Interview: De Higgs-deeltjes van Bettie Serveert

Interview: De Higgs-deeltjes van Bettie Serveert

De eerste twee, drie maten van Oh, Mayhem! zijn genoeg om het te weten; dit is de nieuwe plaat van Bettie Serveert. Niet dat de Amsterdamse indieband zichzelf herhaalt; herkenbaar is het wel. Maar wat het is het dan precies dat Bettie Serveert Bettie Serveert maakt? Op zoek naar de Higgs-deeltjes van ’s lands bekendste indieband.

Tekst Milo Lambers Beeld Sjors Schuitemaker & Tinca Veerman

Advertentie

“Wat deed ik daar eigenlijk?”, die vraag stelde Bettie Serveert-gitarist Peter Visser zichzelf toen hij vorig jaar terugluisterde naar Bettie’s debuut Palomine. Ter ere van het twintigjarig bestaan van de band voerden de Amsterdammers dat album integraal uit. “Sommige nummers hadden we nog nooit live gedaan. Toontje voor toontje heb ik mijn eigen partijen er weer ingestampt. Ik kan nu iets sneller spelen, maar mijn handschrift is hetzelfde gebleven.”

Dat handschrift omschrijft hij als ‘simpele licks’. “Eenvoudige loopjes die je mee kunt fluiten en met twee vingers kunt spelen, die zich in je kop nestelen en voor euforie zorgen. Althans; dat is het doel.” Zangeres/gitarist Carol van Dijk knikt instemmend: “En het zijn melodieën die vaak haaks staan op de zanglijn. Zo wordt het een samensmelting van twee contramelodieën.” “Ja, dat is het trucje dat er vanaf het begin in heeft gezeten”, concludeert Peter. Carol: “We klinken zo omdat we niet geschoold zijn. Juist daardoor hebben we één bepaalde stijl. Het is eigenlijk het gebrek aan techniek wat ons Bettie Serveert maakt.”

Het kenmerkende solospel is één van Bettie’s meest prominente karaktertrekken. Of het nou op het befaamde debuut was, op het meer elektronische Log 22 en Attagirl of op het akoestische Bare Stripped Naked; fijne catchy gitaarloopjes zijn er altijd. En dat trucje horen we ook weer op Oh, Mayhem!, de negende plaat alweer. Opener Shake-Her begint al met zo’n simpel, maar aanstekelijk lickje. Het geluid van de gitaar is ditmaal wel een tikkeltje anders. Een bewuste keuze, vertelt Peter: “Ik heb voor het eerst alles op een Stratocaster gespeeld. Als band uit de indiehoek waren we altijd helemaal tegen de Strat, dat was het symbool van gitaarhelden als Eric Clapton. Ik wilde iets doen wat we me op voorhand tegenstond en dat naar mezelf toebuigen. Tijdens het schrijven van deze nummers merkte ik dat dit een drukke plaat ging worden. Daarom wilde ik een dunner gitaargeluid.”

En zie daar weer zo’n typisch Bettie-trekje: “We willen dingen doen die we niet eerder hebben gedaan”, zegt Carol. Peter: “Soms denk ik tijdens het schrijven wel eens ‘dit is wel heel erg Bettie’. Dat betekent dat we het anders moeten doen.” Hij geeft een voorbeeld: “Net na Attagirl uit 2004 kwam Carol met Monagamous. Dat nummer had zo op die plaat gepast, maar niet op de nieuwere. Voor de song Receiver namen we een stuk op met alleen maar feedbackende gitaren. Versterker op tien en gieren maar. Dat bleek niet te passen, maar toen zong Carol de tekst van Monagamous over het feedbackstuk en zo werd dat na zes, zeven jaar toch een nummer.

Bettie Serveert Promofoto GROOT CMYK300dpi-Tinca Veerman

Solderen
De handtekening van Peter komt niet alleen terug in zijn spel, maar ook op de gitaren zelf. “Hij zit avondenlang te solderen. Het is echt een kleine ontdekker”, meent Carol. Vooral in de begintijd knutselde hij er creatief op los. “We waren hartstikke arm toen, dus ik plaatste de veer van een fietszadel in mijn gitaar en gebruikte de hendel van een koelkast als tremolo. Dat hele ding brak er af. Dat is ook wel veranderd de laatste jaren: er gaat veel minder kapot”, lacht Peter.

Ook nu de band niet langer op droog brood leeft, duurt het klussen van Peter voort: “Het komt voort uit niet rijk en een controlfreak zijn. Ik had eens een Gibson waar van alles aan mankeerde. De andere bandleden zeiden wel eens ‘gooi dat ding toch in het vuur’. Dan kwam ik in de V.S. met dat ding bij een winkel als Guitar World, zeiden ze ‘I give you 200 bucks’. En dat terwijl die gitaar bijna tweeduizend gulden had gekost. Ik bleef er net zo lang aan sleutelen tot hij geweldig klonk en niet ontstemde.”

Tielman Brothers
Het doe-het-zelven mag je ook wel Bettie-eigen noemen. “We doen echt alles zelf”, verklaart Carol. “Van het artwork tot het boeken van de oefenruimtes, alles.”

Deze instelling leverde de band natuurlijk al snel de stempel indie op. “Eerst dacht ik dat ze er mee bedoelde dat we uit Indonesië kwamen”, onthult Peter. “Alsof we een soort Tielman Brothers waren”, lacht de gitarist. “Indie staat natuurlijk voor independent, en dat zijn we zeker”, voegt Carol grinnikend toe.

Simpele licks, een gebrek aan techniek, contramelodieën, een DIY-mentaliteit en een ontoombare drang tot vernieuwing; Na anderhalf uur praten krijgen we er toch wel een goed beeld van wat Bettie zo herkenbaar en toch niet hetzelfde maakt. Maar dan blijkt dat we iets over het hoofd hebben gezien: De ultieme kracht van Bettie Serveert is misschien wel dat het een hechte vriendengroep is die met elkaar in een klein busje bijna de hele wereld over is getrokken. Zeker de eerste anderhalf jaar waren we echt een kleine rijdende gemeenschap”, herinnert Peter zich. “Niet iedereen is geschikt om te toeren. Mensen krijgen vreselijke heimwee of missen hun routine. We moesten wel leren om elkaar met rust te laten. Sommige mensen zijn erg aanwezig, qua inspraak en geuren in de bus. Na vijf weken toeren ben je kapot moe en word je soms van de meest kleine opmerkingen al kwaad. Je moet gewoon echt van elkaar houden om dit te kunnen doen.”

Na al die jaren zijn ze bij Bettie wel wat gewend. De Amerikaanse boeker noemden ze na een slopende tour eens ‘roadwarriors’. “We moesten na een concert in L.A. direct door naar Austin, Texas. 2300 kilometer verder, 24 uur non-stop rijden, opeengestapeld in een busje”, vertelt Peter. Carol gaat verder: “Werden we wakker midden in de desert met zo’n enorme vuurbal die recht in je bek scheen. Fenomenaal, maar… toen moesten we nog twaalf uur!” Maar klagen hoor je ze niet: “Beetje naar buiten kijken, muziek luisteren, met elkaar naar het concert toeleven; dat is toch wat we het liefst doen.”

LIVEDATA 25 januari De Spot, Middelburg 1 februari Effenaar, Eindhoven 8 februari Victorie, Alkmaar 9 februari Iduna, Drachten 15 februari Hedon, Zwolle 16 februari Underground, Lelystad 21 februari Tivoli de Helling, Utrecht 22 februari W2, Den Bosch 23 februari De Nieuwe Nor, Heerlen 28 februari Paard van Troje, Den Haag 1 maart Metropool, Hengelo 2 maart Perron 55, Venlo 7 maart Vera, Groningen 8 maart De Kelder, Amersfoort 9 maart De Cultuurfabriek, Ulft 14 maart Luxor Live, Arnhem 15 maart Paradiso, Amsterdam

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in frontpage, interviews, uitgelicht. Bookmark de permalink.