Review: Speakers op blast en springen met Bettie Serveert

Review: Speakers op blast en springen met Bettie Serveert

Kleine zaal, Paard van Troje
Den Haag
28 februari

Als je naar buiten loopt met piepende oren en een adrenalinekick die nog steeds door je lijf racet, weet je dat je een avond hebt staan stuiteren op de muziek van Bettie Serveert.

Tekst Sanne den Toom

Advertentie
Voordat de Amsterdamse veteranen het podium betreden is het aan de twee Utrechters Just Posthumus en Mathijs Peeters, die samen Kodiaks vormen. Het repertoire klinkt vrolijk en kent een Mumford & Sons-achtige folksound. Nummers als Wait For Snow, Holiday en Fundamental krijgen wat voeten aan het deinen. Zanger Just lijkt naast muziek ook interesse te hebben in stand-upcomedy. Grappen over het gitaarspel van Mathijs passeren de revue, maar het schaadt niet. Het publiek lacht en de mannen hebben plezier. Eind dit jaar brengen ze een plaat uit.

De toch al overvolle zaal lijkt nog drukker te worden. Rockliefhebbers van rond de veertig drommen naar voren en staan zo dicht mogelijk op het podium. Hard gejoel en geklap barst uit als de lichten dimmen, de rookmachine overuren draait en het hoofd van zangeres Carol van Dyk op het gordijn wordt geprojecteerd. Haar mysterieuze stem zingt het zwoele nummer Monogamous en snerpende gitaargeluiden klinken door de speakers. Het lijkt allemaal nog wat rustig, maar de uitverkochte zaal vol diehard fans weet beter.

En inderdaad: beukende drums, flitsende lampen en scheurende gitaren. Meteen springt en rent gitarist Peter Visser het podium over. Het gitaargeweld en Carols zuivere stem staan vaak haaks op elkaar, maar passen toch perfect. Het blonde haar van de zangeres vliegt alle kanten op, terwijl ze staat te headbangen en op haar zwart-witte Rickenbacker-gitaar slaat. De harten van het uitzinnige publiek worden gevuld met het bekende geluid van Bettie Serveert: dynamisch, energiek, soms melancholisch, maar vooral lekker hard.

Nummers van alle albums komen voorbij, zoals Tom Boy, Private Suit, Deny All en Crutches. Drummer Joppe Molenaar gaat in zijn onderbroek en met lichtgevende ringen als een bezetene tekeer tijdens nummers als Semaphore, Mayhem en Shake-Her. Het gaat er zelfs zo wild aan toe, dat het drumstel meerdere keren gerepareerd moet worden.

De grungesound en psychedelische feel wordt benadrukt door beelden van hersenspoelende spiralen en gekleurde vlekken. Fans staan te springen en te headbangen. Enkelen kunnen de behoefte om luchtgitaar te spelen niet onderdrukken. Bassist Herman Bunskoeke glimlacht gelukzalig. Het enthousiaste publiek wordt gewaardeerd door de band, die ook zelf ontzettend veel plezier heeft. Echte podiumbeesten. Als Carol de zaal bedankt voor hun komst, blijken er zelfs Amerikanen aanwezig te zijn. De band, dat zijn tiende album Oh, Mayhem! net heeft uitgebracht, kent nog steeds trouwe volgers over de hele wereld.

Als ze na een buiging het podium verlaten, schreeuwt het publiek het uit. ‘‘We want more!’’ Een man fluit zo hard dat zijn buurvrouw tijdelijk doof is. De band komt terug en Palomine krijgt de hele zaal aan het meezingen. Maar Bettie Serveert zou Bettie Serveert niet zijn, als ze niet eindigen met een knal. Kid’s Allright wordt ingezet en het publiek kan een laatste maal uit z’n plaat gaan. Joppe gooit zijn drumstokjes de lucht in, er worden nog wat handjes gepakt en ze verdwijnen. Een gigantisch applaus en de lampen gaan aan. De gelukzalige gezichten van het vertrekkende publiek wijst maar op één ding: een fantastische avond.

Gerelateerde berichten:

Dit bericht is geplaatst in frontpage, Live Recensies, uitgelicht. Bookmark de permalink.