
PARADISO, Amsterdam
28 augustus 2012
Met onverstaanbare teksten en bijna-buitenaardse muziek twee avonden in Paradiso uitverkopen, dat is niet te begrijpen. Zeker niet als alle tickets binnen één uur weg zijn. Sigur Rós uit IJsland speelt perfect en lost de verwachtingen in, maar is ook voorspelbaar.
De concentratie in Paradiso is bijna tastbaar. Zowel op het podium, waar elf mensen ingespannen hun partijen spelen, als in de zaal, waar bijna 2000 hoofden ademloos toekijken, meewiegen en omver geblazen worden. Sigur Rós treedt op.
Het land van bankencrises en geisers is tegenwoordig ook het land van Sigur Rós. De vier timide IJslanders hebben werkelijk de wereld veroverd met hun bedachtzame maar soms ook bizar luide engelenrock. De ijle falsetstem van frontman Jónsi Birgisson past daar perfect bij. Dat ze in Paradiso staan, is best bijzonder. Vier jaar geleden kostte het ook geen moeite om de HMH vol te krijgen. Het komt de sfeer ten goede, de veel kleinere zaal.
De band weet wat er vanavond van ze verwacht wordt: streng en tergend kalm opgebouwde postrock, met af en toe een popachtig deuntje voor de houvast. De IJslanders voldoen volledig weelderig aan die verwachtingen. Ze spelen bijna alleen publieksfavorieten, van het langgerekte Viðrar Vel Til Loftárása tot het huppelende Hoppípolla.
Van het nieuwe album Valtari komen slechts twee nummers voorbij. Alsof de band ook zelf beseft dat het jongste materiaal niet hun beste is. In een set vol grootse climaxen zouden die nummers ook in het niet vallen. In plaats daarvan gaat Sigur Rós terug naar haar eerdere werk. Van doorbraakplaat Ágaetis Byrjun speelt de band bijna de helft, waaronder Ný Batterí dat als tweede nummer een vroeg hoogtepunt is in de set.
Paradiso is onder de indruk. Als de band tijdens Viðrar Vel Til Loftárása het aandurft om een halve minuut bevroren en doodstil op het podium te staan, klinkt nergens ongeduldig gejoel of gepraat. Een zware en imposante stilte, zoals je die niet vaak meemaakt. De magie wordt zelfs niet doorbroken als er ergens een verloren sms’je binnenkomt.
Toch had het beter gekund, vooral gedurfder en verrassender. Sigur Rós kleurt vandaag keurig tussen de lijntjes, zowel qua keuze van liedjes als qua uitvoering. Onverwacht was eigenlijk alleen Vaka, de opener van de ongemakkelijk genaamde plaat ( ).
Want hoewel de afsluiting van reguliere set (Hafsól) én van de toegift (Popplagið) beiden onbeschrijfelijk mooi zijn: we kennen ze al van de cd’s. En Popplagið speelt de band al jarenlang als afsluiter.
Dat alles neemt niet weg dat we tevreden zijn. Want er zijn weinig bands die zo’n kracht uit kunnen stralen als deze verlegen jongens. Sigur Rós live zien is een enerverende en intense ervaring, dat je ze de voorspelbaarheid best wilt vergeven.
Tekst en foto: Koen Verhelst





