
Daar zijn we weer met je periodieke portie luistervoer. En ook deze keer weer enkele fijne YouTubes erbij geplaatst. Wij zeggen: doe er je voordeel mee! Deze keer met recensies van de albums van Alex Roeka, The Datsuns en Balthazar.

Alex Roeka – Gegroefd
(Excelsior) Laat Me Gaan had zo op een plaat van De Dijk kunnen staan. In De Schoot Van De Nacht ook. Verder is de in België woonachtige Nederlander Alex Roeka vooral zichzelf op zijn elfde studioalbum Gegroefd. Een titel die je terugvindt in zijn gelaat, op de fraaie hoesfoto. Roeka heeft andermaal doordachte, uit het leven gegrepen teksten in petto. Dat het goedzit hoor je meteen al tijdens de rappe opener Het Nachtcafé Aan Het Eind Van De Straat. Roeka, al eens gelauwerd met de Annie M.G. Schmidt Prijs, zingt met zijn karakteristieke stemgeluid beeldend over de kroeg, politiek, hypocrisie en asielzoekers. Vindingrijke, spitsvondige poëzie, fraaie arrangementen, heldere zang en de meestentijds vrij feestelijke muzikale aankleding van de mooie band rondom Roeka maken Gegroefd tot een van de sterkste platen die dit jaar van Hollandse komaf zijn verschenen en zullen verschijnen. Al met al is de in Brabant geboren zanger vooral een artiest die je ‘s nachts wilt horen, in een volgepakte kroeg. Of je dan wel of geen stuk in je kraag hebt maakt niet zoveel uit. Roeka zorgt voor het sentiment en de verhalen. Pieter Visscher
Alex Roeka – Het Nachtcafé aan het eind van de straat

—

The Datsuns – Death Rattle Boogie
(Hellsquad/Konkurrent) Like a Motherfuckers from Hell! Van dat hitje van een jaar of tien terug zullen de meesten deze Nieuw-Zeelanders kennen. Plaat voor plaat staan deze heren voor een lekker potje no-nonsense garagerock. Zo ook op Death Rattle Boogie, al is het geluid deze keer wat verder uitgediept. Minder garage, meer seventies. Het is voller, het tempo ligt geregeld wat lager maar tegelijkertijd de band is ook ruiger en psychedelischer. Denk aan The Stooges met het geluid van Wolfmother. Dat pakt bij vlagen erg goed en, alvast excuses voor het gebruik van het aanstaande woord, volwassen uit. Vooral de start van het album is met songs als Gold Halo en het ouderwets agressieve Skull Full of Bone erg overtuigend. Dat hoge niveau wordt helaas maar kort volgehouden, want jeetje, wat is het einde van de plaat slap zeg. Alsof ze er halverwege de opnames geen zin meer in hadden. Fools Gold en Goodbye Ghosts zijn clichésong die we beter maar snel kunnen vergeten. Zonde van een plaat die in potentie de beste cd uit het oeuvre had kunnen zijn. Milo Lambers
—

Balthazar – Rats
(PIAS) Kleine mensjes worden groot, zo blijkt maar weer. Met Rats heeft het Belgische Balthazar een puike plaat afgeleverd. Hun debuutalbum versus de opvolger, is als een inverse gezinssituatie: Applause is hierin duidelijk het kleine broertje, dat met veel ooh- en aah-geluiden over het bolletje wordt geaaid. Of het nu komt doordat ze een duidelijker richting hebben gekozen, of gewoonweg zich minder lijken op te hijsen aan Vlaamse pioniers dEUS, feit is dat Rats staat als een huis. Zowel vocalen als muzikale begeleiding zijn enorm gegroeid. De samenwerking lijkt zekerder te zijn, en er is weinig over van het toch nog een beetje puberale gedraal van eerder. Maarten Devolderes donkere stem kruipt onder je huid, veroorzaakt kippenvel en laat je verlangen naar meer. Zet een nummer als Lion’s Mouth op, en je hebt het gevoel dat je aan het luisteren bent naar een doorleefde man van tachtig, die met een jonge geest nog eens op het podium kruipt. Fantastisch. Annelies Omvlee
Balthazar – The Oldest Of Sisters







