OOSTERPOORT, Groningen
16 januari 2010
Na twee dagen Eurosonic is het bijna een straf om nog een dag door te moeten op Noorderslag. Maar welopgevoed als je bent sla je een goed toetje niet af, en wanneer je je eerste tanden erin zit zou je willen dat je het nooit op kreeg. Om in toetjessferen te blijven: de pap had dit jaar flink wat krenten, die we er vakkundig voor jullie uit hebben gehaald.
The Madd
The Madd is een ideale band om een nieuwe Noorderslag editie mee af te trappen. Karrevrachten lekker in het gehoor liggende sixties popliedjes, een ongedwongen frontman, gewoon niet te moeilijk doen en wel altijd lekker om bij op en neer te springen. Stiekem is dat ook gelijk de reden waarom The Madd nooit een uitmuntende band kan worden, maar wie maalt daar om met een eerste biertje in de hand. Het muziek-equivalent van het zonnetje in huis. (AS)
One Trick Pony
One Trick Pony is singer/songwriter Anne Fleur Kan. Ze speelde al op Lowlands en Into The Great Wide Open en is nu ook op Noorderslag te zien. Een meisje alleen op het podium met haar piano. Anne Fleur speelt slechts twintig minuten, maar in die korte tijd vuurt ze een paar openhartige liedjes op het publiek af. Songs uit het leven gegrepen: zo schreef ze het grappige What’s Your Problem over haar gehackte MySpace-pagina. (HN)
Moss
Tegelijk met C-Mon & Kypski en hun vrienden speelt de veelgeprezen band Moss. De laatste plaat Don’t Be Scared/Don’t Be A Hero is in menig eindejaarslijstje verschenen en de verwachtingen liggen hoog. Moss maakt ze allen waar: als ervaren live band weten ze hoe ze het publiek op de wenken moet bedienen. Rustige indieliedjes worden afgewisseld met ritmische uptempo rock, die dan weer inkrimpt tot ingetogen en overtuigende ballads. Aflsuiter I Like The Chemistry is catchy, sterk en bezorgd kippenvel. Het voornemen om halverwege naar C-Mon & Kypski te gaan kan helaas niet waargemaakt worden: Moss heeft te goed gespeeld, en de bezoekers blijven hangen. Complimenten voor de goed uitgebalanceerde samenzang, die de sterke nummers soms een passende melancholische lading geeft. Prachtig en veelbelovend. (LdJ)
Bettie Serveert
Het negende studioalbum Pharmacy of Love van Bettie Serveert is net uitgekomen. Een mooie gelegenheid om de Bettie’s weer eens te zien. Ze gaan alweer een tijdje mee, in 1991 opgericht, in 1994 wonnen ze de BV Popprijs en vanavond blijkt dat 3voor12 nog steeds de leukste indiepop formatie in huis heeft. Al is de zaal veel te klein voor deze band van wereldformaat. Het publiek is, terecht, met grote getallen op komen dagen. Carol van Dyk en haar mannen staan op scherp en spelen veel nieuwe pakkende songs, waaronder de schitterende nieuwe single Deny All. Een fijn optreden en een fijne nieuwe plaat. (HN)
Kraantje Pappie
In de Kelder speelt Kraantje Pappie een thuiswedstrijd. De Groningse rapper greep in december nog naast de Grote Prijs van Nederland, maar wordt desalniettemin gezien als één van de grootste talenten in de scene. Kraantje heeft een prettige flow en bij vlagen grappige teksten, en soms is dat gewoon voldoende om te kunnen boeien. Beter makkelijk en goed dan pretentieus zonder die pretenties waar te maken, toch? Dat Groningen meer te bieden heeft dan De Kraan alleen blijkt uit de goede back-ups, waarbij vanavond vooral Abbeye indruk maakt. (KK)
The Mad Trist
Het geluid van The Mad Trist, een van de belangrijke tips van 3voor12 voor Noorderslag dit jaar, staat zo broekspijpwapperend hard en is dusdanig dichtgesmeerd met distortion, dat hun Kyuss-achtige woestijnrock vrijwel alle nuance verliest en nauwelijks harmonische of melodische inhoud meer toelaat. Ze spelen coherent en geconcentreerd, maar of het echt goed was heb ik simpelweg niet kunnen horen, er bleef vooral gebeuk over. (LR)
Waylon
Natuurlijk is Waylon met z’n Holland’s Got Talent verleden en contract bij Motown (het label immers dat onlangs ook Lindsey Lohan tekende) in de eerste plaats een mainstream mediatrekker. Hij toont hier dat hij tegelijkertijd ook een rasentertainer is met een dijk van een stem, die soepel over het podium beweegt, zijn band aanstuurt en het publiek bespeelt. De soul die hij brengt is soort geüpdate versie van klassieke sixties soul, veel hedendaagser dan de retro-nostalgie van acts als Black Joe Lewis of James Hunter, en veel geloofwaardiger en authentieker dan een stijlgenoot als Boris. Het is hoogstens een tikje braaf allemaal. (LR)
Benjamin Herman
Jazz kan, als het zo gruizig en zweterig gespeeld wordt als door het Benjamin Herman 4tet, natuurlijk prima op een poppodium, zonder een enkele popconcessie te hoeven doen. Op Lowlands toonde hij dat al feestelijk aan in de openlucht en met veel gasten op het podium, nu in dit kleine zaaltje wordt het kleiner gehouden met alleen het 4tet, en is de sfeer heel anders, plakkerig en smerig. De altijd cool geconcentreerde Jesse van Ruller vult samen met de razende Hammond van De Wijs het geluid perfect, waar de stuiterende en enthousiasmerende Benjamin Herman de leiding neemt. Lekker hoor. (LR)
Lola Kite
Laat je niet misleiden: Lola Kite is een trio heren, geen zwoele electro-diva. Dat neemt niet weg dat we de oren flink spitsen want de invalshoek van dit drietal is razend origineel. De praktijk is soms nog net wat minder overtuigend dan de theorie, maar qua uitgangspunten is dit een enorm ambitieuze band. Indie en electronica smelten moeiteloos samen en qua uitwaaierende sound en experimenteerdrift hebben de drie soms wel eens iets weg van een beat-gerichtere versie van Animal Collective. Maar dan qua zang wat new wave-ier. Spannend dus! (AS)
Daily Bread
Lekker scherp en toch heel ontwapenend. Dat is de uptempo set van Daily Bread in de foyer vanavond. Het piepjonge drietal bracht onlangs pas het debuut Well, You’re Not Invited uit, maar ramt er live zo lustig op los dat je gaat denken dat ze al jaren op de planken staan. Dat kan natuurlijk niet, want de gemiddelde leeftijd ligt rond de 18 en de one-liners van zangeres Kimberly zijn soms zo rechtdoorzee en simplistisch dat je denkt je jongere nichtje te horen. Neemt niet weg dat het trio flink streetwise is en qua sound aansluiting zoekt en ook vindt bij internationale noisepop-namen. (AS)
Awkward I
Moss mag dan volgens pers en publiek de beste Nederlandse indieplaat van 2009 gemaakt hebben, Awkward I maakt in wezen net zoveel aanspraak op die titel. In de tent die Hilversum Mediastad gedoopt is lijkt hij bovendien zijn grote manken - de wat gereserveerde presentatie - de nek omgedraaid te hebben. Zo horen we niet alleen prachtige folkliedjes, gezongen met prachtige een rauwzuivere stem, maar krijgen we ook nog sympathie voor de vertolker ervan. De regen op het tentdoek fungeert als een sfeerverhogend extra instrument. Brok-in-de-keel-muziek voor stiekeme genieters. (KK)
Wende
Na jarenlang als chansonnière in het theatercircuit veel succes te hebben, heeft Wende Snijders het roer omgegooid met haar nieuwe Engelstalige repertoire. Ook muzikaal wordt een nieuwe koers gevaren, die veel meer op de Amerikaanse muzikale traditie is gericht. Ze plaatst zich daarmee ergens tussen Ilse De Lange en Anouk in, al zoekt ze in de nummers veel meer het experiment op. Er komt toch nog een Brel-song voorbij, die met deze elektrische band als TC Matic blijkt te klinken. De stem van Wende is nog steeds prachtig, de nummers zijn prima; de expressie die ze in de akoestische chansons kon leggen wordt echter met alle elektrische versterking er omheen naar de achtergrond gedrongen. (LR)
Diggy Dex
Ondanks twee sterke albums moest Diggy Dex jarenlang ploeteren in de marge, maar zijn zomerhit met Eva de Roovere opent plots deuren. Dan heb ik het niet alleen over de artiesteningang van de Oosterpoort, maar ook over de liveband waarmee de rapper de komende maanden het land rond gaat touren. De straight-hiphop purist zal Diggy ‘nieuwe stijl’ misschien iets te poppie vinden klinken, maar de nieuwe formatie - met onder meer trompet en drums, maar ook met dj - zal een breed publiek aanspreken. Er is een aantal leuke intermezzo’s opgebouwd, zoals de battle tussen drummer Nathan en dj DNS, en Skiggy Rapz en Nikki zorgen voor vocale bijdragen. De rechtgeaarde rockers dansen ondertussen hand in hand met de hiphopfans, en dat is dus muziek anno 2010. Het hokjesdenken voorbij. (KK)
Winnaar Popprijs 2010: Kyteman
Zelden gebeurde het dat het aanwezige publiek in de Buma-zaal zo eensgezind was. Ome Giel wil weten wie de Pop-prijs gaat winnen en vrijwel iedereen blèrt Kyteman. En die wordt het ook. Terecht. Op basis van die overrompelende doorbraak die hij het afgelopen jaar wist te bewerkstelligen. Dan kun je nog zo allergisch zijn voor blazers of projectmatige soul-jazz-hop en er dus zelf niet enorm mee uit de voeten kunnen, maar objectief gezien (ja, dat kan!) was Kyteman de enig mogelijke winnaar dit jaar. En dat is een prestatie op zich. Tekenend telefoongesprekje achter ons: ‘Kom naar Kyteman! (...) Nee, ik ook niet, maar het is hier heel druk en gezellig! (AS)
DeWolff
DeWolff: vorige maand nog op onze cover en nu maken ze onze, toch best gewaagde, keuze helemaal waar in de Foyer tijdens Noorderslag. Op papier is doorleefde bluesrock een platgetreden pad, maar DeWolff speelt met zoveel bezieling en net afwijkende, verrassende invalshoeken dat je stukje bij beetje steeds meer bij de strot gegrepen wordt. Nergens te glad, voortdurend swingend, eerlijk en noest, niet van plan om ergens bij te gaan horen... dik voor elkaar dus. (AS)
Promo
Een beetje raven is, naarmate de avond vordert, nooit weg. Enter Promo die je steeds meer zou kunnen omschrijven als een soort eenmans Prodigy. Harde beats, priemende synth-stabs, nooit subtiel, wel altijd genadeloos er in beukend. De zaal gaat los, er brult een Aux Rausje mee en zolang Liam Howlett niet naar de rechter stapt voor plagiaat (soms lijken die geluidjes er wel heel erg op) pompen wij mee met onze vuist in de lucht. (AS)
Eric Vloeimans Gatecrash
Waar Benjamin Herman het rock’n’roll gevoel van de jazz vertegenwoordigt, zit Vloeimans’ Gatecrash meer in de hoek van de jaren zeventig jazzrock zoals Miles Davis anno Bitches Brew of Weather Report. Dat levert sferische stukken op die rustig naar een climax opbouwen, met prachtig fluweel trompetspel en een compact samenspelende band. De verbinding met het popcircuit van Noorderslag is minder voor de hand liggend, het is wel gewoon goede en spannende muziek die met een beetje concentratie best door een breder publiek mag worden genoten. (LR)
Go Back To The Zoo
Beam Me Up was een droom van een debuut-single en opvolger Electric mag er ook zijn, maar nu zouden we heel graag al die liedjes van Go Back To The Zoo wel eens op een debuut-abum willen horen. Als je dat maar blijft uitstellen heb je de kans dat je momentum weg is op het moment dat je tot release over gaat. Dat er flink wordt gedanst en ge-voet-tapt bij het Serious Talent Stage is natuurlijk een goed teken en GBTTZ is nog altijd een ideale NL-variant op de hattrick Kooks/Kings Of Leon/Strokes, maar je voelt dat de band nu een volgende stap moet gaan zetten. De basis is er, nu een trapje hoger. We zijn benieuwd! (AS)
De Staat
Wie vorig jaar op Noorderslag is geweest, heeft het nu waarschijnlijk wel gehad met De Staat. De overvolle agenda van de jongens sinds die editie heeft er misschien vanavond voor gezorgd dat veel bezoekers liever naar ‘iets nieuws’ kijken, zoals Go Back To The Zoo. Maar dit is De Staat zoals we ze toen niet gezien hebben: in een enorme Buma Cultuur Zaal, stukken beter en strakker en met versterking van drummer Bram Hakkens (Kyteman’s Hip Hop Orchestra). En de kenners weten het: De Staat is gewoon een ijzersterke band die iedere liveshow weet te overtuigen. Toch is het vernieuwende er op de een of andere manier van af, en de zaal wordt maar niet vol. Ook van een reeks van de beste songs (achtereenvolgens The Fantastic Journey Of The Underground Man en Wait For Evolution) en een indrukwekkende drumbattle tussen de twee drummers, worden te weinig mensen warm. Het is zonde maar waar: de hype rond De Staat verwatert. (LdJ)
Anne Soldaat
In de popmuziek is ouder worden iets waar je het eigenlijk niet over mag hebben. Maar Anne Soldaat, met bril op de neus en wat grijs tussen de lokken, lijkt zijn ontwikkeling juist te omarmen en staat nu garant voor een portie prachtige liedjes met rootsrock ondertonen. Er is ruimte voor desolate momenten, er wordt soms ook fel uitgehaald en bovenal voel je direct dat Soldaat zich toespitst op het schrijven van tijdloze melodieën. Er waart kippenvel door de 3voor12 zaal. (AS)
Mdungu
Wat ben ik blij dat de afrobeat, lange tijd vrijwel alleen te horen als één van de nakomelingen van de legendarisch Fela Kuti weer eens langskwam, weer helemaal terug is in Nederland. De blanke mannen (en Gambiase percussionist) weten de in elkaar grijpende gitaarpatroontjes, polyritmische drums en stuwende over de maat heen lopende saxriffs perfect bij elkaar te brengen tot een uitermate swingend en dansbaar geheel. Naast het funky Nigeriaanse repertoire komen ook andere afro-invloeden voorbij, zoals trippend repetitieve Ethiopische jazzrock of Senegalese rumba. Een heerlijk Afrikaans mengsel. (LR)
Aux Raus Deluxe
Op festivals als Noorderslag geven artiesten vaak net even meer dan normaal, en zelfs Aux Raus vormt daarop geen uitzondering. Het Deluxe gedeelte van de naam staat voor De Bimbo’s van Malle Pietje en nog een aantal extra muzikanten, maar het is Bastiaan die het publiek tot beuken aanzet. Het duurt toch nog twee nummers voordat het echt los gaat, maar dan zijn de voorste vijftien rijen één grote gezellige pit vol muzieknerds, ramptoeristen en andere zweters. Het recept is inmiddels bekend, maar het effect blijft verhelderend. Als er een award was voor beste festivalafsluiter, dan was Aux Raus al jaren de winnaar. (KK)
Shaking Godspeed
Voortgekomen uit The Bloody Honkies klinkt Shaking Godspeed als een mix tussen Jon Spencer en ZzZ. Gruizig, rauw en bluesy, met vocale uithalen en smerige swingmomenten. Altijd lekker, maar vanavond klinkt het toch een tikkie te veel by the numbers. Je kan de ‘Goddamn’ uitroepen bij wijze van spreken bij voorbaat al invullen. Shaking Godspeed beheerst haar métier zeker, maar echte verrassingen blijven uit. Meer maniakale gekte graag, anders is het gewoon een fijne bar-band. (AS)
Want Want
Tsja... Want Want. Op het eerste gezicht gewoon een rechttoe-rechtaan powerpop band met Nederlandstalige teksten. Ga je wat dieper graven dan merk je dat die lyrics bewust knullig zijn en dat Weezer, als ze uit de polder kwamen, misschien ook wel zo zou klinken. Wellicht ligt het aan ons alcohol-promilage, maar we airgitaren zelfs mee terwijl zanger/gitarist Fokko zingt: ‘Ik wil een kip, een paard en een koe, Kampen, daar wil ik naar toe.’ De melodie van dat nummer is wel erg gejat van Sink To The Bottom van Fountains of Wayne, maar als je dat soort leentjebuur-praktijken door de vingers ziet is dit, op een blije, bijna kinderlijke manier, toch een echte meejump-band. (AS)
Teksten: Lisa de Jongh, Klaas Knooihuizen, Haika Nanninga, Lodewijk Reijs, Arnold Scheepmaker
|
Klopt, Melkweg moet dat zijn. Is aangepast, dank!
Ik hoopte even dat het een fake download was. I...
Waarom zo' n kleine zaal potverdorie. Dat wordt...
oh Arid, fantastisch! Waarom komen ze niet naar...
Ik zag van de week een loslopende Lennart Weste...