A Weekend In The City uit 2007 en Intimacy uit 2008). In de studio werd gewerkt met producer Alex Newport en hoewel Kele tijdens ons gesprek benadrukt dat Newport vooral als engineer is aangetrokken en dat zijn smaak niet van grote  invloed is geweest op de sound van het kwartet, hoor je in de hardere tracks van Four bijvoorbeeld wel de virtuositeit terug die we kennen van The Mars Volta, een band die Newport ook onder zijn productionele hoede nam. En een song als 3X3 doet bijvoorbeeld denken aan Deftones.

Zelf wordt ik niet zo wild van die kant van Bloc Party. Ik vind hun catchy en melancholieke momenten veel indrukwekkender en Okereke is zelfs iemand wiens emotionele kant ik goed kan hebben, omdat hij altijd overtuigend en oprecht klinkt als hij zijn zielenroerselen bezingt, maar het geeft wel aan hoe veelzijdig Bloc Party anno 2012 is. De band had altijd al een eigen signatuur door de bouncende stop-startbeats, de hyperactieve drums, de krassende gitaren en swingende bassen en het zo herkenbare stemgeluid van Okereke, maar de impasse van drie jaar lijkt ervoor gezorgd te hebben dat naast Kele nu ook Russell Lissack, Gordon Moakes en Matt Tong enorme behoefte hebben om een nadrukkelijk stempel op het geluid van de band te drukken. Uit elke voeg hoor je de ambitie weerklinken. Dat had kunnen resulteren in een stuurloos album, maar Four is goed in balans.

Drie keer eerder sprak ik Okereke en een keer of zeven zag ik hem live aan het werk. Vaak op festivals, maar ook in Paradiso en Vredenburg, en solo in de Melkweg. Zelfs een keer als voorprogramma van Interpol, maar dat lijkt inmiddels een eeuwigheid geleden. Vandaag bevinden we ons in een luxe Amsterdams hotel en eet Okereke een halve kip. Hij miste een vlucht, moet dezelfde dag weer terug naar Londen en dus is LiveXS Keles tafelgast.

Wat direct opvalt: dat de zanger van Bloc Party integer overkomt, dat hij een goed gevoel voor humor heeft (witty zouden Engelsen zeggen), maar ook dat hij nog lichtelijk hakkelt. Jaren geleden was dat echt stotteren, nu lijkt hij zelfverzekerder en is het er uitgeslopen, maar als je hem een moeilijk te beantwoorden vraag stelt en hem recht in de ogen kijkt keert de oude kwaal vrijwel direct terug. Dus staar ik af en toe bewust even naar de kippenpootjes om hem op zijn gemak te stellen en zie: het werkt!

Ik heb door de jaren heen verschrikkelijk veel optredens van jullie gezien. Die tours waren waarschijnlijk ellenlang en hakten er ongetwijfeld flink in. Was dat een van de redenen dat je aan het begin van 2009 begon te denken: even rust, even iets anders?
“Zeker. Gedurende zes jaar was het: plaat opnemen, interviews doen, touren, muziek maken, plaat opnemen, enzovoort. Het stopt nooit. Na verloop van tijd heb je gewoon een adempauze nodig.”

En wanneer dacht je voor het eerst: ik wil wel weer.
“Ik woog het voor mezelf steeds per moment af. Dit viertal heeft altijd iets speciaals gehad. Los van elkaar beschikken we daar niet over. Het is een bepaald soort chemie die ontstaat als je ons samen in een ruimte plaatst. Dat merkten we direct toen we in New York wat uitprobeerden voor de eerste paar liedjes van Four.”

Kele kijkt pienter op en zegt dan opeens: “Maar dit is een beetje de mooie versie hoor. Ik lieg veel in interviews, althans, ik verdraai de werkelijkheid een beetje.”

Waarom?
“Het doet er niet zo veel toe. Wij zitten hier nu, praten wat met elkaar, jij hebt jouw ideeën, ik de mijne, vervolgens ga jij interpreteren wat ik zeg en dat, al dan niet vertaald, opschrijven. Dat heb ik toch niet meer helemaal in de hand, dus je moet daar niet te mierenneukerig over doen. De grote lijnen moeten kloppen, ik moet geen dingen zeggen die anderen benadelen, maar verder… Het moet vooral aangenaam zijn voor alle partijen.”

Daar zit wat in. Zing je daar in openingstrack So He Begins To Lie ook over? De hoofdpersoon gaat het podium op, liegt tegen de camera’s die op hem gericht zijn. Dat ben jij dus gewoon!
“Ja, de meeste van mijn teksten zijn vrij autobiografisch. Soms maak ik het verhaal wat fascinerender dan het werkelijkheid in is, maar de basis klopt meestal wel. Dat nummer stelt eigenlijk vooral de vraag: heeft het zin om goudeerlijk te zijn in je contact met de media?”

Het nummer begint met een valse start die me aan Surfer Rosa van de Pixies deed denken.
“Mij ook. Dat onaffe vond ik altijd wel mooi, het haalt de spanning een beetje weg.”

Er zitten veel verschillende invloeden in de muziek van Bloc Party. Eerst naar 3×3 luisteren en dan single Octopus opzetten is bijna alsof je naar twee compleet verschillende bands luistert.
“We willen nooit dingen doen die te veel voor de hand liggen. Octopus ontstond vanuit een gitaarsolo van Russell die we allemaal te gek vonden. Daar zijn we omheen gaan bouwen. Eerst leek het maar moeilijk te kunnen samensmelten, maar ineens klopte het allemaal.”

De song klinkt complex en toch heel catchy. In mijn ogen is het een ideale hit. Intelligent, eigenzinnig en toch super dansbaar en hitgevoelig.
“We willen nooit luie platen maken. Je moet geboeid blijven luisteren, er moet iets gebeuren. Soms stelt iemand iets voor en zegt een van de anderen: dat kan helemaal niet op die manier. Mij fascineert dat dan juist wel. Als je dan gaat ploeteren en je krijgt toch iets dat klopt, heb je ook echt iets eigens in handen.”

Real Talk is Bloc Party op zijn intiemst. De boodschap lijkt te zijn: na een hoop rushen en doen alsof laten we echtheid, in dit geval in een relatie, weer eens een kans geven.
“Dat zie je heel goed. Ik wilde dat de toon van dat nummer heel intiem, bijna uitgekleed zou zijn. Het is momenteel mijn favoriete nummer van het album.”

Spelen jullie het ook live?
“Ja, we kunnen alle nieuwe songs live spelen. Tijdens de festivals hebben we daar niet genoeg tijd voor, doen we wat nieuw werk en focussen we verder op de hits, maar als we het clubcircuit ingaan zouden we wel eens heel veel nieuw werk kunnen gaan spelen.”

Kettling is juist heel euforisch, bijna een vuist-in-de-lucht-anthem.
Ja, haha, het is een heel direct nummer. Het ontstond doordat we de afgelopen tijd zoveel protest om ons heen zagen. In Arabische landen, de Occupy-beweging… Veel mensen wilden veranderingen in het systeem en zeiden: we hebben er genoeg van. Zo’n nummer zat dus in de lucht. Kettling is trouwens een term die politieagenten gebruiken als ze protestanten gaan insluiten. Ze maken een cirkel om hen heen zodat niemand weg kan komen.”

Veel mensen zouden The Healing een prachtig einde van Four hebben gevonden. Waarom dan toch een beukende, bijtende track na zo’n schitterend nummer?
“Omdat wij altijd tegendraads zijn. Meestal eindigen we een cd met een intiem nummer, maar nu vond ik dat te obvious. Juist omdat dat zo passend leek wilde ik het anders doen.”

Je zegt daar dus eigenlijk mee: wij doen het precies zoals wij het willen doen.
“Juist. Goed gezien.”

LIVEDATA 16 augustus Pukkelpop, Hasselt 17 augustus Lowlands, Biddinghuizen



Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in frontpage, interviews, uitgelicht. Bookmark de permalink.
  • Terfgd

    Prima interview, jammer van de enorme taalfout (wordt ik).